Fleurs column: Ziek en volwassen

Fleurs column

Alsof januari op zichzelf al niet vervelend genoeg 
is, schrok ik ‘s nachts ook nog eens wakker met een gevoel alsof Han Peekel bovenop me zat. Ik probeerde adem te halen, maar dit lukte nauwelijks aangezien mijn neus, keel en oren volgestopt waren 
met watten, of Han kennende, meringue of zo. 
Daarbij hoorde ik geluiden die thuishoorden in een gulpende vulkaan, maar niet in mijn buik. Dit was niet goed. “O nee,” kreunde ik dus. Ik klonk als een hoogbejaarde prostituee, ook nog. Naast me lag de Kameel de slaap der onschuldigen te slapen. Zoals altijd leek hij op een vredig cherubijntje, al gaat dat engelachtige er wel snel af als hij ontwaakt hoor, maar dat terzijde. Bovendien had ik nu geen tijd 
om stil te staan bij dingen als nachtelijke gelaatsuitdrukkingen, want ik moest snel zijn. De wc. Nu. 
Ik liet mezelf uit bed rollen, stootte hard tegen de stoel, kast, vensterbank en bereikte al struikelend over veel te veel schoenen de badkamer. Wat er hierna gebeurde laat zich eenvoudig in geuren en kleuren omschrijven, maar laat ik dat maar niet doen. Fraai was hoe dan ook anders en ik maakte er dramatische geluiden bij. Die de Kameel deden ontwaken, blijkbaar. “Gaat het?” vroeg hij ten overvloede vanuit bed. Ik wilde desondanks toch ‘Ja’ 
zeggen, want zieke vrouwen zijn nou eenmaal vele lichtjaren verwijderd van zieke mannen. Helaas kwam er met mijn ‘ja’ een vloedgolf braaksel mee, dus nee, het ging eigenlijk niet. Wel bleek ik een uitstekend Jackson Pollock-werk te hebben geproduceerd in de badkamer. Werkelijk geen plekje bleef onbenut, nee, er zouden meer composities met gerecyclede boeuf bourguignon gemaakt moeten worden.
Ik keek het met een bonkend hoofd eens aan, voelde aan mijn natte voorhoofd en wist: ik moet nu de badkamer schoonmaken. Zo gaat dat als je ziek en volwassen bent. Met weemoed dacht ik terug aan 
de zorgeloze kotspartijen in mijn kindertijd. Die keer dat ik naar een woensdagavonddrama over prinses Diana aan het kijken was bijvoorbeeld, maar nogal misselijk werd van alle boulimische taferelen van 
Diana en de vinger in haar keel. Ik sprintte naar de wc, maar boerenkool laat zich niet makkelijk tegenhouden. Even later stond mijn moeder op de keukentrap een compleet bos aan groene stukjes van plafond en muur te schrapen, een heerlijk klusje met het spuitstucwerk uit de jaren tachtig. Ik stond er zuur walmend naast te kijken en sprak opgewekt: “Nou, ik ben blij dat het eruit is!” “Nou, ik ook!” zei mijn moeder. Mooie tijden.
Maar voorgoed voorbij. De Kameel bleef intussen angstvallig stil, waarschijnlijk had hij zijn slaap der onschuldigen gewoon hervat. Dus ik strompelde 
naar de keuken voor een emmer, dweil en dettol en maakte op handen en knieën mijn compositie schoon, terwijl ik intussen nog wat voort braakte, maar nu keurig in de wc.
Daarna diende ik een grote dosis paracetamol toe 
en legde mezelf maar weer te slapen naast het 
vredige cherubijntje.
“Ik heb geen oog dichtgedaan,” sprak deze de 
volgende ochtend zuchtend bij het ontwaken. “Je snurkte echt verschrikkelijk.”


VIVA-journalist Fleur Meijer (34) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA. Je kunt het blad hier online bestellen.

fleur.meijer@sanoma.com
Twitter: @lafleurfatale

Lees meer columns van Fleur:

Balans
Mijlpaal
Sint is satan
Alarm
Landen
Reislijder
Saai Jong Stel
Oma
Septemberissues
Vlooien
Kattenleven
Vlees, Vlaanderen en film
Festival