Fleur Meijer: ‘Waar ik wederom zal betreuren dat uitgerekend ík ben geboren in een land zonder eetcultuur’

VIVA-journalist Fleur Meijer (36) schrijft over wat haar zoal bezighoudt.

Je hebt twee soorten mensen in de wereld: zij die met blote handen hun eigen idylle bouwen, en zij die dat ook wel willen, maar niet kunnen. Ik behoor uiteraard tot de tweede soort, maar ik heb godzijdank wel de juiste vrienden. Daarom zit ik nu boven op een heuvel, uitkijkend op een kleine wijngaard, glorieus badend in roségoud ochtendlicht. Toen ik wakker werd, liep ik naar een zacht wiegende boom, plukte een intens zoete vijg en keek over het dal. Bonjour, ma douce France. Intussen liepen mijn juiste vrienden af en aan met gereedschap om dingen te doen waar ik niets van snap, maar die wel nodig zijn voor het bouwen van idylles. Leven als God in Frankrijk: het is alleen weggelegd voor zij die weten hoe water uit putten te pompen, buitenkeukens te bouwen, accu’s te vervangen en druiven te plukken. Dat laatste kan ik natuurlijk wél, maar de zomer was vernietigend heet en de wilde zwijnen hongerig. Dus gaan we zo naar het dorp, waar een frêle vrouwtje een muur heeft met drie kranen: een voor rouge, een voor blanc en een voor rosé. Daarna gaan we naar de boulangerie voor ons dagelijks pain en zal ik wederom zeggen dat ik niet wegga voor ik die hemelse tarte au citron heb geproefd. ‘Klus plat! Pauze!’, roepen we vervolgens. Wat betekent dat we met de armen vol flûtes neerzijgen op een terras, eerst voor een café, of misschien toch ook een petit peu vin blanc, want ach, dat doet iederéén hier en dat flaneert straks zo lekker over de markt. Ach, de markt. Waar ik wederom zal betreuren dat uitgerekend ík ben geboren in een land zonder eetcultuur. Waar ik altijd vandaan kom met een lichte blik in mijn ogen, een zeebaars, volledige kaastrolley, nieuwe tas en lavendelzeepjes. Op de terugweg zal een van mijn juiste vrienden mij een stoomcursus hellingproef geven en zal ik eindelijk zonder klotsoksels een heuvel op kunnen rijden. Dan is het tijd voor pastis, voor foute piemelgrappen, voor het plukken van wilde venkel, voor de zeebaars die we daar op roosteren, voor geflambeerde bananen, voor een halve fles Dove in de opblaasjacuzzi en dat dan een soirée au mousse noemen.
Vandaag, zéker vandaag, zullen we de idylle meer omarmen dan de dagen ervoor. Ben ik vreselijk dankbaar dat we vannacht niet alle zeven in bed lagen, maar dat drie van ons ‘nog ééntje dan’ lalden. En dat we, toen we het voorterras ineens zomaar zagen oplichten, ik erheen rende, de vlammen om de gasfles zag laaien, al opkruipend tegen de houten luiken, en ‘BRAND!!’ gilde. Dat een van de juiste vrienden op dat moment precies het juiste deed, en met haar blote handen in het vuur ging om de gasfles dicht te draaien. Dat we op de grond de vlammen dood trapten en kolkend van adrenaline nog een laatste wodka inschonken. De slang van de gasfles had ons bijna uit het paradijs verdreven. Maar we zijn er nog. En hoe.

Fleur’s column is afkomstig uit VIVA 38-2018. De editie ligt in de winkel t/m 25 september. Je kunt de editie ook hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«