Hailey werd als kind mishandeld: ‘Soms was ik nog niet eens binnen of ze gaf me al klappen’

Hailey (32, blogger en lifecoach) werd haar hele jeugd mishandeld door haar moeder. Fysiek én geestelijk. ‘Ik liep op eieren, ik hoefde maar verkeerd uit m’n ogen te kijken of het was al mis.’

‘De eerste avond op kamers herinner ik me nog heel goed. Ik moest thuis voor alles toestemming vragen, ook als ik met vriendinnen naar de stad wilde. Die avond belde een vriendin met de vraag of ik mee uitging. Ik zei: ‘Ik bel je zo terug.’ Het was zo raar dat ik zelf dit besluit moest nemen. Ik had zelfs even de neiging om mijn moeder te bellen om toestemming te vragen, maar ik realiseerde me dat dat belachelijk was. Het was heerlijk om voor het eerst geen steen in mijn maag te voelen als ik naar huis ging. En als ik ’s ochtends haast had en geen tijd had gehad om mijn kamer op te ruimen, was er niemand die me sloeg.
Ik ben enig kind en ​mijn vader ​heb ik nooit gekend. Ik woonde alleen met mijn moeder. Ik heb haar weleens gevraagd naar mijn vader en waarom hij niet in mijn leven was, maar dan kreeg ik altijd te horen dat het me niet aanging. Dat waren haar privézaken, zei ze dan. Ik weet dus niets van hem. Niet eens zijn naam, of dat ik mijn sproeten misschien wel van hem heb. Ik weet niet eens waarom ik geboren ben. Was het liefde, lust? Of juist iets anders? Misschien is dat wel de reden dat moeder er niet over wil praten? Ik sluit niets uit. Maar voor nu probeer ik erop te vertrouwen dat als het de bedoeling is, ik hem ooit wel ontmoet. Ik zou juridisch kunnen afdwingen dat mijn moeder me informatie geeft, maar dat is een lang en slepend proces. En ik kan het dus alleen te weten komen door contact met haar te hebben. Dat is voor mij reden genoeg om te zeggen: dan hoeft het voor mij niet. Ik heb tien jaar geleden het contact met mijn moeder verbroken. En als ik het voor het zeggen heb, zal ik haar nooit meer zien. Mijn moeder was de enige ouderfiguur in mijn leven. En juist zij heeft me, vanaf dat ik me kan herinneren, bijna dagelijks lichamelijk en geestelijk mishandeld.’

Altijd op mijn hoede

‘Als kind werd ik geslagen. Met de hand. Maar vanaf het moment dat ik een jaar of acht was, kwamen er voorwerpen bij. Van pollepels tot kledinghangers en stokken. Ik kan me nog een voorval herinneren van toen ik vier of vijf was. Mijn moeder sloeg me. Niet een tik, maar flink rossen. Ze begon boven en werkte mijn hele lichaam af naar beneden, zodat ik bij alles wat ik aanraakte nog dagenlang pijn had. De aanleiding weet ik niet eens meer. Als ik thuiskwam uit school, konden er twee dingen gebeuren. Of mijn moeder was in een goede bui, dan zat ze te wachten met thee en een koekje. Of ze had een slecht humeur, dan werd ik meteen geslagen. Omdat ik van tevoren nooit wist wat ik zou aantreffen, heb ik al jong geleerd altijd op mijn hoede te zijn. Als ik thuiskwam en mijn moeder was aan het stofzuigen, dan wist ik dat het foute boel was. Dat waren de momenten dat ze extra boos was op het leven. Want ja, ze moest altijd alles alleen doen. Soms was ik nog niet eens binnen of ik kreeg al klappen. Dan was mijn kamer bijvoorbeeld niet goed genoeg opgeruimd. Ik liep thuis op eieren, want ik hoefde letterlijk maar verkeerd uit mijn ogen te kijken of het was al mis. Ik mocht ‘blij’ zijn als het bij een klap bleef, want vaak genoeg werd er tot bloedens toe op me in geslagen. Het kwam niet vaak voor. Maar heel soms deden we iets gezelligs, zoals shoppen. Ook dan kon haar stemming ineens omslaan. Echt ontspannen was het nooit.’

Zo oma, zo moeder

‘Naast de lichamelijke mishandelingen werd ik ook geestelijk mishandeld. Ik werd uitgescholden voor van alles en nog wat. Ik was achterlijk, dik en lelijk. Mijn moeder zei dagelijks tegen me dat ik niets waard was. Ik was een kind van de duivel, en ze zou willen dat ze me nooit had gekregen. ‘Was je maar overleden bij je geboorte,’ zei ze dan. Omdat ik zo ongelukkig was, wenste ik dat de meeste dagen zelf eigenlijk ook.​ Ik heb weleens geprobeerd met haar te praten als ze een goede bui had, maar dan sloeg haar humeur altijd meteen om en kreeg ik te horen dat een vervelend, slecht kind was. En dat wie niet horen wilde, maar moest voelen. Ik heb nooit aan haar gemerkt dat ze ook maar enige vorm van berouw heeft gevoeld. Ze was ervan overtuigd dat ik het verdiende om zo behandeld te worden, en dat zei ze ook recht in mijn gezicht. Mijn grootouders heb ik nooit gekend, maar ik weet wel dat mijn overleden oma mijn moeder ook haatte. Mijn moeder gaf me dus de ’opvoeding’ die zij zelf ook heeft gehad. Eigenlijk heb ik altijd wel geweten dat het niet normaal was wat er bij ons thuis gebeurde. Ik denk omdat ik bijna werd ‘opgevoed’ door de televisie. Als enig kind moest ik mezelf altijd vermaken en keek ik urenlang naar series als Full house en GTST. Zo zag ik een voorbeeld van hoe een normaal, leuk gezin functioneert, en in Goede tijden gebeurden ook weleens dingen zoals bij mij thuis. Op die manier kreeg ik vanzelf een beeld van wat wel en niet normaal was. Ik kwam soms bij klasgenootjes thuis. Die hadden broers en zussen en geïnteresseerde, warme ouders. Daarom sprak ik meestal bij anderen af. Heel soms nam ik iemand mee naar huis, maar dan was ik altijd bloednerveus. Mijn moeder zei dan vaak nare dingen over mij tegen mijn vriendinnen, die wisten zich dan natuurlijk geen houding te geven.’

Het hele verhaal lezen? Check VIVA 9-2019. Deze editie ligt t/m  5 maart in de winkel of kun je hieronder online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «