Fleurs column: Katastrofe (2)

Deel 1 van Fleurs Katastrofe gemist? Klik hier.

Zul je net zien: precies op het moment dat je vermoedt dat je de bananenschillen des levens wel 
zo’n beetje gehad hebt, althans voor dit jaar, zie 
je jezelf ineens zitten in de wachtkamer van het 
dierenziekenhuis. Naast je een huilend mandje vol poes, want ze heeft een gecompliceerde botbreuk. Waar straks pinnen, platen en schroeven tegenaan gaan, samen met veel geld, medicijnen en intensieve nazorg. Ja, dan heb je het enorm getroffen dat je precies een dag later op vakantie gaat, en gelukkig ook een beetje in de buurt, namelijk Hong Kong.

In een moedige poging dit alles niet te veel te laten doordringen, bladerde ik in een tijdschrift. ‘De labrador post’, zo bleek, en ik was al snel verdiept in een artikel over ‘ongewenste kleuren binnen het ras’. 
Labradors, ik wist het ook niet, moeten blond, chocoladebruin of pikzwart geboren worden, en wie daar onverhoopt tussenin zit, is dus ongewenst. Laat Sylvana het maar niet horen, dacht ik.
Ik had graag langer stilgestaan bij deze curieuze rassenkwestie, maar ik werd opgeroepen. Een lief baliemeisje legde me stap voor stap uit wat er straks zou gebeuren met mijn arme Amy. Narcose, een pin, een plaat, een week antibiotica, pijnstilling, verband dat er na twee dagen af moest en een plastic kraag om te voorkomen dat ze de wond zou open likken en ik ‘heel veel verder van huis was’. Maar ik bén al zo ver van huis, zuchtte ik inwendig.

“Wil je nog even meelopen om afscheid van haar 
te nemen?” vroeg het meisje. Ze nam me mee naar een ruimte met hokken vol individueel kattenleed. Een zwarte, met geamputeerd pootje. Een rode, nog onder narcose, de tong uit het zielige bekje. En als paukenslag een piepkleine kitten met een piepklein infuusje, die naar me op keek. Het was de allerbeste imitatie van het huilende zigeunerjongetje dat ik ooit had gezien. Bedankt lul, dacht ik, want nu begon ik ook. “We gaan goed voor haar zorgen, het komt allemaal in orde,” zei het meisje, terwijl ze een hand op mijn schokkende schouders legde.

In de uren die volgden, deed ik wat mensen die op 
vakantie gaan naar Hong Kong zoal niet doen. Ik kocht twintig blikjes van het allerlekkerste, duurste voer dat ik kon vinden. Richtte de slaapkamer in als revalidatieoord, leidde de verpleging rond die elke minuut moest zweren dat ook zij goed voor haar zou zorgen en dat alles in orde zou komen.

Daarna kwamen per telefoon de verlossende woorden ‘alles is goed gegaan’, en haalde ik het huilende mandje vol poes weer op, nu met een rood verband en een satellietkap. Ik voerde haar tonijn met antibiotica, aaide haar, zei duizend keer ‘sorry’, belde nogmaals met de verpleging die opnieuw haar eed moest afleggen en schreef een partituur van een handleiding, inclusief markeerstift in vier kleuren.

Over één ding was ik wél opgelucht: ik heb nog geen échte kinderen.

Dat zou mijn dood worden.


VIVA-journalist Fleur Meijer (34) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Je kunt het blad hier online bestellen.

fleur.meijer@sanoma.com
Twitter: @lafleurfatale

Lees meer columns van Fleur:
Treinleed
Factor Twintig
Amsterdamned
Wormgat
Mannetjes
Penisnood
Je suis Kruidvat
Kolonisatie
Ikea
Tatoeaties