Fleurs column: ‘In haar hamvormige armen vol slordig geprikte tattoos lag een helblond meisje’

Binnenblijven met mooi weer is een gotspe. Maar dat strand, blasé als ik ben, kénde ik zo langzamerhand wel. Dus toen ik hoorde dat er vrienden met een boot actief waren op de heerlijke binnenwateren, griste ik snel een koude cava uit de ijskast en ging zo snel als mijn blasé beentjes mij konden dragen naar de plas aan de andere kant van de stad, waar de vrienden in het gras lagen.

Ik was nog nooit eerder bij deze plas geweest, en ik vroeg me direct af waarom eigenlijk niet. Er was namelijk een hoop te zien.Een vrouw van middelbare leeftijd met ketchupkleurig stekelhaar in een scootmobiel bijvoorbeeld; een lijf als een gigantische druipkaars, krokant doorbakken hoofd, twee handen aan het stuur, filterloze sigaret in de mond en een T-shirt waar in sierlijk glitterschrift ‘Angel’ op stond.

Ook zag ik klapstoeltjes waar drie buitensporig dikke mannen met halve literblikken Best-bier op zaten. ‘BERT’ las ik bij één van hen in zijn nek. Ze bulderden van het lachen, want de een riep “Homo!” naar de ander, waarna hij zijn lege bierblik samenkneep 
en naast hem in het gras gooide, boven op een imposante afvalberg. Mijn vrienden zaten precies voor hen, zag ik nu. Op sommige dagen kan ik echt mazzel hebben.

In haar hamvormige armen vol slordig geprikte tattoos lag een helblond meisje

Ik liet de kurk dan ook feestelijk ploppen, terwijl mijn oog viel op de enige vrouw in het gezelschap. Ze zat op de grond, en in haar hamvormige armen vol slordig geprikte tattoos lag een helblond meisje met pijpenkrullen tevreden aan een fles felroze limonade te lurken. Nog geen twee, vermoedde ik. Met één hand hield de moeder haar vast, in haar andere hand hield ze een halve liter, een dikke joint en een aansteker. “JANTJE!!!” schreeuwde ze ineens zo hard dat ik verschrikt om me heen begon te kijken. Ik kon niet ontdekken wie of wat Jantje was, maar daar was ook geen tijd meer voor.

“Ik ben helemaal klaar met die tyfuslijer,” zei ze tegen de drie vette klapstoeltjes.
“Het is gewoon een lul, weet je.” Ze klokte haar Best-bier naar binnen, gooide het lege blik op de berg en stak de joint aan.
“Ik moet eigenlijk gewoon weg bij die rammende tyfusklootzak,” zei ze. Verbeten blies ze de rook uit. Er verscheen een dikke wietwolk om het hoofd van het meisje, maar ze gaf geen krimp.

“Ik ken gewoon geen kant op als ik wegga,” ging de vrouw verder. “En dan krijg ik weer die kankerjeugdzorg op m’n dak.” Ze hield haar arm wat strakker om het meisje. “Die teringlijers,” spuwde ze. “Die krijgen mijn meissie niet.” “Daar zorgen we wel voor,” zei de man met ‘BERT’ in zijn nek, en hij pakte een vers blik voor haar. Het kleine meisje pakte op haar beurt de aansteker en begon met het vuurwieltje te spelen. “JANTJE!!” schreeuwde de vrouw weer.

Ik had nog steeds geen idee wie Jantje was. En ik zou het ook nooit weten; het was tijd om aan boord te gaan.
De rest van de dag voelde ik me zo ontzettend dankbaar dat ik het meisje soms bijna vergat.
Bíjna.


VIVA-journalist Fleur Meijer (35) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Lees meer columns van Fleur:

Bedankt, rossige clown
Der club
Henk
Jazz
Weemoed
Schnapps und tabletten
Freelancen
Beautybloggers
Rauw
Logeren
Koken
WC
Arbeid
Roest
Leuk