Fleur Meijer: ‘Het geeft je dat heerlijke gevoel een weldoener te zijn’

VIVA-journalist Fleur Meijer (36) schrijft over wat haar zoal bezighoudt

‘Zo,’ sprak ik lentefris tegen de Kameel. ‘Ik heb dat loungebankje op ‘Gratis af te halen’ gezet.’ ‘Mooi,’ zei de Kameel met een kordaat knikje. ‘Die is vast 
zo weg.’ Zwierig wierp hij het ghostbuster-apparaat om zijn schouder en ging monter verder met het doden van groene aanslag. Met uiterste precisie en concentratie op de vierkante millimeter; zo is de Kameel. Het leek mij eigenlijk ook een leuk klusje, maar ja: je weet hoe het gaat als een man oog in oog staat met een hogedrukspuit. Dus ik stortte me maar weer op de barbecue. Het schóónmaken van de barbecue hè, de rest van het seizoen zal 
ik ook daar niet bij in buurt mogen komen; ik heb me er allang bij neergelegd.

Bovendien had ook ik genoeg reden om bijzonder tevreden te zijn met mezelf. Dat dóet ‘Gratis af te halen’ met een mens. Het geeft je dat heerlijke gevoel een weldoener te zijn, iemand die op het ritme van haar warm kloppend hart spullen weggeeft uit pure compassie met zij die het minder hebben. Dat dit gevoel volledig misplaatst is omdat je er gewoon vanaf wilt, geen zin hebt om het zelf weg te gooien en het je in elk geval niets kóst, doet daar gelukkig weinig aan af. ‘Een meisje komt ’m vanavond al ophalen!’ riep ik nog geen tien minuten later tegen de Kameel. ‘Dat zei ik toch?’ zei hij, met weer dat kordate knikje.

Om klokslag half acht ging de bel. Daar stond Julia: stralend, petite, grote blauwe ogen met zwarte giraffewimpers. ‘Ik zag mezelf helemaal zitten!’ riep ze zonnig. ‘Hij is perfect voor op mijn balkon!’ De Kameel beende de tuin al in. ‘Pak jij het tafeltje en de kussens maar vast,’ delegeerde hij. ‘Dan kom ik zo met het zware gedeelte.’ Gedwee volgde ik zijn orders, en schikte de kussens en het tafeltje in de achterbak van haar auto. We keken naar de open voordeur, waar de Kameel elk moment met het zware gedeelte zou verschijnen. Dit gebeurde niet. ‘Ik ga eens kijken,’ zei ik tegen Julia. Daar stond de Kameel met z’n zware gedeelte. In onze absurd smalle gang. Klem tussen twee muren en een meterkast. ‘Nee, nee, terug! Terug met dat ding!’ riep ik. ‘Het lukt heus wel!’ riep hij terug. Daarna uiteraard de onsterfelijke quote: ‘Láát me nou maar even.’ Lijdzaam zag ik toe hoe het stucwerk in grote brokken naar beneden viel. Er was geen beweging in te krijgen. In de omringende buurmannen gelukkig wel: Elvis kwam met een baco, Richard met een schroevendraaier en Pieterke met een grote boor. Julia lachte onderwijl haar witte tanden bloot en wapperde met haar wimpers – ze wist gelukkig donders goed hoe dit soort dingen werken. Ik slikte onderwijl zo’n duizend keer onsterfelijke quotes van een ander kaliber in. Maar ach, na een vol uur vol geboor, gebaco, geschroef en het zware gedeelte over de schutting van de buren had Julia toch haar loungebankje en ik mijn goede daad. En vier heel grote gaten in de muur.

Lees meer columns van Fleur:
Geesten
Goede column
Proesten
Dansende reuzenmuppets
Call me by your name
Vooroordelen
Op de bank slapen
Kiloknallervlees
Efficiëntie
Nieuwe leven

Deze column van Fleur komt uit VIVA 19. Deze editie ligt t/m 15 mei in de winkel of kan je hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«