Fleurs column: ‘Hij had erg, erg veel spijt. Dat hoorde ik, dat voelde ik’

Het was tien uur ’s ochtends en ik klopte op mijn voordeur. Sleutels kon ik even niet vinden, die bevonden zich hopelijk ergens in het rolkoffergevaarte dat naast me stond. Ach, nu gaf ik de Kameel tenminste de kans me warm te onthalen 
na een week afwezigheid. Ik was even op culinaire cruise, zie je. In de naam der journalistiek uiteraard. Met een zware taak die aldaar op mijn tere schouders rustte: eten.

Zálig was het.
Tweemaal daags een knisperend opgemaakt bed. Personeel met een permanente glimlach. De beste bloody mary’s in de geschiedenis van de mensheid. En ach, het eten. Zo heerlijk dat ik nu hoogzwanger van drie foodbaby’s voor de deur stond. En om die reden ook wel weer opgelucht dat het voorbij was. Al zou een eggs benedictje met zalm er nog wel in gaan, zo vlak voor mijn dieet des doods. Of één klein kreeftje nog.

Duurde lang trouwens, dat opendoen. Hij zal wel in de keuken staan voor een welkomstontbijt. Of in de tuin, om onkruid te wieden. Ik klopte nog een keer.
En nog een keer.
Ineens gebonk. Een gesmoorde vloek. En toen verscheen in de deuropening de Kameel. In alleen een boxershort. Met ogen als spleetjes die ik steeds groter zag worden terwijl een gemêleerde dampkring van afgewerkte alcohol mijn neus binnendrong. Ik hoestte. En zei: ‘Hallo.’
‘Je bent er!’ walmde hij.

Om de geurbeleving af te toppen kwam er nu een divers palet aan Franse kazen uit zijn bekje gesijpeld.
‘Je zou tien uur komen!’
‘Het ís tien uur,’ zei ik, wapperend met mijn hand. Er volgde een dialoog, en daarover wil ik graag het volgende zeggen: ga niet te lichtzinnig om met zaken als AM en PM.
Enfin. ‘Mag ik naar binnen?’ vroeg ik zonder dat het een vraag was.
‘Ik wilde nog opruimen!’ riep de Kameel, in paniek nu. ‘Je zou vanavond pas komen!’

Hij had erg, erg veel spijt. Dat hoorde ik, dat voelde ik.

Maar het was te laat. Ik was al de gang door, de woonkamer in.
‘Ooooooh!’ deed ik. ‘Oooo-oooh!’
Nu was het gewoon het pandemonium dat ik inmiddels wel verwachtte: veel flessen, nog meer glazen, gemorst kaarsvet, openstaande kastdeuren. Alleen de pan met bouillon en de snijplank vol half gesneden groenten kon ik niet plaatsen.
‘Ze kwamen ineens!’ rende de Kameel achter me aan. ‘Ik was gister aan het koken! Voor ons! Voor jou! En toen kwamen ze ineens!’

Hij had erg, erg veel spijt. Dat hoorde ik, dat voelde ik.
Ik was helemaal niet boos, maar dit buitenkansje laten liggen? Ik zou wel gek zijn. Dit betekende zeurpermissie! Minstens een uur! Zonder weerwoord!

Dus daar ging ik. Liep naar de slaapkamer: ‘JE HEBT NIET EENS HET BED VERSCHOOND!’ Trok de ijskast open: ‘JIJ HAALT OOK NOOIT KAAS EN IK LÚST GEEN PARMAHAM!’ Keek de tuin in: ‘EN HET ONKRUID HEB JE ÓÓK NIET GEDAAN!’ De Kameel stotterde dat hij heus nog had gestofzui… ‘O JA? WAT IS DAT DAN OP DE GROND?!’ Daarna zei ik ook nog twintig keer dat ik was aangekomen en zei de Kameel twintig keer dat ik hartstikke slank was.
Zálig was het.


VIVA-journalist Fleur Meijer (35) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Lees meer columns van Fleur:

Beautybloggers
Rauw
Logeren
Koken
WC
Arbeid
Roest
Leuk
Molenplas
Gilles de la courgettesoep
Dronken
Carb lover
Kastje des doods
Throner
Eekhoorn