Dit gebeurt er met je oude kleding

Je hebt (ein-de-lijk!) je kast uitgemest, de afdankertjes in zakken gepropt 
en de boel klaargezet voor de 
kledingcontainer, kringloopwinkel of (lekker makkelijk) de grijze kliko buiten. En dan? Van Afrika tot Oekraïne: hier duikt je oude kleding op.

Tekst Marlies Hanse | Illustraties Levi Jacobs@new chique aGency

“Vroeger gooide ik mijn afgedragen kleding in de restafvalcontainer,” bekent Merel Wildschut, eigenaar van het populaire platform De Groene Meisjes. “Over de impact die dat had, dacht ik geen seconde na. Toen ik me steeds meer ging bezighouden met duurzame thema’s, ontdekte ik dat er nogal wat mis is met de kledingindustrie. Ik realiseerde me hoe vervuilend het voor het milieu is om kleding zomaar weg te gooien. 
Inmiddels loop ik regelmatig bij de kringloopwinkel naar binnen om een zak oude kleding 
te brengen en zelf een vest of broek te kopen. Een vriendin geeft elk jaar op haar verjaardag een ruilfeestje, dus dan gaat er ook altijd een stapel kleding mee. Leuk dat anderen weer blij zijn met de kleding waarop ik was uitgekeken en met een beetje geluk scoor ik zelf ook nog iets leuks.”

De kledingindustrie is de op één na vervuilendste industrie ter wereld. Alleen de olie-industrie maakt het bonter. Bij het produceren van kleding wordt niet alleen een recordaantal grondstoffen, water en energie verbruikt, ook creëert de industrie een indrukwekkende afvalberg. 
In Nederland gooien we 144 miljoen kilo textiel per jaar in de prullenbak, dat is goed voor zo’n 7,5 kilo per persoon.

Tweehonderd jaar

Marieke Eyskoot, expert op het gebied van duurzame kleding, kan zich goed voorstellen dat de vervuilende kledingindustrie een ver-van-je-bedshow is als je dat witte shirt met die koffievlek voor het gemak even tussen je restafval gooit. “Maar bedenk je wel dat alle grondstoffen verloren gaan zodra je kleding op de vuilnisberg terechtkomt. Daarnaast druppelen door het regenwater vrijgekomen gifstoffen de bodem in, en het kan wel tweehonderd jaar duren voordat de kleding helemaal is vergaan. Als je kleding samen met het restafval wordt verbrand, komt de giftige stof methaan vrij, die een rol speelt in de opwarming 
van de aarde. Geef je spijkerbroek dus een tweede 
leven door ’m naar de kringloopwinkel te brengen, organiseer een ruilfeestje met vriendinnen of loop naar de dichtstbijzijnde 
kledingcontainer.”

Naar asielzoekers

Ja, de kledingcontainer. Wat gebeurt er eigenlijk met die zak gedragen goed nadat je ’m op de 
ondergrondse berg kleding hebt horen ploffen? Een van de grootste spelers op dit gebied is ReShare, onderdeel van het Leger des Heils. Door heel Nederland hebben ze tweeduizend kledingcontainers staan en per maand zamelen ze anderhalf miljoen kilo kleding, schoenen en huishoudtextiel in. “Daarvan houden we een 
gedeelte apart voor noodgevallen,” vertelt communicatiemanager Jolande Uringa. “Zo hebben we vorig jaar tienduizenden stuks kleding gratis verstrekt aan asielzoekerscentra. Een ander deel van de ingezamelde kleding gaat naar onze eigen tweedehandswinkels en naar tweedehandswinkels in Oekraïne. Sommige andere organisaties die kleding inzamelen, verkopen de inhoud van de kledingcontainers rechtstreeks aan sorteerbedrijven en stoppen de opbrengst daarvan in hulpverleningsprojecten.” Ho, stop. Wordt onze oude kleding dan niet verscheept naar derdewereldlanden? “Dat is een hardnekkig beeld, maar onjuist. Wij doen dat bewust niet, omdat er een grote kans is dat de kleding dan alsnog op een Afrikaanse vuilnisbelt belandt. We houden alle ingezamelde kleding liever zo veel mogelijk binnen Europa.”

En Afrika dan?

Toch komt het beeld van volle containers die naar Afrika worden verscheept niet zomaar uit de lucht vallen. Als je een zak kleding naar de kringloopwinkel brengt of in een container stopt, is de kans groot dat de inhoud wel degelijk vanuit Nederlandse sorteerbedrijven naar Afrika gaat. Necla Sener is directeur van textielsorteerbedrijf Kringtex, dat 
in het leven is geroepen om werkgelegenheid te creëren voor mensen die moeilijk meedraaien op de reguliere arbeidsmarkt. “Kringloopwinkels 
en goede doelen hebben vaak geen tijd om de enorme hoeveelheden kleding uit te zoeken. Dat doen wij voor ze. Een klein deel, zo’n acht procent, gaat naar kringloopwinkels. Dat percentage was vijftien jaar geleden rond de twintig procent. Door de opkomst van fast fashion is de kwaliteit van de kleding achteruit gehold. We verkopen ruim zestig procent van alles wat er binnenkomt aan commerciële sorteerbedrijven, die het vervolgens verder uitzoeken en verschepen naar het buitenland. Maar liefst tachtig procent daarvan gaat, jawel, naar Afrika. De balen kleding worden per stuk 
verkocht aan een lokale handelaar, die het vervolgens in zijn winkel of marktkraam weer aanbiedt.”

Van jas tot autostoel

Goed, je mooie kledingstukken belanden dus in een tweedehandswinkel, asielzoekerscentrum of op een marktkraam in Afrika. Maar wat gebeurt er met je gescheurde bloes of spijkerbroek vol verfvlekken? Necla: “Tien jaar geleden kon een jas met een gaatje nog naar Afrika, maar de mensen daar zitten ook niet meer te wachten op kapotte kleding. Kleding die zowel hier als in het buitenland niet meer gedragen kan worden, gaat rechtstreeks naar de industrie. Van de textielvezels worden bijvoorbeeld isolatiemateriaal, vullingen voor autostoelen of nieuwe meubels gemaakt.” Goed nieuws dus; zelfs onze vieze of kapotte vodden krijgen een tweede leven. Al plaatst Necla wel een kritische noot: “Het percentage dat teruggaat naar de textielindustrie, blijft stijgen door de slechte kwaliteit van de 
huidige kleding. Als er binnen vijf jaar niets 
verandert, heeft de industrie een overschot en wordt er nog meer textiel verbrand. Dat moeten we zien te voorkomen.”

Dit artikel is afkomstig uit VIVA 35. Abonnee worden of een losse editie van VIVA bestellen? Klik hieronder:

»Bestel VIVA online | Klik hier «