Fleurs column: Tandsmart (2)

Fleurs column

Wat voorafging: vorige week konden we lezen hoe Fleur haar twee motto’s (motti) – te weten ‘There’s 
a crack in everything, that’s how the light gets in’ en ‘later lach je erom’ – altijd manhaftig hoog probeert te houden, zelfs in tijden van tandsmart. Sterker nog: in het licht der motti vond ze het zelfs geestig toen bij de tandarts bleek dat ze een ‘cracked tooth’ had. De tandarts dacht het euvel te verhelpen door de kies te lijmen, onderwijl mompelend over ‘een beetje napijn’, waarna Fleur vrolijk verdoofd huiswaarts keerde. Ze had toen nog geen idee dat ze een paar uur later overwoog toch eens heroïne 
te proberen. En ze had ook geen idee dat ze twee 
dagen later zou ontwaken als Erica Terpstra. 
Ondertussen zat Murphy grinnikend door z’n wetboek te bladeren, want Fleur wist ook niet, 
maar hij des te meer, dat het allemaal nog veel 
erger zou worden.

“Kijk nou,” jammerde ik voor de spiegel tegen de Kameel. Ik had overigens liever dat hij niet keek, want nu zag hij hoe weinig er eigenlijk voor nodig was om mij op Erica Terpstra te laten lijken. Mijn nek werd ineens verzwolgen door overhangend vlees terwijl de pijn als een mitrailleur door mijn kaak schoot. “Aaaaw,” zei de Kameel. En nog eens: “Aaaaaaw.” Daarna: “Bel de tandarts. Nu.” Het was Tweede Paasdag, een dag waarop ik eerlijk gezegd zelden aan het lijden van Christus denk, maar nu ineens wel, en niet alléén wegens mijn eigen lijden. “Die is dicht,” griende ik. “Door die klotejezus.” “Dan bel je de noodtandarts,” zei de Kameel.

De noodtandarts. O ja. De noodtandarts bleek  ergens dertig kilometer verderop in een onheilzaam oord te wonen, maar mits ik direct afrekende, wilde ze best de praktijk voor me openen. “Aaaw,” zei ze toen ze me kwam halen uit de wachtkamer. Ik stond op van de kruk in de vorm van een kies.

“Die is niet meer te redden,” zei ze na één blik op de röntgenfoto, terwijl ze haastig een recept voor antibiotica en straffe pijnstilling uitschreef. “Maar het trekken moet je eigen tandarts morgen maar doen. Je moet die tachtig euro contant afrekenen trouwens. Is dat een probleem?” Nadat ik met klapperende kin in de wind een pinautomaat had gevonden, zetten de Kameel en ik koers naar de apotheek in het ziekenhuis, de enige die vandaag open was. “Blijf jij maar in de auto zitten,” zei ik. “Laat ik de radio voor je aan. Ik ben zo terug.”

Maar zoals dat gaat in horrorscenario’s, was ik niet zo terug. Er was een heel lange rij. “Aaaw,” zei de heel lange rij toen die me zag. De pijn vuurde nog eens wat om zich heen, terwijl ik saamhorig mopperde met mijn medelijdenden over die klotezorg op die klotefeestdagen. Zo gaat zo’n uur toch iets sneller voorbij, en ik keerde dan ook ietwat beter gestemd terug naar de Kameel in de auto.
“Hé, de radio is uit,” zei ik. “Ja,” zei hij. “Dat ging ineens vanzelf.” Mijn kin klopte in mijn keel. Ik startte de auto. Niets.
“Is het de accu?”
“Ja,” piepte ik.


 

Eerste deel van Tandsmart gemist? Die vind je hier.

VIVA-journalist Fleur Meijer (34) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Je kunt het blad hier online bestellen.

fleur.meijer@sanoma.com
Twitter: @lafleurfatale

Lees meer columns van Fleur:
Zorgexamen
Huiskamercafé
Ziek en volwassen
Balans
Mijlpaal
Sint is satan
Alarm
Landen
Reislijder
Saai Jong Stel
Oma
Septemberissues
Vlooien
Kattenleven
Vlees, Vlaanderen en film
Festival