Fleurs column: Hollandse hypocriet

Reizen is het leukste wat er is, alleen is het soms wat hinderlijk dat alles er zo ánders is. Ik besef dat ik nu klink als een middelbare witte driekwartlegging op een plastic tuinstoel, maar als ik echt zo was ging ik natuurlijk niet naar Hongkong.

Nee, het hinderlijke is dat ik bij alles wat anders is, denk: goh, wat… apárt zeg, dat doen wij heel anders. En dat is niet bepaald de antropologische kerngedachte die ik zou willen hebben in den vreemde. Ik wil aanschouwen zonder te oordelen en al helemaal niet denken dat wij dus wél normaal zijn. Tot zover mijn innerlijke gutmensch.

Want ik ging naar de markt. Nu wist ik al dat de markt, normaal gesproken een van mijn favoriete culturele tijdsbestedingen in elk buitenland, hier erg… apárt moest zijn. De dag ervoor had Kenza, onze Vlaamse gastvrouw die al vier jaar in Hongkong woont, namelijk een dansende plastic zak mee naar huis genomen. “Die eh, zak bewéégt,” sprak ik toen onnozel.

“Dat klopt,” zei ze. “De garnalen leven nog. Zo gaat dat hier.”
Nu waren die garnalen, eerlijk is eerlijk, de lekkerste die ik ooit gegeten had, en dood waren ze tóch al, dus laat ik die Hollandse hypocriet maar gewoon uitschakelen. Maar op de markt, waar ik me eerst nog stond te vergapen aan al het weelderig fluorescerend fruit, kwam ik langs een viskraam.

Daar lagen de vissen niet erg boos kijkend en erg dood uitgestald op ijs zoals ik gewend was, maar op elkaar gestapeld in kleine afwasteilen. Levend, spartelend en, naar ik vreesde, in erge doodsnood. Een van de vismannen smeet onderwijl een vis in een andere teil, waarschijnlijk om hem nog even in leven te houden.
Zo gaat dat hier, poogde ik cultuurrelativistisch te doen, het is handel. Maar eigenlijk dacht ik: wat zíelig. Ik wilde doorlopen, maar keek tot mijn spijt nog even in een kist op de grond. Daarin keken zo’n veertig kikkers zwaar depressief voor zich uit. Eentje gaf nog een mismoedig kwaakje ten beste. Zo gaat dat hier, dacht ik. Maar daarna keek ik ook ietwat depressief voor me uit.

Niet lang daarna lag ik overigens gelukkig en tevreden op het strand, want je bent een Hollandse hypocriet of niet. Ik was zojuist in een kleine siësta verzonken, toen ik wat gemorrel aan mijn teen voelde en wakker werd met een haag kwetterende Hongkongers om me heen. Starend, en allemaal met een telefoon in de aanslag.
Verschikt veerde ik op, en ik zag dat de Kameel inmiddels gierend peacetekens stond te maken met zijn Aziatische fanclub. Wat ís dit, gebaarde ik naar de Kameel. Geen idéé, gebaarde hij terug.

“Come! Come! Photo!” zei de haag, en ze trokken me overeind. Zo stond ik ineens heel hard mijn buik in te houden tijdens een guerillafotoshoot in bikini. Dit duurde minstens twintig minuten, want je kunt veel van Chinezen zeggen, maar niet dat ze met weinig zijn. Daarna liepen ze vrolijk terug naar hun strandbarbecue om hun half levende vissen te grillen.

“Apárt, hè,” zei ik tegen de Kameel.


VIVA-journalist Fleur Meijer (34) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Je kunt het blad hier online bestellen.

fleur.meijer@sanoma.com
Twitter: @lafleurfatale

Lees meer columns van Fleur:
De Kong in Hong Kong
Katastrofe (2)
Amsterdamned
Wormgat