Fleurs column: Sport

fleurs column

Vroeg wakker worden in het weekend is één ding, maar vroeg wakker worden omdat er gedempt gekreun uit je woonkamer komt, dat is, nou ja, een tweede. Daarbij was het bed leeg, dus dit kon maar een ding betekenen: de Kameel zat gezellig porno te kijken en ik ging hem hier weldra op betrappen. Ruimdenkend als ik ben, dacht ik dingen als ‘smeerpijp!’ en ‘gatver!’, en deed behoedzaam de deur naar de woonkamer open.

Aldaar trof ik de Kameel aan op de grond. Met zijn benen in de lucht en een verbeten blik op oneindig probeerde hij omhoog te komen. En alsof de verwarring daarmee nog niet compleet was, hoorde ik er een stem – Yoda? Een kungfu-Chinees? –bovenuit schreeuwen: ‘YEEEES, MY FRIEND! YOU’RE STRONG! LIKE TIGER! AND NOW: SCISSOR KICKS!’

Ik keek dit vreemde genrestukje zo eens een halve seconde aan, en kon toen de eerste voorzichtige conclusie trekken. Hier was geen sprake van porno. Hier was sprake van sport. En ik wist even niet wat ik erger vond.

Ik liep met een grote boog om de inmiddels driftig scissorkickende Kameel heen en installeerde mezelf met koffie bij het keukenraam. Buiten regende het slijmerig: een uitstekend uitzicht voor de droeve golf van mislukking die door me heen trok.

Iedereen sport, behalve ik. En om mij dit grote falen in te wrijven, besloot sport binnen te dringen in mijn woonkamer. Terecht eigenlijk.

Want wat zou ik graag willen sporten. Of eigenlijk: wat zou ik graag willen dat ik zou willen sporten. ‘Heerlijk! Na een tijdje kún je niet meer zonder!’ zegt de sportende medemens altijd. Helaas heb ik genoeg gesport om te weten dat dit een flagrante leugen is. Dit komt voornamelijk doordat de dienstdoende Schepper mij geen nuttige eigenschappen als ‘aanleg’ en ‘competitiedrang’ heeft gegeven. Zo heb ik tijdens mijn tien(!)jarige hockeycarrière exact nul keer gescoord, en daarbij kon het me ook exact nul keer schelen of we wonnen of verloren. Ja, wedstrijdverslagen schrijven vol observaties die niets met de wedstrijd te maken hadden (Bloemendaalse Burberrymoeders die ‘Druk een punt, Flopsie!’ riepen): dát vond ik leuk. Totdat ik op mijn zestiende besloot dat dit niet voldoende was om mijn vrije zaterdag voor op te geven, laat staan om voor te tráinen. Ik deed nog een moedige tennispoging (aantal keren bal over het net: exact nul) en betaalde een jaar sportschool (resultaat: exact nul) voordat ik besloot dat sport níet heerlijk is en ik makkelijk zonder kon.

Maar nu ben ik 33 en wordt het toch echt een beetje sneu. Inmiddels denk ik zo vaak dat ik moet gaan sporten dat het een sport op zich is geworden. Aan de Kameel ligt het niet: hij wil best met me hardlopen, fietsen en tegenwoordig dus ook scissorkicken. En goed, ik héb dan wel geen enkele aanleg of competitiedrang, maar wie weet kan ik nog ergens een restje doorzettingsvermogen wegschrapen en weet ik ook eens hoe het voelt om zo’n frisse, sportende dertiger te zijn.

‘REMEMBER! BODY AND MIND! THEY ARE ONE!’ schreeuwde Yoda /de kungfu-Chinees.

Als dát toch eens waar zou zijn.

Fleur Meijer, VIVA-redacteur
fleur.meijer@sanoma.com
Twitter: @lafleurfatale

Elke week lees je Fleurs column in VIVA. Online bestellen kan hier.