Fleurs column: Landen

Fleurs column

Het vliegtuig steeg op, en het zou nog zo’n twintig uur duren voor ik weer in Nederland zou landen. Veel te weinig tijd om een comfortabele zithouding te vinden uiteraard, maar ruim voldoende om eens wat te contempleren over de vakantie in Taiwan en de columns die ik daarover ging schrijven. Onder een lila dekentje van brandgevaarlijke makelij gaf ik me over aan het bevreemdend vacuüm dat een vliegtuig is, zo zonder aarde en alles wat daarop gebeurt. De komende twintig uur bestond mijn wereld uit weinig meer dan dienbladen voedsel verschalken.

Daar zou ik trouwens wel een hele column aan 
kunnen wijden, bedacht ik. Aan hoe het toch komt dat ik zo dol ben op vliegtuigeten, terwijl ik heus 
wel proef dat er Glassex op de fruitsalade zit en 
geraspte zwavel over de kip. En toch eet ik het 
allemaal met smaak op, tot aan het weeïge rijst-puddinkje aan toe, en het liefst begin ik daarna weer van voren af aan. Het zal iets memento mori-achtigs zijn, een diepgeworteld besef dat een 
vliegtuigmaaltijd weleens je laatste kan zijn. Of 
gewoon vraatzucht. Waarschijnlijker, in mijn geval. Eten, daar moet het sowieso over gaan. Over hoe de Kameel en ik zeiden: “Kom, we gaan anthonybourdainen.” En dan vervolgens bij kraampjes op de nightmarkets nekjes en maagjes van een eend aten, die verschrikkelijk lekker waren, net als de rijstfrisbee met krokante varkensoren. Of we wezen een grote, levende krab aan, die ons heel verwijtend aankeek terwijl hij in een emmer werd geschept. “Oh, dit vind ik best zielig,” zei ik nog tegen de Kameel. Om tien minuten later met droge ogen en saus op de kin 
te beweren ‘dat hij niet voor niets gestorven was’, want zo hypocriet ben ik dan ook wel weer. Ja, koken kunnen die Taiwanezen wel. In bouwen zijn ze dan weer iets minder goed, daar kan ik het ook nog over hebben. Taiwan bestaat voornamelijk uit gebouwen van afgebladderd beton met een laagje smog, op een paar uitzonderingen na. Die er dan weer allemaal uitzien als het Van der Valk Hotel in Breukelen, maar, volgens de immer opgewekte reisgidsen, toch ‘beautiful and majestic’ zijn. Ik ben er nog steeds 
niet over uit of ik daarvan het Van der Valk Hotel
in Breukelen de schuld moet geven, of de slechte smaak van de Taiwanezen.

Maar oh, wat was het ook mooi daar. Misschien moet ik ook schrijven over de stranden. Die je helemaal voor jezelf hebt, inclusief kitscherig woeste 
golven en zonsondergangen. Over de ongelooflijke vriendelijkheid van de mensen. Of gewoon iets liefs over de Kameel, die altijd beschermend mijn hand pakte bij het oversteken omdat ‘je het immers nooit weet met jou’, en er als gecertificeerd spoorzoeker voor zorgde dat verdwalen geen optie was.

Op het moment dat het vliegtuig twintig uur later landde, zat mijn hoofd vol met verhalen en bitterzoete weemoed, precies zoals het hoort na een 
vakantie. En toen zette ik mijn telefoon aan en werd ik in een nieuw bevreemdend vacuüm gezogen, 
van dood, terrorisme, angst, geweld en heel, heel veel meningen.

Het vliegtuig was geland. Maar ik nog steeds niet.

Fleur Meijer, VIVA redacteur
fleur.meijer@sanoma.com
Twitter: @lafleurfatale

Elke week lees je Fleurs column in VIVA. Je kunt het blad online bestellen.