Fleurs column: Wijvengedrag

Ik durf het bijna niet te zeggen in een tijdsgewricht waarin op elke hoek een verbolgen feminist met een tas vol gendervraagstukken lijkt te staan, maar ik kan er niet omheen. Ik kan echt een ontzéttend wijf zijn.

Nu moet ik natuurlijk gaan uitleggen wat mij dan precies zo’n ontzettend wijf maakt. Helaas voor de feministen kan ik niet exact aanduiden wanneer nature ophoudt en nurture begint, en wellicht is mijn wijf-zijn wel de schuld van dat patriarchaat vol witte mannen waar ze graag naar wijzen, of naar de media die almaar aan het framen zijn. Of niet. 
Ik weet het ook niet. Het zijn verwarrende tijden.

Mijn punt is: ik ben niet alleen een ontzettend wijf, ik vind het ook nog eens fijn om er een te zijn. Vooral als ik in gezelschap verkeer van een ontzéttende man. Sterker nog: hoe meer de man lijkt opgetrokken te zijn uit onversneden testosteron, hoe meer wijf ik lijk te worden.

Van de week ging ik naar de werkplaats van goede vriend Ries, tevens een man uit de onversneden testosteron-categorie. Om zijn boot schoon te maken – daar heb je het al, inderdaad. En niet eens alléén uit egoïstische beweegredenen (vrienden met een boot dient men te allen tijde te vriend te houden), maar ook omdat ik me dan kon vergapen aan al 
zijn ongelooflijk mannelijke bezittingen. Ik zag zijn monstertruck. Zijn boot. Zijn motor. Zijn quad. Zijn oplegger. Zijn werkmachines. “Ik rij eerst effe die boot naar buiten,” zei hij. Hoe hij dat voor elkaar zou krijgen, ging nu al mijn pet te boven, maar hij reed al met gierende banden achtereenvolgens de motor en de quad naar buiten terwijl hij lachend om me heen slalomde. Ik gilde er heel wijverig bij. Daarna reed hij zijn monstertruck achteruit naar binnen en sleurde met de kettingconstructie aan het plafond de boot op de oplegger. Verdomd, hij stond nu nog buiten ook. “Dat je dat kán!” joelde ik.

Ik ging aan de slag met een tuinslang, spons en Ajax, en voelde me daar op een of andere manier heel senang bij. Hij man met machines, ik wijf met emmer sop. Heerlijk overzichtelijk. Het is dat er geen keuken was, anders had ik hapjes gemaakt.

Gelukkig had ik die een paar dagen later wel, toen we daadwerkelijk gingen varen. Ik stond aan de 
oever te wachten, toen ik Ries snoeihard over het water aan zag komen scheuren. Ietwat geagiteerd zo bleek, want hij was zojuist door politie te water gesommeerd zachter te varen. En als Ries ergens een hekel aan heeft, is het wel politie. “Sukkels! 
Imbecielen! Kom, we gaan ze opzoeken en een 
beetje zieken.” “Nee Ries,” zei ik zalvend. “Dat doen 
we niet. We gaan gewoon rustig varen.” “NSB’ers! Landverraders!” pruttelde hij nog wat voort. Ik 
wierp een blik op zijn rode nek, dook in mijn tas 
de zonnebrand op en begon ongevraagd zijn 
rug in te smeren. “De zon is heel verraderlijk,” zei 
ik ook nog.

Niet alleen een ontzettend wijf, maar ook nog een ontzettende moeke.

Het zijn werkelijk verwarrende tijden.


VIVA-journalist Fleur Meijer (34) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA.

Je kunt het blad hier online bestellen.

fleur.meijer@sanoma.com
Twitter: @lafleurfatale

Lees meer columns van Fleur:
Treinleed
Factor Twintig
Amsterdamned
Wormgat
Mannetjes
Penisnood
Je suis Kruidvat
Kolonisatie
Ikea
Tatoeaties