Fleurs column: Ga dan opzij

fleurs column

Ik vind geweld en agressie hartstikke enig, laat ik dat voorop stellen. Maar dan wel daar waar het thuis hoort: in een film of serie. En dus niet in het echte leven, laat staan míjn leven. En al helemaal niet in mijn eigen straat waar ik met mijn zusje in de deuropening een spoedoverleg sta te voeren over belangwekkende zaken – in dit geval de schep en de hark die ik voornemens was aan te schaffen.

Het was een prettig gesprek, want mijn zusje vond het een uitstekend idee dat ik een schep en een hark ging kopen, omdat volgens haar daarmee tuinen echt opknappen. Ondertussen legde buurman Bas aan de overkant onduidelijke maar scherpe voorwerpen in zijn oude Volkswagenbusje, en zette buurman Elvis achter het raam een nieuwe medley van The King in, wat meestal betekent dat hij elk moment naakt kan gaan gewichtheffen. Niets aan de hand, kortom. De ontbrekende taartkers was alleen nog sportschoolhouder Ronnie, die, tot aan de nek in de tattoos, dagelijks goedkeurend over straat en sportschool waakt, compleet met een enorme hond genaamd Tyson.

Wáren Ronnie en Tyson er maar, toen ik ineens een harde duw in mijn rug kreeg en bijna de deuropening in struikelde. Verbaasd keken mijn zusje en ik op, en we zagen een scharminkelige, kleine puber lopen die zichzelf desondanks de bonkige tred van een volleerd gangster had aangemeten. “Doe es effe normaal man, idioot!”, schreeuwde mijn zusje. Waarna ik ook zoiets riep, met toevoeging van de woorden ‘totale randdebiel’. De pubergangster keek om: een kop als een knaagdier en gemene kraaloogjes met de duidelijke zweem van een angstaanjagende laagbegaafdheid. “Teringhoer! Ga dan opzij, vuile kut!”

‘Wát?’ riep ik. Ik had natuurlijk heel andere dingen moeten roepen, maar als je eerst geduwd wordt en daarna ook nog voor teringhoer en vuile kut wordt uitgemaakt, kom je gewoon even niet op iets beters. En het werd nog erger, want ik zei daarna: “Ik zag je niet eens!”

Hij kwam dreigend op me afgelopen, want ik zag ’m wél, ik ging expres niet opzij, kánkerbitch die ik was. “Je hebt fokking geluk dat je een vrouw bent, anders had je nu een mes tussen je ribben gehad.”

Daar had hij zeker gelijk in. Ik heb inderdaad fokking geluk dat ik een vrouw ben, en dat binnen no time buurmannen Bas en Elvis samen met mijn zwager kwamen aansnellen om  de zielige puberprimaat te omsingelen en te intimideren zoals alleen beschaafde mannen dat kunnen.

Een paar minuten later waggelde hij weg, het schuim nog om de bek. Zijn laatste ‘Teringhoer!’ stierf weg om de hoek. Ik hoopte even dat Ronnie en Tyson daar stonden. Of ikzelf, maar dan in het bezit van heroïsche moed en een arsenaal aan verbaal gif. In plaats daarvan ging ik zuchtend op weg om een schep en een hark te kopen. Mijn tuin is er vooralsnog niet van opgeknapt. Mijn hoofd des te meer.

Fleur Meijer, VIVA redacteur
fleur.meijer@sanoma.com
Twitter: @lafleurfatale

Elke week lees je Fleurs column in VIVA. Online bestellen kan hier.