Fleur Meijer: ‘Lak ik mijn nagels niet, dan ga ik knagend, pulkend en pielend door het leven’

VIVA-journalist Fleur Meijer (36) schrijft over wat haar zoal bezighoudt.

Sinds ik een flexplek heb, ergens aan de andere kant van de stad, gaan er nieuwe werelden voor me open. Zoals die van de Vietnamese nagelsalon. Daar stond ik ineens binnen. De weg naar de flexplek voert mij toevalligerwijs langs vele winkels, zie je. Winkels die mij om de zoveel meter als in een, ja, toch wel refléx, mijn fiets doen afstappen. Om even later dan weer terug te keren naar die fiets. Met een tasje. Waarna ik de flexplek binnenkom met vier tasjes, een kartonnen emmer koffie en wat sussende gedachten over mezelf vs. de economie.

Enfin. Ik fiets dus ook langs de Vietnamese nagelsalon. Die mij nogal intrigeert, want mondkapjes en een etalage vol uitzinnige glitterklauwen. Ook kreeg ik steeds een flashback naar die keer dat ik hardop filosofeerde aangaande het vraagstuk ‘wie ik zou aannemen in een persoonlijke hofhouding als ik walgelijk rijk was’. Mijn eerste antwoord was toen: een professionele nagellakker. Dat is namelijk een ambacht. Een ambacht dat ik in geen geval beheers. Het ontaardt bij mij elke week in een kakofonie van butsen, klodders, vlekken en vloeken. Terwijl ik wel degelijk móet lakken. Lak ik niet, dan ga ik al knagend, pulkend en pielend door het leven. Lak ik wel, dan knaag, pulk en piel ik overigens ook. Maar mínder.

Hoe dan ook: het was hoog tijd om de tien Jackson Pollocks aan mijn handen eens over te laten aan een mondkapje. Ja. ‘Ja?’ zei ook het meisje met het mondkapje toen ik in de overweldigende dampen van gekookte rijst en allerhande chemicaliën stond. Ik legde mijn handen op de toonbank. ‘Lakken graag.’ Ze inspecteerde mijn handen met een blik. ‘Jij moet ook manicure,’ zei ze. Ik wist dat ze gelijk had. Ik keek naar de voeten in mijn slippers. En daarna naar de massagestoel. Met voetenbad. ‘Doe ook maar een pedicure,’ zei ik. Ik wist toen nog niet dat de Vietnamese nagelsalon in feite keiharde confrontatietherapie is. Dat wist ik wel toen ik mijn handen in een bakje water moest leggen.

En merkte dat ik dat heel erg moeilijk vond. Dat ik ze er eigenlijk de hele tijd uit wilde halen om even te knagen, pulken en pielen. Om die irritante lok voor mijn oog weg te stoppen. Om mijn telefoon te pakken. Het mondkapje gaf met een tikje op mijn vingers het sein dat ik ze eruit mocht halen en begon, nog steeds met die blik, aan een beschamende nagelrieminspectie. ‘Ontspan,’ zei ze. ‘Ja,’ zei ik. Nee, zei de zenuwpees in mij. Concentreer je op dat leuke boeddha-altaartje. De zeshonderd potjes nagellak. De vrouw met de nektattoo. Die er nieuwe glitterklauwen op laat zetten. Met een diamant. Desnoods op die geur van natte rijst. Ontspan. Nee, zei de zenuwpees. Nee, zei ook de zenuwpees toen ik in de massagestoel zat. Toen het mondkapje ‘heel veel eelt,’ verzuchtte. Nee, nee, nee. ‘Klaar’, zei het mondkapje uiteindelijk. Al pulkend en pielend stapte ik op de fiets. Zelden voelde ik mij meer ontspannen.

Lees meer columns van Fleur:
Vooroordelen
Op de bank slapen
Kiloknallervlees
Efficiëntie
Nieuwe leven
Een weldoener zijn
Madonna
Vliegtuigvoedsel
Micheal Jackson in New York
Groepsweekendappgroep
Verliefdheid

Deze column van Fleur komt uit VIVA 26. Deze editie ligt t/m 3 juli in de winkel of kan je hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«