In quarantaine met Gregory Sedoc: ‘Alles kostte me energie’

gregory sedoc

Tatum baalt: door het anderhalve meter-protocol loopt ze de kans mis om zich tegen het atletische lijf van Gregory Sedoc aan te vleien. Maar wat blijkt? Een videocall met de voormalig topsporter is nét zo sexy.

Stel: ik ben jouw quarantainechick, jouw vrouw Marcha dus. Word ik dan elke ochtend wakker naast een goddelijk lijf? Of is dat er niet meer, sinds je topsporter af bent?

‘Nou, ik ben niet zo ‘droog’ als voorheen… Nu ik geen topsporter meer ben, hoeft het ook niet meer. Achttien jaar lang heb ik op het allerhoogste niveau atletiek beoefend en twee keer per dag getraind, ik zou het niet meer kunnen opbrengen om anderhalf uur in de sportschool te staan. Momenteel doe ik heel weinig: wat circuitjes in de tuin of ik ga een stukje hardlopen. Ik train bijna nooit langer dan tien minuten. Maar ik heb nog wel gewoon buikspieren en als ik bij mezelf iets van vetrolletjes zou zien, ga ik echt aan de bak: zo ijdel ben ik dan ook wel weer.’

Balen dat ik niet in levenden lijve met jou in bed kan liggen, ik vind je op televisie zo sympathiek overkomen en ik vind je dus echt súperknap…

‘Oh haha, dank je!’

Maar goed, we worden samen wakker. En dan?

‘De dagelijkse routine, vrees ik. Meestal ga ik om een uurtje of zes uit bed, om mijn dochter de fles te geven. Daarna gaan we weer slapen. Vervolgens sta ik pas heel laat op. Marcha is dan al beneden.’

Wacht even. Gaan we niet lekker wakker worden en over elkaars rug kriebelen ofzo?

‘Nee, het wordt geen dolle duikochtend, zeg maar.’

Iedere man heeft ’s ochtends toch een odol? Gregory Sedoc niet?

‘Een odol? Wat is dat?’

Een Ontzettend Dikke Ochtend Lul.

‘Oh, eh… ja die heb ik wel, maar sinds ik ’s ochtends de fles geef aan mijn dochter en onze zoon tussen ons in komt liggen als hij wakker is, doe ik dat even anders. Dus nu slaap ik in een strakke boxershort.’

Slapen in een boxershort, vroeg uit bed om de fles te maken… Niet echt romantisch hè, Gregory?

‘Tja, na een relatie van acht jaar… In het begin was dat anders. Ook met Marcha hoor: die liet geen scheet, geen boer, poepen deed ze niet… Nou, alle gêne is weg kan ik je vertellen, haha!’

Slaan jullie elkaar thuis al de hersenen in tijdens deze lockdown? En neem je inmiddels ook anderhalve meter afstand van je vrouw?

‘Haha, nee, gelukkig niet. Als je ergens vier hoog woont met kinderen en je kunt niet naar buiten, ja, dan word je helemaal gek. Dat probleem hebben wij gelukkig niet. We hebben een tuin, een groot dakterras… Het is allemaal heel relaxed eigenlijk, ik geniet er wel van.’

Wat doen we zoal overdag, in quarantaine?

‘Mijn dochter van drie maanden slaapt veel, mijn vierjarige zoon doet z’n dingetjes voor school en kan lekker voetballen in de tuin… Voor mij is deze periode wel gek: van súperdruk naar ineens bijna niks. Al heb ik toch elke dag wel iets van werk te doen en heb ik meerdere calls: ik ben bezig met de voorbereidingen van een nieuw televisieprogramma, zit in het bestuur van de Invictus Games – een sportevenement voor gewonde militairen dat is uitgesteld – en om de dag moet ik wel een challenge of work-out voor iemand opnemen.’

En daarnaast heb je een vitaal beroep! Want je bent toch ook politieagent?

‘Jazeker, twee dagen in de week werk ik voor de politie in Den Haag.’

Hoe kwam je erbij om agent te worden?

‘Ik zat bij de Defensie Topsport Selectie: een team van topsporters van het Nederlands leger. Toen dat stopte, vroegen ze me of ik een keer een dienst wilde meedraaien bij de politie om te kijken of het iets voor mij was. Dat heb ik gedaan en ik vond het best leuk. Zodoende heb ik de opleiding gevolgd en inmiddels werk ik er al zeven jaar.’

