Floor Faber: ‘Scherven brengen geluk,’ zegt mijn moeder’

Floor Faber

De laatste nacht in het vakantiehuisje kan Floor niet slapen. Ze vraagt zich af of ze gelukkig zal worden in haar nieuwe huis.

Vrijdag

Muziekje aan, thermosbeker koffie bij de hand, achter het stuur van deze gehuurde bus voel ik me een vrouw van de wereld. Misschien moet ik me wel laten omscholen tot vrachtwagenchauffeur. Tijmen en ik zijn onderweg naar Johan en mijn moeder waar mijn spullen in de garage staan opgeslagen.

Wanneer ik hun straat in rijd, zie ik een dikke man in een trainingspak tussen een hoop rotzooi staan. Hij bekijkt wat dingen, pakt dan een doos en zet die achter in de bestelwagen, naast een rood stoeltje.
Dat stoeltje ken ik, dat is van mij! Wat is hier aan de hand? Ik parkeer de bus en stap uit. ‘Sorry,’ zeg ik tegen de man, ‘maar de doos die u net in uw bus zette is van mij. En dat rode stoeltje ook.‘

‘Tuurlijk, joh,’ antwoordt de man. ‘En mijn bus is zeker ook van jou? Dat komt hier maar aanrijden en van alles claimen. Dan had je er maar eerder bij moeten zijn.’ Hij gaat door met tussen mijn spullen scharrelen.

‘Dit is toch echt haar eigendom,’ zegt Tijmen. ‘Ik eis dat u nu alles uit de bus haalt.’

De man lacht. ‘Doe even normaal, man.’

‘Doe jij even normaal!’ Tijmen balt zijn vuisten.

Dit gaat helemaal de verkeerde kant op. ‘Wacht hier, niets doen!’ zeg ik. ‘Ik haal Johan om het uit te leggen.’

Ik ren het tuinpad op en bel aan. Het duurt even voordat mijn moeder opendoet. ‘Hi! Zin in koffie?’

‘Een vreemde vent propt nu al mijn spullen in zijn bestelauto.’

Op dat moment wordt een wc doorgetrokken en komt Johan tevoorschijn met een krant onder zijn arm. Ik leg uit wat er aan de hand is en met z’n drieën rennen we naar Tijmen en de dikkerd die nog steeds in een pittige discussie zijn verwikkeld. ‘Hoho, er is hier sprake van een vergissing,’ zegt Johan. Met zijn armen over elkaar luistert de man naar zijn uitleg, dan pakt hij de doos uit zijn laadruimte en laat die zo op de grond vallen. Luid gerinkel. Hij trekt mijn stoel uit zijn auto, smijt die op de grond en rijdt vervolgens met gierende banden weg.

Lees ook
Floor Faber: ‘Nu pas valt me op hoe moe ze er eigenlijk uitziet’

Ik open de doos: al het servies is kapot. ‘Scherven brengen geluk,’ zegt mijn moeder.

Het wordt rood voor mijn ogen. Dit zijn onvervangbare borden omdat ik ze stuk voor stuk bij allerlei tweedehandswinkels heb gekocht. Hoe kunnen ze nou zo stom zijn om mijn bezittingen onbeheerd aan de straat te laten staan? Tijmen legt zijn hand op mijn schouder. ‘Niet doen. Kom, we zetten alles in de bus.’

Een uur later parkeer ik voor mijn nieuwe huis. Met zijn drieën sjouwen we dozen naar binnen, Johan schroeft meubelstukken in elkaar, Tijmen en ik sleuren het matras naar de slaapkamer. We eten de bolletjes kaas en tonijnsalade die mijn moeder heeft meegegeven en niet veel later vertrekken de mannen.

Ik loop naar buiten. Al die tijd droomde ik ervan om in mijn eigen tuin in het gras te liggen en nu kan het. Het is best fris en de grond is een beetje vochtig, maar dat maakt me niet uit. Ik strek me uit en kijk naar de voorbijtrekkende wolken en het tere groen van de bomen.

VIVA nieuwsbrief

Iedere week de leukste nieuwsbrief van Nederland in je mailbox?