Fleurs column: Kampioen

fleurs column

Acht jaar heb ik het uitgesteld. En waarom? Hoe heb ik ooit zonder gekund? Hoe heb ik al die tijd de onheilsgoden zó in de kaart kunnen spelen? Om mijn leven lekker edgy te houden? Was het een hoogmoedige poging volwassenheid af te wenden? Domheid? Of gewoon een luie inborst? Ach, wat maakt het uit: ik heb ’m. Mijn ANWB-lidmaatschap.

Dat is wat, hoor. Ik heb me in tijden niet zo verstandig gevoeld. En nog vóór de onheilsgoden hebben kunnen toeslaan. Althans, die van het departement ‘gemotoriseerde voertuigen op ’s Herens wegen’. Want op andere gebieden zijn ze behoorlijk actief, maar daar heb ik jullie al te vaak mee vermoeid.

En alsof het gevoel eindelijk bij een verstandige club mensen te horen nog niet fijn genoeg was, viel deze week ook nog het nec plus ultra op de mat. Door het plastieken keurslijfje heen zag ik twee stralende jongelingen door een schitterend lentelandschap fietsen. Zij voorop, met een mand zonnebloemen. Mijn allereerste Kampioen, hij was er.

Luidkeels kondigde ik dit aan bij de Kameel, die mijn vreugde niet helemaal snapte, maar hij heeft zijn coming of age dan ook al lang achter de rug – 
en had daar niet eens een Kampioen voor nodig.

Ik scheurde gulzig het plastic open en dook op de bank om me eens onder te dompelen in de wereld van de ANWB. Een wereld waar ik om een of andere reden altijd polygoonbeelden bij zie, omlijst door zo’n blikken stem: ‘Koning Winter, die ons vaderland maanden in zijn ijzige greep heeft gehouden, is voorwaar verjaagd door de lente, die zich thans met haar bloemenpracht van haar charmantste kant laat zien. Vele landgenoten trekken er eerdaags met de valiezen op uit om te verpozen in de lommerrijke bossen, alwaar zij zich enthousiasmeren voor de 
vocale acrobatiek van de wielewaal.’

Oké, de ANWB gaat met zijn tijd mee natuurlijk, dat begreep ik al lezende in de Kampioen ook wel. Maar die heerlijk frisse, praktische volksaard is er nog. 
En hoe.

“We moeten naar Kaag en Braassem!” riep ik vanaf de bank naar de Kameel. “Dat is heel mooi. En we krijgen gratis koffie als we een Veense lekkernij 
bestellen!”

En vervolgens: “Nee! We moeten naar Zwitserland. Romantiek op het Zwitserse spoor! En waarom 
hebben wij geen fietsendrager met oprijgoot? 
Dan kunnen we naar de Ardennen. Hier! Tien 
procent korting op alle trekhaken! Ook nog!” 
De Kameel, verstandig als hij is, humde instemmend, terwijl ik door oreerde dat het zo leuk was dat de hoofdredacteur Frits heet en de columnist Gijsbert. “Avonturen van een wegenwacht. Geestig, niet? En de mensen sturen er nog ingezonden brieven! Hier: Fieke bedankt de ANWB voor haar wandelschoenen. Lief, hè? En Anneke voelt zich zo onzeker als automobilist dat ze voorstelt dat alle fietsers verplicht een veiligheidshesje moeten dragen.”

Maar het rare was: ik besefte dat ik ineens écht 
behoefte had aan een trekhaak. Een verstandig 
leven begint met een trekhaak. Ik wil een trekhaak. Dan komt alles eindelijk echt goed.


 

VIVA-journalist Fleur Meijer (34) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Je kunt het blad hier online bestellen.

fleur.meijer@sanoma.com
Twitter: @lafleurfatale

Lees meer columns van Fleur:
Zorgexamen
Huiskamercafé
Ziek en volwassen
Balans
Mijlpaal
Sint is satan
Alarm
Landen
Reislijder
Saai Jong Stel
Oma
Septemberissues
Vlooien
Kattenleven
Vlees, Vlaanderen en film
Festival