Maar je bent ook een bekend persoon. Word je in functie als agent vaak herkend als Gregory Sedoc?

‘Nou, ik werk in de Schilderswijk in Den Haag. En het klinkt misschien heel lullig, maar daar wordt nauwelijks Nederlandse televisie gekeken. Als ik een keer buiten de Schilderswijk kom, word ik wel gelijk herkend. Maar waar ik werk dus helemaal niet.’

Hoe is dat, met een pistool op zak lopen? Een stoere jongensdroom die uitkomt?

‘Nou nee, het is natuurlijk het állerlaatste geweldsmiddel dat je wil gebruiken. Soms moeten we een woning betreden waar iemand een vuurwapen kan hebben. Of het kan een redmiddel zijn als iemand ineens een mes tevoorschijn haalt. In levensgevaarlijke situaties is het dus wel fijn om een pistool te hebben.’

Heb je weleens geschoten?

‘Gelukkig niet, nee. Maar als het wel zo was, had ik dat niet mogen zeggen.’

Speel je ook wel eens politieagentje met je vrouw? In quarantaine met jou wil ik minstens één keer gearresteerd worden…

‘Haha! Is goed, dan neem ik m’n handboeien en wapenstokken mee naar huis. Maar nee, thuis speel ik het niet.’

Spelletjes spelen zal met jou vast een dingetje zijn: jij hebt natuurlijk een sterke winnaarsmentaliteit…

‘Ik kan heel goed tegen m’n verlies, hoor. Tenzij het fysiek wordt. Dus als we gaan lopen, vechten, tafeltennissen of wat dan ook, wil ik wel winnen ja.’

Ik heb nog nooit een Surinaamse man gehad. Wat mis ik?

‘Oh, dat is wel een goeie. Ik kan natuurlijk niet voor alle Surinamers praten, maar ik denk de ‘ontspannenheid’: het samenzijn, gezellig samen eten… Het is allemaal wat ‘losser’ dan bij Nederlanders met hun vaste eettijden en regeltjes. Alleen in de opvoeding is het wel strak.’

Heb jij een leuke jeugd gehad?

‘Een wereldjeugd! Ik ben opgegroeid in Buitenveldert, het was de mooiste tijd ever. Buitenveldert was een groot dorp: iedereen kende elkaar, alle kinderen speelden buiten. We waren met z’n zessen thuis: vier jongens en mijn ouders. Ik zat op een zwarte school in Amsterdam-Zuid, met Turken, Chinezen en Marokkanen. Het was een wereldtijd: bij iedereen thuis was het een groot vreetfestijn. En atletiek hè: elk weekend met m’n ouders naar wedstrijden, als we terugkwamen thuis lekker eten met z’n allen… Een toptijd.’

Jij werd hordeloper. Dan ren je dus heel hard en spring je over die dingen. Maar waar denk je eigenlijk aan, als je horde loopt?

‘In mijn geval was dat: reageren op het startschot. Want als je vals start, is het klaar. En na het startschot dacht ik alleen maar: focussen op horde 1 en 2. Als je horde 1 en 2 goed doet, zit je in het goede ritme. En wanneer ik eenmaal in het goede ritme zat, dacht ik: geen probleem, ik maak ze af.’

Waar zou jij nog naartoe willen rennen in jouw leven?

‘Het eerste wat in me opkomt, is dat ik misschien wel terug zou willen verhuizen naar Amsterdam. Klinkt stom, want hier in Zoetermeer wonen we heel fijn, maar vaak verlang ik terug naar de tijd in Buitenveldert. Daar zou ik wel weer willen wonen, met mijn gezin. Maar dan moet ik eerst de jackpot winnen. Wat ik ook nog wel zou willen: mijn eigen bistro of lunchroom hebben. Ik heb acht jaar op de hotelschool gezeten, maar nog nooit een eigen zaak gehad. Dat is echt mijn droom, maar dan ren ik wel naar het onbekende.’

Wat was tot nu toe de grootste horde die je hebt moeten nemen in je leven?

‘In 2012 kreeg ik te maken met een depressie, waar ik nog steeds wel mee worstel. Eigenlijk zijn dat dus hordes die ik nog steeds aan het nemen ben. Gelukkig gaat dat goed, die hordes worden steeds lager.’

In 2011 werd je als hordeloper een jaar geschorst omdat je tekort was geschoten bij het invullen van je administratie. Was die schorsing de oorzaak van jouw depressie?

