Fleurs column: Naaien

fleurs column

Een ongeluk zit in een klein hoekje, zoals in dat hoekje waar de brievenbus van mijn moeder zit. Ik hoorde iets dat met de beste wil van de wereld niet anders valt te beschrijven dan de klassieke ‘doffe klap’. Wat ik trouwens eerst niet eens doorhad, omdat ik aan iets belangrijks dacht. Dat ‘Game of thrones’ een serieuze bedreiging voor de verkeersveiligheid is, blijkt dus maar weer eens. Ik keek naar mijn spiegel, die erbij hing als een zelfmoordenaar. En toen ik uitstapte, zag ik dat mijn gehele linkerkant in elkaar gebeukt was tijdens het duel met de brievenbus. Die laatste lag overigens compleet aan flarden, wat dus in elk geval nog een pyrrusoverwinninkje voor mijn auto betekende. Niet dat dat hielp, natuurlijk.

Alle dingen die me nu te wachten stonden, schoten door mijn hoofd. Ik moest gaan zoeken naar een polis in een duistere lade waar ik nooit hoopte te komen. Ik moest verzekeraars gaan bellen die me na zes knarsetandende wachtmuziekjes iets zouden vertellen dat uiteindelijk vrij te vertalen valt als: “Dit wordt je financiële ondergang, jammer, doei hè!”

En dan volgde er natuurlijk ook nog zo’n scène bij de garage. Met van die kerels die eerst nog een kwartier rustig door schaften zodat je de tijd hebt om alle posters te lezen. Wat weliswaar mijn kennis omtrent de winterband ten goede zal komen, maar wat toch een schrale troost is als je op het punt staat genaaid te worden. Want genaaid werd je, zoveel is zeker.

Ik kwam ooit een automonteur tegen op een feestje en vroeg hem of er eerlijke automonteurs bestonden.
“Nee,” zei hij. Het leek me een eerlijk antwoord.

Een paar dagen later ging ik dus met lood in mijn schoenen naar de garage. Tot nu toe waren al mijn voorspellingen uitgekomen, tot de wachtmuziekjes die mijn financiële ondergang aankondigden aan toe. Voor de zekerheid had ik mezelf wat korter gerokt en roder gestift dan normaal. Treurig inderdaad, maar ik kon qua terugnaaien even niets anders bedenken. Ik moest me melden bij een balie, waarachter een man in streepjesoverhemd zat. Hij zag eruit als iemand die “Mijn persoontje” zegt als hij het over zichzelf heeft. Ook riep hij zéker: “Gas op die lollie!” als hij optrok op de snelweg.
Ik zuchtte inwendig.

“Schade? Dan ben je hier aan het juiste adres!” sprak de man met een glimlach van de betere tv-dominee. “Laat me het maar even zien.”
Terwijl hij mijn gehavende scheurijzertje bekeek, zette hij alvast zijn je-had-geen-dag-later-moeten-komen-blik op. “Zozo,” zei hij. “Die is flink.”
“Ja,” zei ik. Z’n persoontje had er kijk op, het moet gezegd.
“Het was jouw schuld hè?” wreef hij me ten overvloede in. Ik knikte.
Nu ging hij een exorbitant hoog bedrag noemen dat het nóóit kan kosten, let op.
“800 euro,” zei hij. Met zo’n wuivend handje dat impliceert dat het ook nog wel eens meer zou kunnen worden.
“Hé,” lachte ik koketterig. “En als we het nu eens zonder bonnetje doen?”
“Daar krijg ik gelazer mee,” zei hij. “Nee joh!” wuifde ik ditmaal mijn handje.

Even later had ik 400 euro terugverdiend.
Loont best wel, dat genaai.

Fleur Meijer, VIVA redacteur
fleur.meijer@sanoma.com
Twitter: @lafleurfatale

Elke week lees je Fleurs column in VIVA. Online bestellen kan hier.