Fleurs column: Tante

fleurs column

Over kinderen krijgen denk ik vooralsnog hetzelfde als over tattoos: heel leuk, maar zo permanént. Gelukkig was mijn zusje, altijd al de meest praktische van ons twee, bereid tot een tussenoplossing: een nichtje. En dus kreeg ik twee jaar geleden een handzaam en compact pakketje mens in mijn armen gelegd. Eef heette het. “Hoi,” zei ik. “Wat ben jij mooi.” Dat was ze écht. Een behoorlijke opluchting, want laten we eerlijk zijn: de meeste pasgeboren baby’s lijken gewoon op André Hazes. Maar deze dus niet.

Ik keek naar het welpje, en vooral naar wat ze teweegbracht. Iedereen transformeerde compleet natuurlijk in haar nabijheid. Mijn zusje was ineens een moeder, die zoogde en suste alsof ze nooit anders gedaan had. Mijn zwager was ineens een vader, die haar badderde met de gedrogeerde blik van een trotse ouder. Mijn moeder was ineens een oma, die zachtjes weende van ontroering onder het tevoorschijn halen van het zeshonderdste kraamcadeau.

En ik was ineens tante, een die werkelijk geen idee had wat nu te doen. Want over baby’s denk ik vooralsnog hetzelfde als over het bakken van je eigen brood: heel leuk, maar wat héb je eraan? Vooral de communicatieskills van een baby laten nogal wat te wensen over. Het lijkt me echt een stuk praktischer als ze gewoon kunnen zeggen wat er aan de hand is, in plaats van het steeds weer op een brullen te zetten.

Maar goed, dat is de natuur en ik ga gelukkig niet over dat soort dingen. En het scheelde dat ik haar heel lief vond, dat nichtje van mij dat nog helemaal niets kon, en waar ik op mijn beurt eigenlijk ook helemaal niets mee kon.

Maar nu ben ik alsnog een echte tante geworden. Van een meisje dat kan praten en rennen en keihard lachen. Naïef is ze wel, want ze denkt dat er daadwerkelijk een krokodil onder mijn bed woont sinds ik haar dat een keer toefluisterde. Bijna dagelijks staat ze voor mijn deur, stralend met staartjes en snotneus. “Kroko kijken?”, vraagt ze dan. Dus dat doen we, heel zachtjes, want je kunt krokodillen beter slapende houden, dat weet zij ook. Daarna ren ik heel lang achter haar aan, want ik schijn beter te zijn in pakkertje dan wie dan ook. De Kameel daarentegen leest beter voor, wat denk ik te maken heeft met het feit dat hij Roodkapje de stem geeft van Tom Waits.

Ze zeggen dat je er zo veel voor terug krijgt, en het is nog wáár ook. Een hotdog van pluche bijvoorbeeld, gebakken in haar eigen keukentje. Een hartelijke uitnodiging om nú te komen kijken naar de enorme drol die ze zojuist in het potje heeft gelegd. Een uitgebreide verhandeling over de pauw die op de schoenen van oma poepte. Een traantje van ontroering dat de Kameel wegpinkte tijdens ‘De Leeuwenkoning’, wat Eef en ik op onze beurt ook weer ontroerend vonden.

Het klinkt zo Daphne Deckers, maar ook tantes moeten blijkbaar eerst geboren worden. En dat gevoel is niet alleen heel leuk, maar gelukkig ook heel permanent.

Fleur Meijer, VIVA redacteur
fleur.meijer@sanoma.com
Twitter: @lafleurfatale

Elke week lees je Fleurs column in VIVA. Online bestellen kan hier.