Fleurs column: Gilles de la courgettesoep

De Kameel lijdt aan een syndroom. Een syndroom zo zeldzaam en onbekend dat er geen naam voor is. Tot nu. Er was vier jaar intensieve omgang met de patiënt voor nodig en een zorgvuldige analyse van de zich herhalende feiten, maar nu heb ik een naam: Gilles de la courgettesoep. De Kameel lijdt aan Gilles de la courgettesoep.

Een definitie van dit ziektebeeld geven is niet eenvoudig, maar laat ik toch een eerste poging doen.
Het Syndroom van Gilles de la courgettesoep ([sin’drom] [kurzjetsup] het, ~o, geen meerv.):
‘Aandoening waarbij iemand (m/v) een conversatie beschouwt als een uitwisseling van volledig op zichzelf staande, niets met elkaar van doen hebbende verhalen in plaats van een conversatie waarbij men op elkaar reageert; alle pijnlijke dan wel ongemakkelijke gevolgen van dien daarbij niet in acht nemend.’

Er was vier jaar intensieve 
omgang met de patiënt voor nodig, maar nu weet ik wat hij heeft: Gilles de la courgettesoep

Ja, dat is ’m ongeveer. En ik begrijp nu ook waarom ik vier jaar nodig had om deze aandoening vast te stellen. Gilles de la courgettesoep is een typisch voorbeeld van het Cruijffiaanse gezegde ‘je gaat het pas zien als je het doorhebt.’ Natuurlijk had ik wel al vroeg in de relatie door dat de Kameel er soms malle, ontregelende gesprekstechnieken op na hield.

Dan hield ik, zeg, een passioneel betoog over, zeg, mijn onvermogen om goed zittend ondergoed te kopen en sloot dat betoog af met iets als: “Óf het knelt óf het zakt af. Snap jij dat nou?” Nou, en dan keek ik naar de Kameel, die nu, zoals dat gaat in een conversatie, een reactie ging geven. Die dan iets zei wat daar niets, maar dan ook níets mee te maken had.

“Ik wil mijn haar binnenkort net als Matthias Schoenaerts.”
Of: “Mijn broer loopt morgen een halve marathon.”
“O,” zei ik dan, volledig confuus en dacht dat het aan mij en mijn oninteressante verhalen lag.
Inmiddels weet ik beter.

Want laatst zaten we in de tuin bij mijn moeder. Moeder was aan het woord en vertelde over een pijnlijk etentje met mensen die ze altijd als haar beste vrienden had beschouwd. Het was een goed, smeuïg verhaal, waarbij het onmogelijk was niet aan haar lippen te hangen. “Nou, en toen hoorde ik dus dat ze al jaren stiekem hun verjaardagen vieren zonder het mij te vertellen,” sloot ze af. “En weet je waarom? Omdat ik volgens hen niet meer in de groep pas. Kun je het geloven? Na meer dan veertig jaar! Ik ben eigenlijk ontzettend boos en gekwetst, weet je dat?”

Daar kon ik me wel iets bij voorstellen uiteraard, dus ik zei dingen als “belachelijk!”, “hoe kan dat?” en “wat een zakkenwassers!” De Kameel had hier ook wat op te zeggen, zo bleek. Hij nam een slok van zijn wijn, keek mijn moeder aan, en sprak de hiernavolgende zin:“Ik heb gisteren heel lekkere courgettesoep gemaakt.” Mijn moeder keek mij aan, ik keek mijn moeder aan, en samen keken we de Kameel aan.

“Courgettesoep,” zei ik.
“Je hebt gisteren courgettesoep gemaakt,” zei mijn moeder.
“Ja!” zei de Kameel. “Hij was toch heel lekker?”


VIVA-journalist Fleur Meijer (35) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Lees meer columns van Fleur:

Der club
Henk
Jazz
Weemoed
Schnapps und tabletten
Freelancen
Beautybloggers
Rauw
Logeren
Koken
WC
Arbeid
Roest
Leuk
Molenplas