Fleurs column: Windjack

fleurs column

Er werd op de deur geklopt. Ik had een deadline, dus was ik druk doende met iets wat ik beter niet kon doen – pindakaas uit de pot eten in dit geval. Opgelucht bedacht ik dat het waarschijnlijk bovenbuurman Pieterke was. Pieterke is het perfecte gezelschap in dit soort situaties, zolang je hem maar uitbetaalt in harde valuta als kaas, worst en noten. Met een hartelijke schwung trok ik de deur open, om vervolgens direct weer terug te deinzen. Het was Pieterke niet. Het was een windjack met een klembord. Zo’n windjack dat iets wil.

Ik begon al lichtjes te panikeren, want scenario’s met windjacks die iets willen, lopen nooit goed af. In elk geval niet bij mij.

Je hebt ze in twee soorten. Zo is daar het windjack dat mij iets komt brengen wat ik al heb en waar ik dus geen behoefte aan heb, zoals gas en licht. Dat weet zo’n windjack natuurlijk zelf ook wel, en dus braakt hij voor ik iets kan zeggen een lange stroom van woorden over me uit. Die er altijd op neerkomen dat ik later nog eens aan hem zal denken als ik een fles Chianti opentrek op mijn Toscaanse landgoed, want ik gá me toch een sloot geld besparen.

Nu heb ik genoeg ‘Radar’ gekeken om zo’n braaksessie met peristaltische weerzin en opgetrokken wenkbrauwen aan te horen, en wacht ijzig op een moment om hem te onderbreken. Daarna zeg ik op m’n Antoinette Hertsenbergerigst iets als ‘Geen interesse’. Begint hij het hele verhaal nog eens opnieuw, dan noem ik nog minstens twee varianten van ‘Geen interesse’, totdat het target hem toch echt in de schoenen zakt en hij verdwijnt.

Toch krijgen ze het altijd weer voor elkaar. Even later zit ik actief te peinzen over Toscane, maar vooral over mijn karma. Zo’n windjack kan immers een heel instabiele thuissituatie hebben waar hij zich uit probeert te vechten, terwijl ik net hol schaterend zowel z’n target als z’n toekomst in de fik stak.

En als je dit al krankzinnig in de oren klinkt, moet je me eens zien als er een tweede soort windjack aanklopt: de goededoelen-rekrutant. Als ik dan mijn Hertsenberg-act opvoer, voel ik me daarna óók nog schuldig om het voortbestaan van diverse kankers, ebola en mondiaal dierenleed. En dat terwijl ik echt wel goede doelen steun, en bovendien Pieterke dagelijks bijvoeder als ware hij mijn Foster Parents Kind. Maar toch, het helpt op zo’n moment allemaal niets.

In de deuropening scande ik het vriendelijk ogende windjack. Rood. Wit kruis. Goed doel dus. Klembord. Rekrutant. Help. “Goedemiddag mevrouw! Ik ben van het Rode Kruis en we zoeken mensen die voor ons willen collecteren.” Collecteren. Ik. O nee. Niet doen = slecht mens. Wel doen = goed mens. Eigenlijk geen zin. Ben dus al slecht mens. Help. “U zou ons er héél erg mee helpen!” rook hij mijn tweestrijd. “Wanneer is het precies?” vroeg ik. “Van 13 tot 16 juni,” zei hij. En ineens ging me een licht op. “Dan sta ik op een festival!” riep ik opgelucht.

Het was nog waar ook. Dat hielp een klein beetje.

Fleur Meijer, VIVA redacteur
fleur.meijer@sanoma.com
Twitter: @lafleurfatale

Fleurs column lees je elke week in VIVA. Online bestellen kan hier!