Fleur Meijer: ‘Verliefdheid ís een vreemde ziekte’

VIVA-journalist Fleur Meijer (36) schrijft over wat haar zoal bezighoudt.

Als je ’s ochtends je ogen opendoet, ziet dat er op de slaapkamerdeur een foto is geplakt van een orang-oetan met zijn arm om een klein blond meisje en de tekst ‘Hoera, 5 jaar samen!’, vervolgens opstaat en dezelfde foto door het hele huis aantreft, tot op de koelkast aan toe, ja: dan weet je dat het nog weleens een sentimentele dag kan gaan worden.

Vervelend voor jullie ook, want ik kan niet veel anders nu dan vol op het orgel gaan en vijfhonderd woorden lang citeren uit het boek der liefde dat de Kameel en ik nu reeds vijf jaar lang samen schrijven. Dat was inderdaad een vreselijke zin. En er zal nog veel glazuur gaan spatten ben ik bang; vergeef me voor deze keer.

Je vraagt je overigens wellicht af waarom het huis volhangt met orang-oetans, en niet met kamelen. En waarom de Kameel überhaupt de Kameel heet, althans op deze plek. Die vraag krijg ik vaker, dus laat me even terugbladeren in het boek der liefde. In den beginne, toen de Kameel net in mijn leven was verschenen, brak er al snel die zenuwslopende, eetlustbenemende periode aan die zo ongeveer in elk boek, lied en film als het hoogst haalbare wordt beschouwd. Waarom is mij een raadsel. Persoonlijk leek ik vooral zot en ik voelde me rot. Ja, Henny Vrienten, jij snapt het tenminste. Verliefdheid ís een vreemde ziekte. En vooral: één grote mindfuck. Het wordt gevoed door verlangen, bestaat vooral bij gratie van afwezigheid. Want als je verliefd wordt, is er eigenlijk nog niks. Nog geen echte relatie, en al helemaal geen echte liefde. Je wenst het, maar kom op: je ként elkaar niet eens.

En dus deed ik destijds wat verliefde, zieke mensen wel vaker doen: een macabere dans van aftasten, aantrekken en afstoten. Ik was daar heel slecht in. Hij helaas heel goed. Zo goed, dat ik lang niet heb geweten of hij mij nou echt, écht wilde. Tegelijkertijd ontkwam hij er niet aan om in mijn columns te figureren. Maar wat moest zijn naam worden? Vriend, man, lief, verkering; het klonk allemaal even blaartrekkend afschuwelijk en kon zomaar een bindingsbange hartstilstand veroorzaken. De naam kwam tijdens een filmavond op de bank. ‘Wat adem jij raar,’ zei hij ineens. ‘Net Darth Vader.’ Betrapt keek ik hem aan. En zag de tic die ik al eerder had gezien, maar nog niet had durven benoemen. ‘Wat maal jij raar met je kaken. Net een kameel.’

Maar in de jaren die volgden, toen de relatie een echte relatie werd, de verliefdheid echte liefde, mijn katten zijn katten en mijn huis ons huis, ontdekte ik dat de Kameel meer lijkt op een orang-oetan. Wie wil weten waarom moet zijn ogen kennen, waarin alles ligt besloten wat mooi, lief en leuk aan hem is. Al vijf jaar gunt hij me de wereld door zijn ogen, en dat maakte mijn wereld mooier, liever en leuker.
En nu ga ik even mijn glazuur zoeken, met uw welnemen.

Lees meer columns van Fleur:
Call me by your name
Vooroordelen
Op de bank slapen
Kiloknallervlees
Efficiëntie
Nieuwe leven
Een weldoener zijn
Madonna
Vliegtuigvoedsel
Micheal Jackson in New York
Groepsweekendappgroep

Deze column van Fleur komt uit VIVA 25. Deze editie ligt t/m 26 juni in de winkel of kan je hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER«