Frank Visser: ‘Ik heb ook weleens ruzie met mijn buren gehad over een boom’

Van gekissebis om een overhangende boom tot slaande ruzie over een erfscheiding. Als er iemand heer en meester is op het gebied van burenruzies, dan is het voormalig rijdende rechter Frank Visser (65) wel. ‘Ik waarschuw ervoor niet té close te worden met je buren.’

Tekst Fleur Baxmeier | Beeld Hannah Lipowsky

Een lommerrijke buurt. Zo is de omgeving waar Frank Visser woont het beste te omschrijven. De rechter, schrijver en tv-presentator bivakkeert er – na omzwervingen in Den Haag, Limburg, Rotterdam, Amstelveen, Maastricht, Alkmaar en Zaandam – alweer zeventien jaar. “Dit was niet mijn droomplek,” zegt hij nadat hij in de achtertuin een trommel met chocoladekoekjes op tafel heeft gezet. “Maar mijn vrouw wilde weg uit Zaandam en nou ja, toen kwamen we hier in Hilversum terecht. Ik heb nog nooit zo lang op één plek gewoond.”

Sinds zijn dochters uit huis zijn (bouwjaren 1980 en 1982) hebben zijn vrouw en hij – op de vaste oppasdagen op de kleinkinderen na – het rijk voor zich alleen. Mits ze thuis zijn, want mr. Frank Visser is sinds zijn overstap naar SBS6 druk met het programma ‘Mr. Frank Visser doet uitspraak’ en zijn vrouw werkt, na een jarenlange carrière bij Slachtofferhulp, als vrijwilliger in een hospice. Daarnaast zijn ze vaak te vinden in hun strandhuisje bij Alkmaar, waar ze zich – in gezelschap van hun kat – regelmatig een paar weken terugtrekken.

Zo ongeveer het enige wat over uw privéleven te vinden is, is dat u thuis de karbonaadjes bakt. Is dat opzet?

“U bent hier om over mijn werk te praten. De rest houd ik liever voor mezelf. Ik ga niet met mezelf te koop lopen, anders wordt het zo van: kijk mij eens. Het wordt zulk poseergedrag. Dat vind ik raar.”

Dan pakken we het iets algemener aan. Heeft u een boom in uw tuin?

Kijkt lachend om zich heen: “Nee. Ik heb geen boom. Wel seringen.”

Bomen lijken de grootste ontlokkers van burenruzies te zijn. Heeft u daar ervaring mee?

“Net als de meeste mensen heb ik weleens ruzie met mijn buren gehad over een boom, maar dat is allemaal lang geleden al opgelost. Ik treed daarover niet in detail, want voor je het weet staat het in de Privé als een nieuwtje.”

Waarom krijgen zo veel buren ruzie over zoiets futiels als een boom of een schutting?

“Zo’n boom of schutting is meestal de aanleiding, maar niet de oorzaak van het probleem. Vaak begint het met een zakelijk conflict dat echt ergens over gaat, zoals de kat van de buren die altijd in je tuin poept. Met een beetje goodwill van een van de buren kan dat worden opgelost, maar soms muteert de ruzie tot een relatieconflict. In zo’n geval wordt het persoonlijk en grijpen mensen alles aan om de ander zwart te maken. Van de overhangende takken van de buurman met wie je elke week een borreltje drinkt, heb je geen last. De overhangende takken van de buurman aan wie je een bloedhekel hebt, zijn een doorn in je oog.”

Kunt u goed overweg met uw buren?

“Ik maak geregeld een praatje met ze, maar ik waarschuw ervoor niet té close te worden met je buren. In nieuwbouwwijken waar allerlei jonge gezinnen gezellig komen wonen, zie ik vaak dat iedereen bij elkaar over de vloer komt. De mannen zijn de hele dag naar hun werk, de vrouwen voeren aan de keukentafel oeverloze gesprekken over van alles en nog wat. Er worden buurbarbecues georganiseerd, sommige stellen gaan zelfs gezamenlijk op vakantie. En dan maakt de ene buurman op een dag promotie, ontstaat er jaloezie en krijgen ze ruzie. Dat zijn de ergste conflicten die je kunt verzinnen, want je weet álles van elkaar. Het is net als met een echtscheiding. Er komen zo veel emoties bij kijken, dat mensen niet meer redelijk kunnen denken. Zo kan het gebeuren dat buren elkaar het leven jarenlang zuur maken. Je kunt beter ruzie hebben met een buurman die je niet kent dan met een buurman die eerst je vriend was.”

Stel: u moet kiezen tussen een goede buur of een verre vriend. Waar gaat u voor?

“Geen van tweeën. Met je buren moet je niet te hecht worden, maar aan een verre vriend heb je ook niets. Wat mij met de jaren steeds duidelijker is geworden, is dat familie het belangrijkste is. Je hebt je familie niet voor het kiezen, maar ze blijven wel levenslang bij je. Ik kom uit een groot gezin en zie mijn broers en zussen in sommige periodes wat minder, dan weer heel vaak. Hoe ouder ik word, hoe meer waarde ik aan hun aanwezigheid hecht. En aan mijn kinderen en kleinkinderen natuurlijk. Soms denk ik weleens: waarom heb ik nog vrienden nodig?”

Heeft u veel vrienden?

“Nee. Ik heb een aantal kennissen, maar geen vrienden met wie ik wekelijks bel. Het begrip ‘vriend’ is sowieso aan inflatie onderhevig. Zoals mijn moeder na de dood van mijn vader zei: ‘Je leert je echte vrienden pas in tijden van ellende kennen.’ Het is niet dat ik stilletjes thuiszit, want ik heb genoeg mensen om me heen. Maar ik heb ook gewoon een hekel aan sociale verplichtingen, zoals het aflopen van verjaardagen.”

Uw vrouw en u zijn volgend jaar veertig jaar getrouwd. Wat is jullie geheim?

“Dat zijn van die open deuren. Geven en nemen, elkaar wat gunnen, niet op elke slak zout leggen en accepteren dat het droombeeld niet bestaat. Er zit altijd wel een vlekje op. Ik heb het idee dat mensen tegenwoordig veel kritischer naar hun partners kijken dan vroeger, maar het is nooit perfect. Hoe langer je bij elkaar bent, hoe meer ellende je samen meemaakt. Dat zijn eigenlijk de werkelijke ankerpunten. Het klinkt triest, maar juist op de momenten dat het verkeerd gaat, leer je wat je aan elkaar hebt.”

Op televisie komt u over als een gelijkmatig, rustig persoon. Bent u dat privé ook?

“Vroeger was ik een driftig baasje. Om de kleinste dingetjes kon ik boos worden. Rommel, dingen die tegenzaten, een trein die niet kwam opdagen, files, om vijf uur ’s middags naar de winkel gaan en ontdekken dat iets uitverkocht is. Ik heb moeten leren dat het geen zin heeft om me daar druk over te maken.”

Zou u, als een burenruzie hoog zou oplopen, overwegen om uw tv-collega Viktor Brand en uzelf in te schakelen?

“Als mezelf? Dat zou lichtelijk belachelijk zijn. Maar als ik dit werk niet deed en een flinke ruzie zou hebben die niet meer uitgepraat kon worden, dan zou ik het zeker overwegen.”

Wat is het voordeel van jullie inschakelen boven een ‘gewone’ rechter?

“Je hebt een grotere kans dat er snel resultaat is, terwijl je bij een gewone rechter vaak op een doodlopend spoor terechtkomt. Je kunt een rechtszaak vergelijken met een gevecht waarin uiteindelijk een uitspraak wordt gedaan, maar dat is vaak alleen maar het begin van een hoger beroep en nieuwe zaken. Mijn streven is om met een oplossing te komen. Zeker bij de zaken die ik als rijdende rechter deed, lukte dat in de meeste gevallen. In mijn nieuwe programma krijg ik ernstigere zaken waarbij al zo veel verkeerd is gegaan dat het soms moeilijker ligt. De vraag is: wat wil je bereiken? Als je doelstelling is dat het conflict wordt opgelost en mensen elkaar huilend in de armen vallen, dan faal je altijd. Als je een wapenstilstand kunt bewerkstelligen ben je al een eind. Daarna wordt er nog nazorg verleend vanuit de redactie, want het is niet zo dat mensen na afloop van een uitzending aan hun lot worden overgelaten.”

Wat is het heftigste dat we in het komende seizoen van ‘Mr. Frank Visser doet uitspraak’ gaan zien?

“Een man die al twintig jaar stelselmatig niets anders doet dan zijn buren pesten vanuit een huis waar hij zelf niet woont en dat hij ooit wil verbouwen. Dat gaat van schelden en dreigen tot dode ratten over de schutting gooien, dode kippen ophangen en de schone ramen van de buurvrouw bespugen. Ik heb hem levenslang de toegang tot zijn huis ontzegd, maar hij is woest over de uitspraak en heeft er advocaten op gezet. De buren in kwestie zijn inmiddels zo bang voor hem dat ze beveiliging hebben ingehuurd.”

