Fleur verhuisde voor haar man naar de VS: ‘Ik ben serieus in de jaren vijftig beland’

Voor haar grote liefde Eric verhuisde Fleur (38) naar de VS. Inmiddels zijn ze getrouwd en hebben ze drie kinderen. Maar Fleur háát het er en wil niets liever dan teruggaan naar huis.

‘Nerveus sta ik in de rij van Whole Foods, de supermarkt vlak bij ons huis in Ohio. In mijn karretje ligt, naast een hoop organic food, een paar sokken. Niet omdat ik ze nodig heb, maar om er geld in te stoppen. Steeds een beetje. Bij de kassa dreunt het meisje: ‘Fifty dollars, please.’ Ik vraag of ik er twintig dollar bij mag pinnen. ‘Of course!’ De twintig dollar steek ik in een apart vakje van mijn portemonnee. Straks verdwijnt het in de sok. Voor mezelf. Zonder dat Eric het weet, spaar ik dollars op. Hij is nogal op de centen en ik heb geen zin om me continu te moeten verantwoorden over wat ik koop. Na twintig minuten rijd ik bedrukt onze compound weer in. Een grote weg in de vorm van een lus met huizen eromheen. Een zwembad in het midden. Dit is het gehucht waar ik vijf jaar geleden naartoe emigreerde, voor Eric. Mijn leven bestaat uit zorgen voor de kleintjes. Net zoals alle andere vrouwen in deze all American suburb, standaard gehuld in joggingbroeken en T-shirts. Inmiddels zie ik er ook zo uit, want ik wil niet opvallen. Mijn mooie jurkjes uit Europa durf ik niet meer aan; dan kijken ze me aan alsof ik hun vent wil inpikken. God, ik háát het hier.’

Bekrompen mensen

‘Toen ik net in Ohio kwam wonen, zag ik het zonnig in, mijn nieuwe leven in Amerika met mijn droomman. We hadden elkaar ontmoet in Azië, twee jaar daarvoor. Hij werkte als marketingmanager, ik was er op vakantie. Het was liefde op het eerste gezicht, de feromonen vlogen over en weer. Eric was knap, lief, invoelend en charmant. Daarbij: de timing was perfect. Ik was zo klaar met het saaie Nederland, mijn saaie baan en mijn nieuwbouwhuis in Zaandam. Ik wilde dit leven niet. Dromerig en romantisch als ik ben, was dit de uitgelezen kans op weer wat leven in de brouwerij. Deze knappe Amerikaan zou me een ander leven bieden, dacht ik. Al snel woonde ik bij hem in Singapore en we waren oprecht gelukkig. Totdat hij terug moest naar Amerika voor zijn werk. Vanzelfsprekend ging ik met hem mee. Ik wilde bij hem zijn, waar dan ook. We trouwden en kregen een zoon. Hij werd mijn prioriteit en werk kwam wel weer, dacht ik.  Eric daarentegen moest harder werken dan ooit – dat bleek typisch Amerikaans. Ineens was hij nauwelijks nog thuis. Ik dacht dat ik bij andere moeders wel aansluiting zou vinden. Tevergeefs. Constant had ik het gevoel dat ze me niet moesten. Pijnlijk, want ik wilde zo graag vrienden. Ik probeerde het bij een boekenclub, een groepje vrouwen dat eerst heel enthousiast leek. Ik vertelde ze een keer over Nederland, hoe goed het er geregeld is en dat je geen duizenden dollars voor school hoeft te betalen. Vanaf dat moment gunden ze me geen blik waardig. Ook dat we in Nederland een sociaal vangnet hebben, wilden ze niet horen. Ze keken me aan alsof ik gek was. Eentje riep als antwoord: ‘America is the world’s greatest nation. You should be happy! Why the hell are you here if you don’t like it?’ Ik begreep dat ze zich aangevallen voelde of misschien niet beter wist, dus hield ik me voor de lieve vrede verder maar in. Zelfs de expatvrouwen met wie ik redelijk goed kon opschieten, durfden hun mond nergens over open te trekken. Het dorp is klein, de mensen zijn bekrompen en het laatste wat je wilt, is dat iedereen tegen je is. En dus houd ik mijn ergernissen – en dat zijn er na vijf jaar nogal wat – voor me en ben ik hele dagen thuis met mijn drie zoons. Even gezellig naar het café of op een terras hangen, daar doen ze hier niet aan. Iedereen leeft voor zichzelf. Ik ben dodelijk eenzaam, want wanneer Eric ’s avonds thuiskomt, propt hij zijn steak naar binnen, zodat hij daarna meteen weer achter de computer kan duiken. Hij leeft voor zijn werk en is als de dood dat hij wordt ontslagen. Hij is een slaaf van zijn baas en ik begrijp zijn angst. Maar als ik wil praten, hoort hij me niet. Laat staan wanneer ik wil vertellen wat ík voel, want dat is helemaal not done. Je hoort niet te klagen. ‘Stop ranting!’, roept hij dan.’

Dit verhaal is afkomstig uit VIVA 09-2019. Deze editie ligt t/m 5 maart in de winkel of kun je online lezen via Blendle.

»HET HELE ARTIKEL LEES JE HIER OP BLENDLE «

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.