Fleurs column: Koningsdagstress

fleurs column

‘Koningsdagstress’ is geen officieel woord, en daar begrijp ik derhalve niets van. Want als er één feestdag is die het in zich heeft om de mensheid per toverslag in een nerveus leger mieren te veranderen, is het Koningsdag wel.

En dat is toch vreemd, want er komt geen brunch, diner of familieverplichting aan te pas. Ergens aanwezig zijn waar het gezellig is om het vervolgens op een zuipen of recreatief drugsgebruiken te zetten volstaat, tenzij je een frisgewassen handelsgeest hebt en een partij overgeschoten Ravensburger-puzzels. Die laatste soort mensen ken ik in elk geval niet, laat staan dat ik dat zelf ben, dus ergens aanwezig zijn waar het gezellig is: dat is het enige dat mij te doen staat op Koningsdag.

Dat klinkt eenvoudig, maar dat is het natuurlijk niet. Als dat zo was, zou namelijk niet elke grote stad bestaan uit dat nerveuze leger menselijke mieren, krioelend op zoek naar de plek waar het gezellig is.

Ja, in mijn prille jeugd, tóen was het eenvoudig. Ik wist niet beter of Koninginnedag speelde zich enkel en alleen af op een grasveldje in ons dorp. Aldaar had zo’n ontroerend betrokken Oranjevereniging tent, band en bier voor de volwassenen geregeld, terwijl wij kinderen heel veel sinassplitten vraten, eens een oranje bal wierpen, een enge clown uitlachten en lijdzaam moesten toezien hoe onze ouders ineens gek begonnen te doen – als je écht pech had met een hoedje op.

Maar als je zestien bent, kun je je ouders nuchter nauwelijks verdragen, en al helemaal niet met een hoedje op. Dus ging ik het mierenleger in, op weg naar Amsterdam, want dáár was het gezellig.

En inderdaad, als je zestien bent, zijn mensenmassa’s machtig mooi, evenals lauw bier en dito kots. We liepen gewoon wat rond, want toen geloofden we nog dat de reis de bestemming was, en daarbij: wisten wíj veel wat er allemaal te doen was. Men communiceerde feesten in die tijd nog – heel schattig – via affiches, dus je miste nogal eens wat, maar dat wíst je tenminste niet.

Maar toen brak ineens het grote mobiele tijdperk aan en werd alles verpest. Al jarenlang doe ik maar één ding op Koninginnedag, en dat is ‘Waar ben je?’ appen naar mijn steeds uiteenvallende bataljon vrienden. ‘Magere Brug! Kom ook!’ appen ze dan bijvoorbeeld terug, terwijl anderen me tegelijkertijd sommeren naar Amstelveld/Jordaan/Stopera/viaduct/het huis van die ene gast te komen. Want dáár is het dus gezellig. En dus marcheer ik de hele dag en avond gestrest append voort: men zou van minder gaan zuipen en recreatief drugsgebruiken. De enige redding tegenwoordig is uitgenodigd worden op zo’n fijne, overzichtelijke boot, maar mensen met een boot hebben eind april ineens verdacht veel vrienden, dus daar kom je óók niet tussen.

Dit jaar ga ik het daarom eens heel anders doen. Ik word al driftig ge-appt met de alomtegenwoordige ‘Wat ga je doen met Koningsdag?’-vraag, en ik antwoord nu bijzonder kalm dat ik dat nog niet weet. Maar ik weet het wel: ergens aanwezig zijn waar het gezellig is. En dat kan best eens mijn eigen tuin zijn.

Ik word oud, geloof ik.

Fleur Meijer, VIVA redacteur
fleur.meijer@sanoma.com
Twitter: @lafleurfatale

Elke week lees je Fleurs column in VIVA. Online bestellen kan hier.