Fleurs column: Topless mohicanen

Het was een hete dag in september. Hete dagen in september voelen als een extra toegift van de zomer, een koffie met cognacje van het huis, een dikke middelvinger naar de metrologische herfst, of in elk geval: als een dag waarop ik naar het strand wilde. Dus daar lag ik even later, met twee vriendinnen, koelbox tussen ons in, nog een keer ostentatief de dag te plukken.

Dit deden we topless, trouwens. Als enigen. Dat viel me nu pas op. We hadden niets afgesproken, we benoemden het niet, maar we lagen hier toch echt met zes blote tetten op een rij alsof er niets aan de hand was.

Dát was nog eens leuk.

Misschien zag het er wel uit alsof we hier eens lekker activistisch lagen te zonnen. Het is en blijft immers 2016; een tijdsgewricht waarin heel Holland almaar meninkjes bakt met alles wat voorhanden is, maar het liefst met vrouwen als hoofdingrediënt.

Je zou het ook best kunnen denken: hier, zie ons liggen! De drie laatste topless mohicanen! Fier, vrij, onverveerd! Tegen alle strandstatistieken en modegrillen in plegen wij moedig verzet tegen witte strepen, knellende bovenstukjes en de nieuwe preutsheid! Baas in eigen bikini! Stop de tepelterreur! Mannen hebben ze ook! Je suis topless!

Maar zo was het dus niet. We hadden geen leuzen, we hoefden niet viral te gaan, we dachten geen seconde aan wat we ’s avonds bij Humberto of Jeroen aan tafel zouden zeggen. We lagen hier met zes blote tetten op een rij alsof er niets aan de hand was, omdát er niets aan de hand was.

Niemand die geschokt, minachtend of verlekkerd naar ons keek. We waren hier veilig, tenminste, dat voelde zo. Dit is precies zoals het moet zijn, dacht ik.

Of nee, niet. Misschien is alles pas zoals het moet zijn als we ook níks mogen dragen. Als we dat willen, tenminste. En durven.

Ik bedoel, uit welke rationele overtuiging dragen wij überhaupt een bikini als het heet is? Is dat niet iets met de zogeheten ‘openbare zeden’? Die al eeuwenlang gedicteerd worden door, tja, mannen? En hebben die openbare zeden niet iets te maken met een christelijke cultuur die ons verplicht onze ‘edele delen’, waar over het algemeen niks edels aan is, te bedekken omdat een of andere Eva ooit in een appel beet waarna ineens zowel de pleuris als de preutsheid uitbrak?

Zou je door deze uit religie voortgekomen indoctrinatie van ons lichaam, tot op de dag van vandaag, dan zelfs niet kunnen spreken van de bikini als onderdrukking? Er was wat voor te zeggen, vond ik.

Ik keek naar een vrouw die vrolijk joelend onze kant op rende, achter haar kinderen aan. Ze was van top tot teen gesluierd. Ook haar zeden worden al eeuwenlang gedicteerd door mannen. Maar omdat zij veel meer moet bedekken om eraan te voldoen, vinden we haar pas écht onderdrukt. Misschien zelfs staatsgevaarlijk, op een kwade dag.

Ik lachte trouwens naar haar, met m’n blote tetten in de wind. Zij lachte terug. Een aardige, gemeende lach.

En dát was precies zoals het moest zijn.


VIVA-journalist Fleur Meijer (34) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Je kunt het blad hier online bestellen.

fleur.meijer@sanoma.com
Twitter: @lafleurfatale

Lees meer columns van Fleur:

Leegtes
De restjes van Ada
Volkomen imperfect
Hollandse hypocriet
De Kong in Hong Kong
Katastrofe
Katastrofe (2)
Wijvengedrag
Clichébingokaravaan
Plexit
Wegwijsman
Kattenvrouwtjes
Soepele lendenen
Tatoeaties
Treinleed