Fleurs column: De Kong in Hong Kong

En zo kwam het dat ik nu dan toch in Hong Kong ben. Een prestatie van formaat, mag ik wel zeggen. Een poes met een gebroken poot achterlaten is namelijk één ding, maar als je dan ook nog op tien seconden na je vliegtuig haalt (iets met een monsterfile en een NS met ernstige zonnesteek – de theatrale slapstickscènes die dit opleverde, mag je er zelf bij bedenken, maar het eindigde ermee dat de Kameel een reddende KLM-engel hartstochtelijk op de mond zoende) om voorts uren later te moeten toezien hoe twee douanebeambten met overtuigende Kim Jong-Un-blikken je tas zorgvuldig opensnijden met een stanleymesje, een proces dat zo veel tijd in beslag neemt dat je begint te vermoeden dat er misschien écht een puntzak crack in is gestopt, zodat je jezelf al ziet liggen op een met urine doordrenkt matrasje met twee kakkerlakken genaamd Hope en Justice, je enige gezelschap voor de komende vijftig jaar. Dit is de langste zin die ik ooit geschreven heb, en niet zonder reden: het wás me allemaal wat zeg.

Je ziet jezelf al liggen op een met urine doordrenkt matrasje

Maar ik ben er. Ik ben in een stad waar men dagelijks het eigen gewicht aan zweet uitscheidt, en die eruitziet alsof God zelf met Lego heeft gespeeld. Duizenden blokken wolkenkrabber, tussen en op groene heuvels, waar zeven miljoen mensen opeengestapeld wonen en vooral heel hard werken. Starend naar de skyline vanaf een rooftop bar met een bloody mary in de hand geeft dat een even indrukwekkende als deprimerende aanblik, kan ik je vertellen.

Gelukkig is er verder niets deprimerend aan deze vakantie. De Kameel en ik verblijven niet in een wolkenkrabber, maar in een schattig dorpje aan het strand. In goed gezelschap ook nog: twee Peruvianen, van wie één de teerbeminde ex-huisgenoot van de Kameel is die niet voor niets The Latin Cliché heet, en zijn geliefde, een Vlaamse expat die al vier jaar in Hong Kong woont, vier talen vloeiend spreekt en eruitziet als de liefdesbaby van Penélope Cruz en Keira Knightley. Ik ben erg blij dat zij er is. Niet alleen omdat ze ons onvermoeibaar door de stad gidst en kennis heeft van de beste dim sum-plekken, maar ook omdat je íemand moet hebben om veelbetekenende blikken mee uit te wisselen. Twee Latino’s en een Kameel in een huis: ik geef het je te doen.

Ik: “I’m going to marinade the spare ribs.”

The Latin Cliché, wijzend naar zijn kruis: “Why don’t you marinade this one!”

Gegiechel. Blik.

Ik: “O, look at the moon, it’s huge!”

De Kameel: “She said huge.”

Gegiechel. Blik.

Tot overmaat van vermaak raakt de Kameel inmiddels ook ingewijd in het fenomeen ‘Latinada’, zodat ik nu dagelijks van hem te horen krijg dat mijn ogen schitteren als duizend sterren of dat er nu een gat in de hemel zit omdat ik erdoorheen kwam vallen.
Maar het went verbazingwekkend snel, zo’n macho Kameel. Zoals alles altijd snel went op vakantie. “We’re putting the Kong back in Hong Kong!”, hoor ik hem net zeggen.
Zo is dat. We zijn er. En we blijven nog even.

_______________________________________________________________________________

VIVA-journalist Fleur Meijer (34) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Je kunt het blad hier online bestellen.

fleur.meijer@sanoma.com
Twitter: @lafleurfatale

Lees meer columns van Fleur:

Hollandse hypocriet
Katastrofe
Katastrofe (2)
Wijvengedrag
Clichébingokaravaan
Plexit
Wegwijsman
Kattenvrouwtjes
Soepele lendenen
Tatoeaties
Treinleed