Fleur Meijer is in New York: ‘Elk moment kon Michael Jackson verschijnen met een hand in zijn kruis’

VIVA-journalist Fleur Meijer (36) schrijft over wat haar zoal bezighoudt.

Ik zag het licht op het asfalt vallen, het kaatste dauwdruppels terug en een zweem van rook, een blikken vuilnisbak puilde uit en voor de muur met graffiti kon elk moment Michael Jackson verschijnen met een hand in zijn kruis. Ik zag een groen bordje met Broadway en het rook overal beurtelings naar geschroeid rundvlees en vanillesuiker. Ik zag hekken en pilaren, gele stoplichten, politiesirenes gilden als een barende tienermoeder, een witte reuzengorilla, Coca-Cola, Karlie Kloss, Netflix en Nike bulldozerden in neon over me heen, er waren rode traptreden, Batman en The Penguin trokken aan me voor een foto, ik viel bijna achterover en iemand riep: ‘That’s how we roll on Times Square, baby!’

Ik zag een zwetende ober, dik gouden kruis op een zwartbehaarde borst, borden vol matrasdikke toast, bacon en wafels, brakwaterige koffie kwam van de warmhoudplaat en Frank Sinatra keek toe vanaf de muur. Ik zag Trump hoog boven Central Park uittorenen, in het gras lagen blote borsten en begroeide oksels onder een geschoren schedel, een dikke eekhoorn schoot in de boom, ik schonk wijn uit een bruine papieren zak. Ik zag ridders in vitrines, een kardinalenjurk van Galliano, jonge minstrelen in olieverf spatten van doeken, een baby begon te huilen. Ik zag het allermooiste stuk architectuur dat ik ooit heb gezien; twee troostende vleugels uitwaaierend boven Ground Zero en begon ook te huilen. Ik zag ‘No day shall erase you from the memory of time’ tegen een blauwe wand, rode hijskranen die dapper verder bouwden, twee witte duiven aten van een weggegooide hamburger.

Ik zag de avond vallen over de Brooklyn Bridge, de Empire State wees paars en puntig omhoog, gelakte eenden achter glas in het rode licht van China Town, een meisje viel wankelend in slaap boven een bord Thais en haar vriendin danste dronken naast de vijver met koikarpers. Ik zag de hoge zwarte hoeden en pijpenkrullen ’s avonds laat gebogen door Brooklyn schrijden als zwarte weduwen, ik wilde erachter komen waar ze heen gingen en waarom, maar wist dat ik het nooit zou weten. Ik zag de jongens in de deli de pastrami snijden, buiten gilden de sirenes, een half verkoolde zwerver kotste in een vuilnisbak en riep ‘God bless gorgeous!’ Ik zag vele Ultimate Mescals, Thai Mules, Green Vertigo’s en Dark & Stormy’s en dronk ze leeg tot de laatste druppel. En bovenal en bij alles duizelden de torens en toeterden de taxi’s.

Ik zag het allemaal voor het eerst en toch voelde het alsof ik het duizend keer eerder had gezien. En echt, ik rende hard om bij te blijven. Ik zat de stad hijgend op de hielen. Maar het was zinloos. Ze raasde, waaide en trilde een week lang om me heen en ik bleef gulzig sponsen en uitwringen, nog een keer, opnieuw proberen, net zo lang totdat ik een originele, diepe waarheid zou aanboren, totdat ook ik iets zinnigs en waarachtigs te zeggen heb over de stad waarover al zo veel zinnigs en waarachtigs gezegd is.
I ♥ NY.
Ja. Dat is ’m.

Lees meer columns van Fleur:
Dansende reuzenmuppets
Call me by your name
Vooroordelen
Op de bank slapen
Kiloknallervlees
Efficiëntie
Nieuwe leven
Een weldoener zijn
Madonna
Vliegtuigvoedsel

Deze column van Fleur komt uit VIVA 22. Deze editie ligt t/m 5 juni in de winkel of kan je hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«