Fleurs column: Festival

fleurs column

De Kameel en ik gingen naar een festival. Zoals wel vaker natuurlijk, want probeer maar eens níét naar een festival te gaan in deze gefestivaliseerde samenleving. Maar dit was weer eens een echte, zoals God het bedoeld heeft. De naam, Best Kept Secret, was veelbelovend, de line-up ook en we gingen met een uitstekend genootschap, dus wat dat betreft kon er weinig misgaan.

Of het moest het kamperen zijn. De weersvoorspellingen in mijn app, die ik zo’n zestien keer per uur checkte, hoorden thuis in de categorie ‘uitermate kut’. Maar goed, ik heb het positief denken dan ook bepaald niet uitgevonden, omdat ik van mening ben dat het dan altijd meevalt en je dus onder de streep juist positiever uit bent. Helaas deelt De Kameel die mening totaal niet en hij heeft dan ook een hartgrondige hekel aan mijn zonnig bedoelde zwartkijkerij. Ik deed dus mijn best om niet hardop te praten over tenten en luchtbedden (beiden natuurlijk lek), nachtelijke onderkoeling (dat krijg je met lekke tenten en luchtbedden) en dreigende blikseminslagen (vast niet bij ons, maar je wéét ’t niet).

Helemaal slaagde ik daarin niet, want woorden als ‘regen’ en ‘kou’ laten zich nou eenmaal makkelijk uitspreken. De Kameel rolde dus ietwat vaker met zijn ogen dan normaal, maar ik was in mijn hoofd in elk geval genoeg voorbereid op mogelijke rampspoed. Goedgeluimd vertrok ik met de auto (file- en pechscenario’s uiteraard inbegrepen) richting Hilvarenbeek.

Daar bleek de camping prachtig gelegen tussen bossen en beekjes, waren de douches en wc’s schoon en bovendien mét wc-papier. Ook over het opzetten van de tent viel al geen column te schrijven met koddig bedoelde overdrijvingen over het smijten van tentharingen op boze schedels. Na vijf minuten lag ik binnen het luchtbed en de slaapzak uit te testen en ook daar viel niets onheilspellends aan te ontdekken. Daarbij was het droog. En dat bleef het eigenlijk ook.

Zo kwam het dat ik drie dagen lang een festival had waar de ene na de andere utopische ervaring volgde. Och, wat was het fijn de dag te beginnen met (lekkere!) koffie en een fles (heerlijke!) cava om daarna te ontdekken dat ze op Best Kept Secret hun hand niet omdraaien voor halve kreeften en de best gebouwde burgers die ik ooit at. Zelfs The Libertines  (waarbij ik toch een Pete Doherty verwachtte die elders in een greppel iets lag te injecteren) bleken niet alleen compleet, maar zelfs góéd. Om maar niet te zwijgen over St. Paul & The broken bones (bestaan er blanke Otis Reddings? Ja, dus) en de nachtelijke dj-sets die me lieten dansen en houden van al die leuke, lieve mensen die er waren en vooral de Kameel en dat leuke, lieve genootschap met wie ik was. Ook werd ik een keer tweeëntwintig en een keer vijfentwintig geschat en wilde een achttienjarige met me zoenen.

Nee, dit festival was er echt een zoals God het bedoeld had, in alle opzichten. Dat ik nu de stem heb van een hooggetoupeerde mentholrookster en het lijf van een tragische oude man heb, had ik overigens niet ingecalculeerd. Maar dat geeft niet.

Fleur Meijer, VIVA redacteur
fleur.meijer@sanoma.com
Twitter: @lafleurfatale

Elke week lees je Fleurs column in VIVA. Online bestellen kan hier.