Fleurs column: Feestbunker

Fleurs column

Er zijn nogal wat zaken waarbij je maar beter niet te lang kunt stilstaan. Want als je dat wél doet, begrijp je ineens weinig meer van jezelf. Laat staan van het leven in het algemeen. Helaas was het daar al te laat voor, want ik was krap onderweg naar het ADE feest, of ik begon al te beseffen dat naar een ADE-feest gaan eigenlijk heel ráár is. Ik bedoel: daar reed ik dan ’s nachts, op een desolaat bouwterrein, in de dampende mist ook nog, op zoek naar een van de vele uitverkochte feestbunkers. We konden het niet vinden, zelfs Google Maps had geen idee, dus ik reed maar rondjes in de hoop dat de feestbunker zich zomaar zou openbaren. Dat soort dingen ga je blijkbaar denken op desolate, mistige bouwterreinen. En ik had nog gelijk ook, want openbaring kwam in de vorm van een klein ­mannetje met een lichtgevend ‘Star wars’-zwaard, dat ons nors zwijgend een kant op stuurde. Ráár.

Een dwaalspoor, bleek al snel, terwijl je van ­mannetjes met een ‘Star wars’-zwaard toch beter zou verwachten. De Kameel besloot om dan maar te voet verder te gaan, dwars door decors waar je uitstekend kunt liquideren, maar het niet fijn wandelen is. Na zo’n twintig minuten modder en ­asfalt vonden we dankzij het ook al zo vreemde, maar onfeilbare innerlijke kompas van de Kameel een gebouw en een heel lange rij mensen en dranghekken. Als je dan eens om je heen kijkt, wordt het pas écht raar. Niemand praat namelijk in zo’n rij, maar staart woest geurend naar haarlak en aftershave een beetje voor zich uit. Dat zal iets met de absurde rite van het fouilleren te maken hebben, want daar wachtten we op. Met beveiligers in kordaat uniform die hun zero tolerance-act hooghouden, terwijl ze ook wel weten dat er zakken vol pillen en poeders de poort door gaan. Ráár.

En het werd er niet normaler op toen we eenmaal binnen waren. Monotone techno die ineens van alle kanten op je afkomt, mensen van corps- tot getto-pluimage die om elkaar heen krioelen, de allesverzengende pislucht in de kelder, het vinden van de rest van je feestgezelschap. Dan, eindelijk, sta je in een zaal vol laserstralen, opgesteld als in een reusachtige pot augurken, en maak je kleine schokkende bewegingen; dat noem je ‘dansen’.

Inmiddels was ik zo ver uitgezoomd dat ik er echt helemaal niets meer van snapte. Vooral omdat ik al jaren meega in deze wereld, maar het eerder nooit zag. Oók zo raar. En toen, als apotheose, doemde ­ineens een ontbrekend lid van het feestgezelschap op, dat vertelde dat de beveiliging haar brood had afgepakt. Brood, inderdaad. Bóterhammen. En terwijl iedereen met pupillen ter grootte van ontbijtborden om haar heen stond te schokken, ­vertelde ze dat ze geen drank of drugs gebruikte, maar zonder brood geen stap buiten de deur zette. “Maar ik moest het weggooien. Zó lullig!”

Dat was het moment waarop ik het definitief opgaf. En dat was maar beter ook.

Fleur Meijer, VIVA redacteur
fleur.meijer@sanoma.com
Twitter: @lafleurfatale

Elke week lees je Fleurs column in VIVA. Je kunt het blad online bestellen.