Helene: ‘Pas toen ik begon te kotsen van de pijn, stopte hij’

Elke week geven we je een kijkje in iemands liefdesleven in VIVA’s rubriek ‘De status’.

Helena (37) zit ondergedoken in een blijf-van-mijn-lijfhuis.

TEKST: LYDIA VAN DER WEIDE

“Normaal gesproken hield Stef zich in totdat de kinderen naar bed waren. Schelden, dat deed hij wel met hen erbij. Mijn zoon was twee toen Stef me ‘hoer’ noemde. Maar de klappen, die kwamen altijd pas 
als er geen enkele toeschouwer meer was. En Stef was slim genoeg mij alleen daar te 
raken waar de beurse plekken verborgen konden blijven. Ik denk weleens: was hij maar ruwer en onvoorzichtiger geweest. Dan had ik misschien eerder het lef gehad om in te grijpen.
Die ene keer dat hij wél los ging met onze kinderen erbij, was voor mij de druppel. 
Ik had pannenkoeken gemaakt, meer was er niet in huis.

Ik had geen boodschappen kunnen doen omdat mijn ribben zo’n pijn deden van onze ruzie van drie dagen eerder. Stef vond dat ik me aanstelde. Mijn dochter had net haar eerste hap genomen, toen hij uithaalde. Tegen mijn hoofd. Ik 
viel van mijn stoel en dook weg voor zijn laarzen. Schreeuwen van schrik of van pijn, dat deed ik allang niet meer, maar mijn kinderen – zeven en vijf – zetten direct een keel op. In plaats van daarvan te schrikken was het alsof hij zich aangemoedigd voelde. Pas toen ik begon te kotsen van de pijn stopte hij. Hij draaide zich om en liep de deur uit, ‘om af te koelen nadat ik hem weer zo over de zeik had geholpen’, zoals hij dat altijd noemde. Ik zag de pijn 
in de ogen van mijn kinderen. Dat raakte me dieper dan Stef me ooit had getroffen.

Die nacht, toen hij allang weer thuis was en hij zijn warme lichaam vergevingsgezind tegen het mijne drukte, lag ik in het donker te staren en wist ik dat ik eindelijk zou 
gaan doen waar ik al zo lang van droomde. Weg, weggaan, ontsnappen uit deze hel 
die nu al bijna tien jaar mijn dagelijks leven was. Waar niemand iets van wist, want 
uit schaamte had ik al die tijd mijn mond gehouden, me geïsoleerd, vrijwillig afstand genomen van mijn ouders die hem vanaf de eerste dag niet hadden gemogen en 
die ik hun gelijk niet gunde.

Ik had al die jaren gehoopt dat het beter zou gaan. Want Stef was niet altijd een lul. Hij was ook de allerliefste. Ik snap het als mensen dat onvoorstelbaar vinden. Zelf begrijp ik ook niet waarom ik hem nu nog mis, ondanks alles wat er gebeurde en nog steeds gebeurt.
Maar mijn kinderen en ik zijn eindelijk 
veilig. De dag na de ‘avond van de druppel’ heb ik ze niet naar school gebracht, maar zijn we met de taxi naar mijn ouders gereden. Dat we daar niet konden blijven, werd snel duidelijk: Stef verscheen er ’s avonds, in zijn beste doen, charmant en vriendelijk. Maar ’s nachts gooide hij de ramen in omdat ik niet met hem wilde praten. Nu zit 
ik ondergedoken aan de andere kant van het land, in afwachting van de uitspraak van de scheiding en vooral: tot Stef rustiger wordt. Hij heeft alle schijn laten varen, duikt voortdurend op bij mijn familie, is al twee keer opgepakt. Toch, hoe donker de situatie ook is, ik zie weer licht. Ik ben weg, ik ben vrij. Hoe ik alles moet aanpakken, ik weet het niet. Maar erger dan het was, kan 
het niet meer worden. Die gedachte geeft troost.”

Dit artikel is afkomstig uit VIVA 40. Abonnee worden of een losse editie van VIVA bestellen? Klik hieronder:

»Bestel VIVA online | Klik hier «