‘Dat was een enorme klap, ja. Maar tijdens die schorsing heb ik waarschijnlijk al mijn emoties uitgeschakeld, want álles moest wijken voor dat ene doel in 2012: de Olympische Spelen in Londen. Het jaar van mijn schorsing heb ik me daar volledig op gefocust. Ik gaf mijn gevoel weer de ruimte toen de Spelen afgelopen waren, en toen ging het snel. Op het moment dat ik van Londen met de trein terugging naar huis, voelde ik dat er iets mis met me was, ik kon het alleen niet plaatsen. Daarna werd het steeds erger. Op een gegeven moment kwam ik mijn huis niet meer uit, nam ik mijn telefoon niet meer op, liet ik mailtjes liggen… Ik reageerde nergens op, alles kostte te veel energie. Sportverkiezingen, uitreikingen… op het laatste moment zegde ik het af. Alleen het noodzakelijke deed ik: even boodschappen halen en gelijk weer terug naar huis. In die tijd ging ik wel al met Marcha, maar ik woonde nog alleen in Almere, dus het viel nog niet zo heel erg op. In 2013 ging het mis, tijdens de wereldkampioenschappen in Moskou. De inspanning, interviews geven… het werd me te veel: na de halve finales kreeg ik kortsluiting in mijn hoofd, ik ging out en belandde in het ziekenhuis. Uiteindelijk ontdekte mijn sportarts dat het om een depressie ging.’

Toch ben je nog tot 2016 doorgegaan met atletiek…

‘Ja man, dat sloeg nergens op. Eigenlijk had ik in 2012 al moeten stoppen met mijn sportcarrière. De laatste vier jaren waren drama, met blessures, slechte prestaties… een en al ellende. Maar tegen beter weten  in bleef ik maar doorgaan, ik had ook sponsoren en verplichtingen. Daarbij had ik bedacht in mijn eigen stad te stoppen, tijdens het Europees kampioenschap in 2016 in Amsterdam.’

Bij wie kon je terecht, tijdens je depressie?

‘Ik heb veel sessies gehad bij de psycholoog, die leerde me wat ik kon doen als ik niet lekker was en het voelde opkomen… Daar heb ik handvatten voor gehad. Uiteindelijk moet je het zelf oplossen, het is niet de psycholoog die het voor jou gaat doen. Soms hoor ik mensen om me heen zeggen: ‘Ik ben depressief, dus ik moet leuke dingen gaan doen.’ Sorry, als je écht depressief bent, is ‘leuke dingen doen’ het laatste dat op je lijstje staat, want daar heb je de kracht helemaal niet voor. Je ‘even niet lekker voelen’ is geen depressie, een depressie is een ziekte.’

Daar heb je dus nog steeds last van?

‘In die zin dat het er nog is, maar ik weet er beter mee om te gaan, zodat ik niet weer zo ver terugval als toen. Ik weet wanneer ik moet stoppen. In deze periode bijvoorbeeld, probeer ik achterstallig werk weg te werken: administratie, facturen, dat soort dingen. Ik merk dat ik dat geen uur kan doen, dat is te zwaar voor me. Dus ik doe het steeds een kwartier en daarna moet ik uitrusten, dan ga ik bijvoorbeeld weer even televisiekijken. Haha, ja sorry, dit klinkt eigenlijk van de zotte. Maar het is wel zoals het is.’

Lijkt me ook heftig voor jouw vrouw, om met een depressieve man te leven?

‘Nou, ik voorkom dat mijn probleem iemand anders probleem wordt; ik zal het ook nooit op iemand anders afreageren. Met honderd procent zekerheid durf ik te zeggen dat ze daar dus weinig last van heeft gehad.’

Hebben jullie weleens ruzie tijdens deze quarantaineperiode? Of ben jij geen ruziemaker?

‘Ik ben niet zo ruziemakerig en kan me ook niet zo druk maken om dingen. Dat heeft mijn vrouw wel een beetje, maar ik niet.’

Dus jij bent over het algemeen wel een leuke quarantainekerel?

‘Dat weet ik wel zeker. Omdat je je aan mij niet hoeft te storen, ik doe toch wel mijn eigen ding. En ik ben heel netjes, vind ik zelf tenminste. Ik doe alles: koken, toilet schoonmaken, dweilen, noem maar op… Alleen strijken doe ik niet, dat kan ik niet.’

Oe la la, jij kookt?

‘Nagenoeg elke avond. Gisteren heb ik bijvoorbeeld een zalmpastei gemaakt. Quinoa met vis en vlees of met groenten vind heel lekker. Of koteletjes met gegrilde tomaatjes en groente, dat soort dingen…’

Doe je ook netjes de wc-bril weer omlaag?

‘Jazeker, dat doe ik altijd. En als ik ben geweest, maak ik ook nog standaard de wc-bril schoon met natte doekjes. Ik ben echt heel netjes. Dus daar hoef je je niet aan te storen.’

Ik heb weleens gehoord dat Surinamers niet beffen, is dat waar?

‘Dat heb ik ook weleens gehoord, maar niet van de Surinamers die ik ken. En op mij is dat niet van toepassing.’

Mooi. En wat verwacht jij van jouw quarantainechick?

‘Dat ze gewoon een beetje relaxed is. Gezelligheid. Geen gekkigheid.’

Wat is ‘gekkigheid’?

‘Lopen blazen en zuchten van ‘wat hebben we het allemaal zwaar’, dat is zo vermoeiend. Het heeft geen zin je druk te maken over dat we nu noodgedwongen thuis zitten. Normaal gesproken zijn we altijd maar aan het rennen, dus laten weer dan ook van genieten dat we nu dingen kunnen doen die we normaal nooit kunnen doen, zoals lekker op de bank Netflixen.’

En als we dan een Netflixserie kijken, lig ik dan op jouw borst of…?

‘Tussen mijn benen. En dan met je hoofd op mijn borst.’

Hoe sluiten we de quarantainedag af? Met een nachtkusje, een voor-het-slapengaan-verhaaltje of gaat het licht direct uit?

‘Nee, het nachtlampje staat nog aan. We liggen lepeltje-lepeltje in bed. Daar denk ik altijd aan de toffe dingen die ik nog
wil gaan doen, niet aan werk. Dus dan gaan we een beetje fantaseren over een vakantie op Bali, een villa met zwembad, het strand…’

Jij ligt daar dus, met een strakke boxershort aan, maar hoe ligt jouw quarantainechick erbij?

‘Tja, als ik dan toch mag fantaseren: in zo’n zwart nachtjaponnetje.’

Lees ook: Judoka Juul Franssen (30): ‘Dit is waar ik thuis hoor: bij de wereldtop’

Over super Gregory Sedoc

Gregory Sedoc (38) is geboren in Amsterdam en komt uit een sportfamilie. Zijn vader was een succesvol ver- en hinkstapspringer. Vanaf zijn zesde deed Gregory aan atletiek. Het hoogtepunt in zijn hordeloopcarrière bereikte hij in 2007: op de Europese indoorkampioenschappen in Engeland won hij de 60 meter. Verder heeft hij deelgenomen aan de Olympische Spelen van Athene, Beijing en Londen. Als hordeloper behaalde hij dertien medailles op het NK en daarmee werd hij tevens Nederlands recordhouder. In 2016 nam hij officieel afscheid van de atletiek.

Gregory was jarenlang in dienst bij Defensie, waar hij werd bevorderd tot sergeant. Naast zijn baan als topsporter volgde hij opleidingen aan de hotelschool en hij studeerde commerciële economie. Het laatste jaar van zijn hbo-studie haakte hij af, omdat hij de politieopleiding in Den Haag ging doen. Als tv-persoonlijkheid maakte Gregory naam toen hij in 2017 voor de NOS het WK Atletiek analyseerde. In 2018 was hij te zien als finalist in Expeditie Robinson en in 2019 kreeg hij zijn eigen tv-programma’s Sportlab Sedoc – over technologische ontwikkelingen in de sportwereld – en Knappe koppen, waarin hij zich samen met topwetenschappers buigt over lastige vragen van kijkers. Het nieuwe seizoen van Knappe koppen wordt momenteel uitgezonden.

Gregory woont met zijn vrouw Marcha in Zoetermeer, ze hebben twee kinderen: Ruben (4) en Emily (4 maanden). Gregory is werkzaam bij de politie in Den Haag en zijn boek Rennen met Gregory Sedoc verschijnt deze maand.

Met dank aan hotel gooiland
Tekst Tatum Dagelet Foto’s Liz van Campenhout

Dit verhaal komt uit VIVA-2020-20. Dit nummer ligt t/m 20 mei in de winkel of kun je hier online bestellen.