Fleurs column: Wasoorlog

Met de thuiskomst van de Kameel kwam er een hoop terug in huis. Zijn vrolijke verhalen, snedige grappen en immer fijn geurende lijf, om mee te beginnen. Boodschappen, omdat ik tijdens zijn afwezigheid voornamelijk had geleefd op zonlicht, verdejo en tzatziki. Dat daar nu een eind aan kwam, was een zegen. Niet alleen voor mijn gezondheid, maar ook omdat ik in de kern heus een goede vrouw ben die graag hartige, uitgebalanceerde soupertjes maakt. En dan ook nog die blije katten die zich hoerig voor hem op hun rug worpen. Nee, je gaat je toch aan iemand hechten en het is heerlijk dat hij er weer is.

Er kwam alleen ook iets anders terug.

Iets wat ik níet had gemist. Iets waarmee hij me op slechte dagen tot op de rand van waanzin brengt, en er op heel slechte dagen óverheen.

Het is de was. Het is altijd de was. Die onaflatende, onwaarschijnlijke, hemeltergende hoeveelheid was die de Kameel produceert. Vraag me niet naar het hoe of waarom. Want ook ik tast volledig in het duister, elke keer als ik de klep van de wasmand oplicht.

Het maakt niet uit of ik gisteren nog een spijkerbroek of vier, een shirt of zes en een gros boxershorts in de kast heb gelegd. De wasmand blijft, alle natuurkundige processen treiterend, vol. Met de garderobe van de Kameel welteverstaan, met hier en daar een begrijpelijke handdoek en een jurkje of twee. Verhouding, laten we zeggen, acht voor de Kameel en twee voor mijzelf en het Algemeen Huishoudelijk Gebruik. Ik vermoed inmiddels dan ook dat hij er een schaduwleven op nahoudt als de mannelijke Nikkie Plessen. Dat hij dagelijks op de trappen van een grachtenpand een paar lekkere lookjes laat schieten door een stageslaaf, voor een Instagram-account waar ik geen weet van heb.

Nu weet ik dat elk adres zijn eigen huishoudoorlogen kent. Ik ken mannen die oogrollend de vaatwasser opnieuw inruimen wegens slechte symmetrie omtrent de borden. Ik ken vrouwen die angstaanjagende guerrilla’s met wonderdoekjes voeren, dwars over de laptop van de seriekijkende man. Ik ken stellen die landmijnen van kruimels en kaaskorsten leggen.

Het hoort erbij, net als de kunst van laisser-faire, water bij de wijn, geven en nemen.

Dus ik kneep jaren een verliefd oogje toe, draaide afwisselend zuchtend en grommend de wasjes omdat ik nou eenmaal thuis werk en hij niet, en dacht vaak en met eerbied aan de sherryhuisvrouwen van de jaren zestig. Tot laatst, boven wéér die volle treitermand, het vredesverdrag ten einde kwam.

“Ik was niet meer! Niks meer! Je doet het zelf maar!” riep ik.

Dit vond de Kameel, diplomatiek als hij is, nog een goed idee ook. Elke dag trok hij naar de schuur om daar hoeveelheden wasmiddel te doseren die ik noch het milieu kunnen aanzien, bediende hij fluitend de droger en vond het geheel zo prima opgelost.

Net zoals mijn enige dure designjurk.

En mijn enige mooie dure designtopje.

Beide ook prima opgelost.

Is het al sherrytijd?


VIVA-journalist Fleur Meijer (35) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Je kunt het blad hier online bestellen.

fleur.meijer@sanoma.com
Twitter: @lafleurfatale

Lees meer columns van Fleur:


Vragen aan Jezus
Leegtes
De restjes van Ada
Volkomen imperfect
Hollandse hypocriet
De Kong in Hong Kong
Katastrofe
Katastrofe (2)
Wijvengedrag
Clichébingokaravaan
Plexit
Wegwijsman
Kattenvrouwtjes
Soepele lendenen
Tatoeaties
Treinleed