Fleurs column: Leve de hipster

fleurs column

Toen ik hoorde dat er een tent geopend was waarover mondelinge recensies gingen als ‘meer hipster dan dit wordt het niet in Haarlem’, had ik mijn jas reeds aan. Zoiets wil je toch met eigen ogen zien, nietwaar? Eindelijk hadden échte hipsters hun vlag kunnen planten in mijn schattige metropooltje: ik dacht dat het nooit meer zou gebeuren. Nu zal ik meteen maar even mijn bekentenis doen, dan ben ik daar van af: ik waardeer de hipster als menssoort enorm. Dat is even schrikken, ik begrijp het, want het betekent dat ik dus níet meedoe met het moderne volksvermaak dat hipsterbeschimpen heet. Een gotspe vind ik het, en zielig bovendien: zelfs landelijke kwaliteitskranten kunnen het inmiddels niet meer laten om met brandende hooivorken in hun knotten te prikken. Ze stelen hele volkswijken en -tuinen, verzieken de hele horeca met hun koffiesnobberij en ge-zzp, en dan menen ze ondertussen óók nog dat een Derrick-montuur goed combineert met een geruit bloesje en een linnen tasje. Hahaha.

Tja, dat zal allemaal wel zo wezen, het staat immers in de krant. Maar wat nog weleens vergeten wordt, is dat hipsters behalve goede koffie ook hele goede ideeën hebben.

Dat wil zeggen: ík vind het een heel goed idee om een ‘Louisiana Lobster Shack’ te openen, niet in de laatste plaats omdat ik al jaren dagdroom over New Orleans, Baton Rouge en all the way to Jackson, I don’t think I’ll miss you much, zoals Lucinda Williams zo prachtig snikt. Ik heb nou eenmaal een hardnekkige liefde voor Americana-muziek, omdat ik graag denk dat ik de ziel heb van een cowboy en een oude lul bovendien. En nu blijkt dat de hipster mij al die tijd daarin gewoon begrépen heeft.

Net als in mijn liefde voor kreeft, krab en cocktails trouwens. Ik zat dus blijmoedig aan de bar in een overvolle Lobster Shack, bestelde een ‘Long fossick’ (iets met gin en elderflower) en een ‘Brother from another mother’ (kreeft en krabbenscharen). Onderwijl vergaapte ik me aan het spektakel dat zich voor mijn ogen voltrok. Ten eerste het personeel, dat zich duidelijk heeft laten injecteren met geïmporteerde shots southern hospitality. Of, pardon, hysteria, zoals hipsterbeschimpers zouden zeggen. De barman blééf maar soepel jongleren met flessen, deelde knipoogjes uit, had een baard, een bruinlederen schort en ook een grote penis, als ik zijn grap goed begrepen had. Aan de muur hing een opgezette pauw die ik meteen ook wilde hebben, wederom zo’n goed idee. Daarbij kreeg ik joviaal een slab en een grote hamer overhandigd. ‘Gewoon rammen op die krabben, schat,’ aldus de barman met twee flessen cirkelend boven zijn hoofd. Zulks laat ik mij niet twee keer zeggen. Ik ramde erop los, bestelde met volle mond nog een ‘Hurricane daquiry’, luisterde naar Johnny Cash, telde vertederd de knotten, Derrick-monturen en ruitenbloesjes. Ik hoopte vurig dat de hipster zijn rug recht zou houden en geen bedreigde menssoort werd. Dat zou toch doodzonde zijn van zo’n vriendelijk en innovatief volk.

Misschien moet ik er toch ook een worden. Gewoon, voor de zekerheid.

Fleur Meijer, VIVA redacteur
fleur.meijer@sanoma.com
Twitter: @lafleurfatale

Elke week lees je Fleurs column in VIVA. Je kunt het blad online bestellen.