Frank van der Lende: ‘Het samen slapen zijn mijn lievelingsmomentjes’

Het was een knauw in zijn ego toen Frank van der Lende zijn middagshow op 3FM kwijtraakte, maar in zijn weekendprogramma zit de (nu nog) langharige dj helemaal op zijn plek. ‘Ik ken geen gêne.’

Interview Anette de Vries | Foto’s Maaike van Haaster

Hé, een gouden tand. Hoe dat zo?

‘Ik zag rapper Sef daar vijf jaar geleden de studio mee binnenkomen en vond het toen al vet, maar het kwam er nooit van. Vorige maand heeft een bevriende tandarts hem bij wijze van experiment gratis voor me gezet. Maar mijn vriendinnetje vindt het lelijk, dus het is niet voor de rest van mijn leven.’

Ben je altijd zo stylish als op je modeblog Fashion from Frank?

‘Ik denk er altijd goed over na wat ik aantrek. We hebben vandaag afgesproken bij Artis, dan doe ik mijn tijgertjesbloes aan. Ik kom met bijna alles weg door die lange haren, waardoor het altijd heel erg Frank blijft.’

Zijn je lange lokken heilig voor je?

‘Nog wel, maar ze staan ter discussie bij mezelf. Dat is wel een ding, hoor. Veel mensen kennen mij waarschijnlijk als die langharige radio-dj van DWDD. Het is mijn unique selling point. Aan de andere kant: ik ben 2,02 meter, heb tatoeages en draag puntlaarzen. Dus er zijn al genoeg uiterlijke kenmerken die opvallen. Dat lange haar is soms ook stigmatiserend. Toeristen vragen me op het terras altijd om lange vloei om een joint te draaien, terwijl ik niet blow. En bij de douane word ik er standaard uit gepikt.’

Geniet je niet ook een beetje van dat rock-’n-roll imago?

‘Natuurlijk! Ik hou van opvallen. Maar ik denk dat het oprecht wel íets vriendelijker mag qua uitstraling. Mensen die mij kennen, weten dat ik een lieve gast ben – ik word ‘de grote vriendelijke reus’ genoemd. Maar misschien dat oude vrouwtjes hun tas toch wat dichter tegen zich aandrukken als ze me tegenkomen. Die gouden tand maakt me helemaal een boef. Het voordeel van mijn baan als radiomaker, zeker bij 3FM, is dat ik niet representatief hoef te zijn. Als ik chirurg was, zouden mensen zich wel twee keer bedenken voordat ze zich door mij lieten opereren. Natuurlijk vindt het publiek er nu ook wat van. Maar ik hou ervan om, los van de inhoud van mijn programma, ook qua looks op te vallen. Gewoon, om die middelmaat te doorbreken.’

In een interview concludeerde je onlangs, tot je eigen schrik, dat je zelf ook een burgerlijk randje hebt: een koophuis, een vaste baan.

‘En ik woon nog samen ook. Ik zie er stoerder en alternatiever uit dan ik daadwerkelijk ben. Ik word rustig van vastigheid en structuur.’

Hoe bevalt het samenwonen?

‘Supergoed. Van tevoren was ik huiverig, dacht: daar gaat mijn leven, mijn vrijheid. Maar niets is minder waar. Mijn meisje is bij me ingetrokken vanuit een huis met vriendinnen, en we hebben het huis aangepast aan haar wensen. Er hangen 
nu gordijnen en we hebben zo’n neonhart gekocht bij de Hema – zonder dat het tuttig is. Het is echt een thuis geworden. Ik vind het gezellig om ’s avonds naast elkaar te kruipen. Dat zijn mijn lievelingsmomentjes, het samen gaan slapen. Zij op mijn borst, terwijl we muziek luisteren of elkaar verhalen vertellen. En dan de volgende dag samen ontbijten en in onze badjassen ronddartelen. Is dat burgerlijk? Daar heb ik dan schijt aan.’

Dit artikel komt uit VIVA 5. Deze editie ligt van 31 januari t/m 6 februari in de winkel of kan je hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «