Fleurs column: Septemberissues

fleurs column

Veel dingen kan ik verdragen. Zo’n zomer die ineens zomaar overlijdt, samen met de terrassen, festivals en overige lichtheden van het bestaan ten onder: prima, de gang der dingen en zo, dat leer je met de jaren accepteren. Maar met het einde van de zomer komen ook de septemberissues. Een uitmuntende woordkeuze van ’s werelds modebladen, want septemberissues bezorgen me een acute fashiondepressie, elk jaar weer.

Mode en ik: we willen wel, maar het lukt niet. Ik vind mode moeilijk, tijdrovend, gecompliceerd, verwarrend en irritant, en dat vindt mode vermoedelijk ook van mij. Het opgeven en voortaan in muurbloemtenue verdergaan is natuurlijk een optie, ware het niet dat dat geen optie is omdat ik daar dan weer te ijdel voor ben.

Een knarsetandende catch 22 kortom, dus daar zat ik, in de Harper’s Bazaar dit keer, toch maar weer te kijken wat men zoal dient te dragen dit najaar. De meest adequate samenvatting was, zoals altijd: ‘van alles’. Koffiekleuren, pastels, zwart, nepbont, print, print op print, kuitbroeken, hoogwaterbroeken, maxirokken, broekrokken, leggings, denim, plexiglas, lak, leer, strepen, ruiten, folklorelappen, baggy, skinny, smalle schouders, brede schouders en al het overige kunnen allemaal weer, begrijp ik.

Heel fijn. Coulant ook. Alleen heb ik nu nog steeds geen idee wat ik moet aantrekken. Hoe, zeg mij, hoe slaagt de modeminnende medemens er toch in om uit dit alles het juiste te kiezen? Passend bij én figuur én leeftijd én de heilige graal in modeland: identiteit? Want alleen dan heb je zoiets als een ‘eigen stijl’, waarbij ik toch vooral streef naar de categorie ‘iconisch’, want dat is nu eenmaal het beste woord.

Op de lange weg naar een iconische stijl probeer ook ik weleens een fashionblog ter inspiratie. Om vervolgens na tweehonderd foto’s van ‘lekkere lookjes’ en ‘goede fitjes’ nog minder te snappen van mode, en daarbij de wereld in het algemeen. (Al las ik ook op Amayzine.com dat je, als je net drie Prada-tassen hebt gekocht bij de Milanese flagshipstore, niet moet vergeten alle zwervers geld te geven voor een ijsje: een filantropische tip die ik ter harte zal nemen.)

Ik ging, inmiddels diep in mijn fashiondepressie verzonken, eens voor mijn kledingkast staan. Een sweater met pistolen en een skinny met bilspleetgarantie: is dat een lookje? Mijn geliefde panterlegging – die de Kameel passioneel haat – met een LBD: is dat een lekker fitje? Die pauwblauwe maxirok waarin ik er net niet uitzie als een vlotte Urkse vissersmeid: is dat een fashionstatement? En mijn identiteit: zat die hier ergens in verscholen? Had ik die eigenlijk wel? Of moest ik daarvoor toch wat meer plexiglas of folklore toevoegen?

Ik voelde een nieuwe crisis opdoemen.

Ze dóen het er gewoon om, die modemensen. Ze willen dat het zo moeilijk, tijdrovend, gecompliceerd, verwarrend en irritant mogelijk is, zodat het alleen voorbehouden blijft aan een handjevol ragfijne mode-amazones met Prada-tassen vol kleingeld om ijsjes voor zwervers te kopen.

Ik ben maar op bed gaan liggen. Het regende toch al.

Fleur Meijer, VIVA redacteur
fleur.meijer@sanoma.com
Twitter: @lafleurfatale

Elke week lees je Fleurs column in VIVA. Online bestellen kan hier.