Fleurs column: WC

Geef toe: een kat zien kakken, dat is pure komedie. Nu ben ik als erkend kattenvrouwtje wellicht ietwat bevooroordeeld; ik vind álles wat katten doen pure komedie. Maar dat kakritueel, dat is toch wel ultiem. Net nog had ik de eer om Amy, onze logge witte Ragdoll, naar een hoek van de tuin te zien sjokken. Altijd maar sjokken, omdat haar leven nu eenmaal gelijkstaat aan een permanent verblijf in een all-inclusive oord. Ze begon uitgebreid in de rondte te ruiken om de exacte plek van de weldra te hijsen geurvlag te bepalen. Welke criteria ze daarvoor gebruikt is een mysterie. Voorts begon ze de uitverkoren spot met één nonchalant pootje af te graven. En dan moet het leukste gedeelte nog komen: dat ze boven die kuil, staart fier omhoog gekruld, begint te kakken met een blik zó volslagen onnozel dat ik het alleen nog maar op een gieren kon zetten.

Ze waardeerde dit matig, geloof ik, want na de afwikkeling van het ritueel (even lekker aan de 
bolus ruiken, kuil weer dichtgraven) liep ze me nuffig voorbij toen ik haar vertederd wilde aaien. Ik vond dat nogal een boud statement. Zeker van iemand die zelf niks liever doet dan kijken naar kakrituelen. Van mij, om precies te zijn. Sterker nog, ze is er inmiddels zelfs onderdeel van geworden.

Zit ik daar mijn geurvlag te planten met een tijdschrift op schoot en een spinnende kat op de badmat

Zodra ik met kloeke tred – ík heb geen tijd voor gesjok – naar de badkamer been en net goed en wel zit, vindt Amy het tijd om haar parodie op ‘The Shining’ uit te voeren. Elke keer moet ik toekijken hoe er een wit pootje tussen de deur verschijnt. En hoe dat witte pootje die deur piepend openmaakt onder het luid scanderen van de term ‘Brauwwauw!’ – haar variant op ‘Heeeeeere’s Johnny!’ Doe die deur gewoon dicht zou je denken, maar 
zo werkt het niet. Dan zet ze een keel op die doet denken aan een team rouwende zigeunervrouwen terwijl ze gretig haar klauwen in het houtwerk zet. Dus nee, ik heb geen enkele andere keuze dan haar binnen te laten.

Vervolgens ontvouwt zich een merkwaardig schouwspel. Ze laat zich slap op haar rug vallen en begint heen en weer te rollen alsof ze zich letterlijk wil wentelen in mijn dampkring, God mag weten waarom, en eist middels de term ‘Máááh!’ dat er nú geaaid dient te worden. Waag ik het om daar geen direct gehoor aan te geven, dan treedt de Godfather-aanpak in werking. 
Ze springt op de wastafel zodat ze zich op ooghoogte bevindt, staart me intimiderend aan en doet haar offer you can’t refuse: ‘Mèèèuuuwww’.

Dus daar zit ik voor de zoveelste keer mijn geurvlag te planten met een tijdschrift op schoot en een luid spinnende kat rollend over de badmat. En ik maar aaien en paaien, omdat ik alles wat katten doen pure komedie vind en vertederend bovendien. Het laatste wat je dan verwacht is een kille afwijzing als ík eens een keer inbreuk maak op haar sanitaire privacy.
‘Bèèuw!’ roept ze me nog geïrriteerd na.
Katten: ondankbare honden zijn het.


VIVA-journalist Fleur Meijer (35) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Lees meer columns van Fleur:

Hallo
Antwerpen
God en Elvis
Bedankt, rossige clown
Der club
Henk
Jazz
Weemoed
Schnapps und tabletten
Freelancen
Beautybloggers
Rauw
Logeren
Koken