Fleur Meijer: ‘Daar stond ik, in de hoedenwinkel, mezelf hartgrondig te haten’

fleur meijer

VIVA-journalis Fleur Meijer (36) schrijft over wat haar zoal bezighoudt.

Ik stond in een hoedenwinkel. Het was mijn laatste strohalm. De reden dat ik er stond, kan ik niet onthullen zonder gepaste gêne. Want ik ben heus te oud om me druk te maken over dit soort zaken. Maar toch deed ik het, anders stond ik niet in die hoedenwinkel. Let wel: een échte hoedenwinkel. Niet een imposante millennial-outlet waar het doordringend ruikt naar oma, maar waar het eruitziet als vintageparadijs met hier en daar een flamingo en een stapel hoedjes met veren en vooral heel veel je ne sais quoi. Of zo. Weet ik veel. Ik kom nooit op dat soort plekken. Kleren interesseren me nagenoeg geen reet. Nagenoeg, inderdaad. Want ik stond nog steeds in die hoedenwinkel.
Waarom toch? Ik ging een dag later naar Duitsland. Naar een festival. Ik zei er een halfjaar geleden ‘Ja, leuk’ tegen, nog voor ik een idee had waar ik ‘Ja, leuk’ tegen zei. Dit werd me de afgelopen weken pas duidelijk. Middels mailtjes waarin ik, en ik niet alleen, steevast als ‘dearest angel’ werd aangesproken. Waarin er voorts werd gerept over een openingsceremonie met transcendente Tibetaanse bongo’s en kristallen om een algeheel gevoel van ‘family en togetherness’ op te roepen. Ik verzin dit beslist niet. Toen begon ik ietwat te panikeren. Niet omdat er ook sjamanen zouden zijn. Of chakrahealers, chi-massages en auracleaners. Dat vind ik als Maagd/Vissen ascendant/Vissen-maan/ervaren tarotlezer/latent psychonaut best leuk. Bovendien is er ook vooral veel muziek.
Nee, mijn zorgen waren van een diepbedroevende, aardse aard. Ik zag namelijk sfeerbeelden van de bezoekers op de website. Stuk voor stuk ragfijne glitterelfjes, gestyled door al die vintageparadijzen waar zij wél komen omdat kleren hen wél een reet interesseren en omdat ze altijd perfect aansluiten op die ragfijne glitterlijfjes. Maar niet op mij. Ik ben die ene dragonder. Degene die het niet snapt. Degene die niet doet aan kaftans, fanny packs, sieraden, denim, gestroomlijnde armen, lieve kleine borstjes.
En het was te laat. Vijftien kilo afvallen ging niet meer. Een nieuwe garderobe ook niet. Maar een hoed hebben ze ook allemaal. Dat lukte nog net. Alleen hier, in de echte hoedenwinkel. Ik heb namelijk een extreem grote schedel. Ook dat nog. Met een vacuümpomp kwam ik ter wereld. Het was toen al duidelijk dat ik nooit een ragfijn elfje zou worden.
Daar stond ik, in de hoedenwinkel, mezelf weer hartgrondig te haten. En ik haatte mezelf vooral daarom. Ik was hier veel te oud voor. Misschien zelfs wel te leuk. Dat wist ik wel. Maar toch. ‘Kan ik je helpen?’ vroeg het lieve winkelmeisje. ‘Graag,’ zei ik. Ze gaf me heel veel hoeden aan. Ik zette ze op mijn extreem grote schedel. Ze pasten allemaal. Zo goed was het winkelmeisje. In de spiegel zag ik een dragonder met een hoedje op. ‘Niet zo triest kijken,’ zei ze. ‘Je hebt echt een hoedenhoofd.’ ‘Echt?’ piepte ik. ‘Echt,’ zei ze. Ik koos de hoed die ik het leukst vond. Sprong op de fiets, haalde diep adem en hoopte op iets à la je ne sais quoi.

Lees ook de column van Fleur van vorige week: ‘Toegegeven, die laatste was niet zo sterk. Dat was ik’

Fleur’s column komt uit VIVA nummer 32. Deze editie ligt t/m 14 augustus in de winkel of kun je hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«
viva zomerdeal

VIVA's Lise gelooft in een poederroze planeet ergens hier ver, ver vandaan, waar Justin Bieber en Idris Elba samen president zijn en het altijd glitter giet. Zolang die planeet nog niet gevonden is, houdt Lise zich bezig met millennial perikelen en entertainment. Véél entertainment. Wil je me volgen op insta? @lisejasmijn, dan kan ik ook zien wie jij bent.