Neemt u zo’n heftige zaak mee naar huis?

“Nee. Dat is beroepsdeformatie. Als rechter heb ik nooit last van mijn uitspraken. De redactie wel. Zij zijn minder gewend aan die spanningen en liggen er soms letterlijk wakker van. De enige zaak die ik niet had moeten doen, was toen er een kind was vermoord. Ik werkte in die tijd als officier van justitie en had eigenlijk een collega moeten zoeken die de zaak van me wilde overnemen, want ik kon dat persoonlijk niet aan. Mijn specialiteit als officier van justitie waren fraudezaken: rijke meneren achter hun broek aan zitten. Die weten je ook wel te vinden, hoor. Hun dure advocaten bedreigden me soms openlijk of belden me ’s nachts een aantal keer uit mijn bed, zodat ik de volgende dag tijdens een zitting niet scherp zou zijn.”

Bent u in die tijd weleens bang geweest?

“Nee. Ik ben helemaal geen held en bang voor allerlei dingen, zoals grote hoogtes. Je zult mij niet zien skiën of uit een vliegtuig springen. Maar als het om mijn werk gaat, ken ik geen angsten. Als je als rechter in de zaal zit, kan er altijd een gek zijn die een vuurwapen meeneemt en je voor je hoofd schiet. Dat is niet te vermijden, dus daar hoef ik ook niet over na te denken.”

U komt stellig over. Neemt u gemakkelijk iets van anderen aan?

“Ik ben een keer door mijn dochter gecorrigeerd. Zij had een bekeuring gekregen omdat ze het vuilnis te vroeg buiten had gezet. Ik stond gelijk op mijn achterste benen: ‘Dat kunnen ze niet bewijzen, we gaan in beroep, dit gaan we winnen!’ Mijn dochter keek me aan en zei: ‘Ja maar pap, ik heb het wel gedaan, dus misschien moet ik die boete maar gewoon betalen.’ Toen dacht ik: o ja, zo kun je er ook naar kijken. Vroeger ging ik overal tegen in beroep, nu denk ik vaker: het is ook wel prima zo.”

Legt u kritiek makkelijk naast u neer?

“Kritiek is nooit leuk. Ik deed ‘De rijdende rechter’ al vijftien jaar toen het ineens de hemel in werd geprezen. Vervolgens maakte ik de overstap naar SBS en werd het programma plotseling afgekraakt. Dat trek ik me aan. Je kunt zeggen: ‘Lees die kritiek dan niet’. Maar er zijn altijd mensen zo ‘aardig’ om dat naar je toe te sturen.”

Wat was uw motivatie om de NCRV na twintig jaar te verruilen voor SBS6?

“Ik wilde eigenlijk stoppen met het programma. Kijk, bij de commerciëlen moeten ze zelf hun centjes verdienen. Als iets niet scoort, dan ga je van de buis. Daar kun je over huilen, maar ik vind het een mooie afspraak. Bij de publieke omroep weet je nooit waar je aan toe bent. Er zijn zoveel belangen. Het wordt een slangenkuil genoemd – en dat is het ook. Je weet nooit of je de volgende ochtend je baan nog hebt. De sfeer bij de commerciëlen is heerlijk eerlijk. Er worden achter je rug om geen spelletjes gespeeld, iedereen is lekker direct. Dat past bij mij, want dat ben ik zelf ook.”

Het klinkt alsof u opgelucht bent dat u weg bent.

“Eigenlijk wel. Ik voelde het niet meer. Het was voor mij een goed moment om te stoppen, ondanks het feit dat het programma nog steeds genoeg kijkers had om het te handhaven. Toen SBS mij benaderde, voelde ik me weer jong: plannetjes maken, een nieuw format bedenken. Tegelijkertijd was het ontzettend spannend, want stel dat het mislukt… Dat is een zware verantwoordelijkheid. Vooralsnog lijkt het gelukt en dat is ook weer kicken.”

Dit artikel is afkomstig uit VIVA 38. Abonnee worden of een losse editie van VIVA bestellen? Klik hieronder:

»Bestel VIVA online | Klik hier «


In Mr. Frank Visser Doet Uitspraak lost Mr. Frank Visser samen met Viktor Brand hoogoplopende kwesties en conflicten op voor de gewone man en vrouw in Nederland.