Fleurs column: Zorgexamen

Fleurs column

Het was vroeg in de ochtend en het zou een vervelende thuiswerkdag worden. Een dag waarop die arme Bowie nog steeds dood was en men Patricia Paay fluimend tot hoer zou betwitteren, en zich in diezelfde digitale ademtocht enorm zou opwinden over sexueel geweld en vrouwenrechten. Het zou, kortom, weer eens zo’n dag worden dat ik niets van de wereld begreep. Sterker nog, door dat grootse en meeslepende meningencircus van tegenwoordig ga ik inmiddels grotendeels zonder mening door 
het leven. Ik lag me in bed dan ook een columnist van niks te voelen, want ik wil óók weleens een houtsnijdende, gedegen, allesomvattende mening 
hebben over precaire wereldse zaken en daar dan iets idems over schrijven.
En toen hoorde ik naast me een zachte kreun. “Ziek,” kraakte de Kameel. “Ik ben ziek.” Mijn hart maakte een sprongetje. Een zieke man! Kijk, dáár kan ik wel wat mee, meningsgewijs. Een mening die weliswaar niets van doen heeft met precaire wereldse zaken, maar ik moet natuurlijk ergens beginnen.
Daarom bij dezen mijn houtsnijdende, gedegen, 
allesomvattende mening omtrent zieke mannen. Ten eerste: ze zijn een onuitputtelijke bron van 
irritatie en entertainment. Een zieke man, hoe sterk en krachtig ook in het gezonde leven, heeft geen griep, hij wórdt de griep. Hij ziet de griep daarbij als één grote oefening in sterven. Dat wil zeggen: als er vrouwen bij zijn. De zieke man ziet de griep namelijk ook als één groot examen in vrouwelijke zorgzaamheid. Waarvoor vrouwen unaniem zakken, omdat ze te druk bezig zijn met het uitlachen van de zieke man en zijn Shakespeariaanse theater.
Zo liet de vriend van vriendin M. zich eens op de laatste traptrede ineenzakken, waarna hij met half geloken ogen de woorden “Bijna-doodervaring… Echt…” lispelde. “Hij was de volgende dag weer beter, maar in elk geval een ervaring rijker,” aldus de schaterende vriendin M. Of de vader van vriendin S., 
die al dagen onder een dekentje op de bank lag te rillen. Toen dat zorgtechnisch niet voldoende hielp, vroeg hij luidkeels kreunend om een bakje vla. Toen hem dat oogrollend werd aangeboden, spuugde hij het direct weer uit. “Dit is te koud. Ik wil lauwe vla. Kun je het even in de magnetron zetten?” Hij wordt er nog altijd mee gepest. En ach, dan die ex-vriend. Die eerst besloot zich in bed terug te trekken als 
een gewond dier in zijn hol, maar zich daarna
beklaagde omdat ik hem te weinig bezocht in de slaapkamer. “Ik ga toch maar bij jou in de huiskamer liggen,” zei hij. En daarna, ineens verrassend monter: “Want zorg kan áltijd beter.”
Zieke mannen: ze zijn naar mijn houtsnijdende, gedegen, allesomvattende mening allemaal hetzelfde. 
Ik was dan ook benieuwd wat deze dag me zou brengen, met een zieke Kameel voor het eerst in mijn directe nabijheid. Welnu. Niets. De Kameel bracht me helemaal niets. Hij sliep de hele dag, stierf zelfs niet één lullig keertje en vroeg helemaal nergens om. Het werd, kortom, de dag waarop ik het opgaf ooit écht iets van de wereld te begrijpen.


VIVA-journalist Fleur Meijer (34) schrijft over haar dagelijkse strubbelingen. Elke week lees je Fleurs column in VIVA. Je kunt het blad hier online bestellen.

fleur.meijer@sanoma.com
Twitter: @lafleurfatale

Lees meer columns van Fleur:

Huiskamercafé
Ziek en volwassen
Balans
Mijlpaal
Sint is satan
Alarm
Landen
Reislijder
Saai Jong Stel
Oma
Septemberissues
Vlooien
Kattenleven
Vlees, Vlaanderen en film
Festival