Fleurs column: Amy

Fleurs column

De Kameel en ik gingen naar ‘Amy’. Dat was onvermijdelijk, want ik heb mijn poes natuurlijk niet zomaar naar haar vernoemd. ‘Dag Amy, we gaan naar je geestelijk moeder,’ zei ik plechtig. Amy keek me aan en liet zich vol drama ruggelings op de keukenvloer vallen. Ze doet een ‘I cried for you on the kitchen floor’, zag ik. Ze begrijpt dit. Amy is altijd de juiste naam voor haar geweest. Ik verheugde me overigens niet eens echt op een weerzien met Amy. Na de zoveelste recensie met het woord ‘hartverscheurend’ wist ik natuurlijk precies waar dit op uit zou draaien.

“Je gaat huilen hè,” zei de Kameel onderweg naar de bioscoop. Hij keek er net iets te monter bij. Wat ik begreep, want hij heeft nou eenmaal geen geschiedenis met Amy. Maar ik, o, ik wel.

In 2006 zat ik, zoals wel vaker, op de bank te wachten totdat er iets groots en meeslepends in mijn leven gebeurde. Dat wilde destijds alleen niet zo vlotten, dus ik zapte veel. Langs MTV bijvoorbeeld, want die zonden toen om de tienermoeders heen ook weleens een clip uit. Ineens verscheen op het scherm een vrouw met een gezicht dat zelfs een heel slechte karikaturist moeiteloos kon vatten in een paar zwarte stiftlijnen. Zoveel karakter zag ik.

En hoorde ik, want ze zong. Ze zong dat ze hadden geprobeerd haar in rehab te krijgen, maar ze zei: ‘No, no, no.’ Ik weet nog dat ik opveerde en de tv harder zette. Omdat ik wist dat deze woorden door haar geschreven waren, dat kon niet anders. Het ging over een groots en meeslepend leven. En het was precies wat ik nodig had.

Na de clip stond ik op, en liep met zo’n golvend buikgevoel, dat je alleen krijgt als je iets Heel Bijzonders hebt ontdekt, naar de dichtstbijzijnde platenzaak om daar het nét verschenen album van Amy Winehouse te kopen. En uiteraard draaide ik ‘Back to black’ duifgrijs. Ik pluisde zelfs het tekstboekje uit, zocht duidingen voor frases als ‘sniff me out like I was Tanquaray’ en ‘Life is like a pipe, and I’m a tiny penny rolling up a wall inside’. Daarna kende ik haar, dacht ik. Een beetje. Voordat de hele wereld dat deed. We waren zelfs op dezelfde dag jarig, Amy en ik. Daar voelde ik gepaste trots bij.

Maar verder ben ik nergens trots op. Want we weten allemaal wat er gebeurde in de jaren die volgden. Ik was geen haar beter dan al die andere parasieten: Blake, haar vader, de paparazzi. Ik keek met een even grote bezorgd- als gretigheid naar elke rioolfoto, elk rattenfilmpje waarin ze high, dronken, bebloed, betraand, uitgemergeld, getergd en opgejaagd was. En allang niet meer leek op Amy, maar op iemand die wanhopig graag wilde verdwijnen. Totdat ze in 2011 uiteindelijk echt verdween.

Toen moest ik ook al huilen.

Bij ons weerzien in de bioscoop huilde ik weer. Stiekem, geluidloos, van het begin tot het einde. Omdat ik wist: roem was het monster dat haar opat. En ook ik heb van haar gegeten.

Hartverscheurend, inderdaad.

Fleur Meijer, VIVA redacteur
fleur.meijer@sanoma.com
Twitter: @lafleurfatale

Elke week lees je Fleurs column in VIVA. Online bestellen kan hier.