Henry Schut: ‘Ik ben allesbehalve de ideale man of schoonzoon’

VIVA drinkt elke week een drankje met een leuke man. Deze week doen we een biertje met ‘NOS Studio sport’-presentator Henry Schut. Wat doet hij nu, na die drukke sportzomer?

Interview Elle Smolders | Beeld Anke van der Meer

Afgelopen zomer, met het EK in Frankrijk en de Olympische Spelen in Rio, konden we niet om hem heen. Vanaf zijn bank in de studio praatte Henry Schut ons avond aan avond bij over de laatste sportprestaties. Op deze dinsdagmiddag is hij zelf de sportschool ingedoken en komt ie, iets te laat en zich volop excuserend, het restaurant binnengelopen. “Kunnen we nog even buiten zitten? Ik zweet nog na!” Aan zijn hand heeft Henry zoontje Stijn van vier, met zijn iPad, die heeft beloofd hééél stil te zullen te zijn.

Hoe is het met je?

“Goed, denk ik. Ik ben nog aan het bijkomen van de sportzomer: drie maanden kei- en keihard werken, waarvan drie weken in Rio. We maakten daar dagen van 12 à 13 uur en het was een groot programma, dat voel je ook wel qua druk. Je moét presteren, iedereen vindt er wat van. Eenmaal terug is het dan weer even wennen aan het rustigere vaarwater.”

En, wat vonden mensen ervan?

“Van alles, haha. Ik probeer me er zo min mogelijk mee bezig te houden, maar je krijgt toch dingen mee. Op Twitter kom je inhoudelijke reacties tegen, maar ook tweets waarvan je denkt: serieus!? Zo was er een berichtje van iemand die het niet oké vond dat ik in de studio met mijn ene been over het andere zat, omdat hij zo mijn schoenzool kon zien. Daar moet ik wel om lachen, maar het leidt ook af. Je kunt zo’n opmerking niet deleten, de
volgende keer dat je op die bank zit, denk je er toch aan. Er zit een raar spanningsveld tussen wél willen weten of het oké is wat je aan het maken bent en toch ook niet te letterlijk willen weten wat mensen ervan vinden.”

Hoe ben je eigenlijk op die bank terechtgekomen?

“Ik ging naar de School voor de Journalistiek met het idee radio-dj te worden, maar eenmaal daar vond ik álles leuk. ‘Studio sport’ was nooit een doel, maar toen ik er stage kon gaan lopen, was dat wel een prachtige kans – ‘Stijn, blijf eens hier!’ – daarna ging het eigenlijk vanzelf. Het was 1999 en ‘Studio sport’ zat in de lift, dus ik kon na mijn stage blijven.”

Klinkt als een jongensdroom…

“Dat hoor ik wel vaker. Maar ik heb nooit het gevoel gehad dat ik er één uit miljoenen ben, zoals bij profvoetballers. Het is gewoon zo gelopen, vanzelf gegaan. In 2005 kwam er een auditieronde omdat er twee presentatoren vertrokken. Ik was benieuwd of ik het zou kunnen, maar zag tegelijkertijd ook een beetje op tegen wat er zou gebeuren als ik het zou worden. Tegen wat daar allemaal bij zou komen kijken. Maar, dacht ik: stel dát het niks is, dan kan ik altijd nog stoppen.”

Is dat al weleens door je hoofd 
geschoten?

“Soms. Ik vraag me weleens af hoe het zou zijn om een ‘gewone’ baan te heb-ben. Naar een verjaardag te gaan en dat iemand dan vraagt: ‘Goh, wat doe jij 
eigenlijk?’”

Je moet natuurlijk áltijd over voetbal praten.

“Yep. De nieuwste transfers, het ontslag van een trainer… In veel situaties ben ik meer een presentator van ‘Studio sport’ dan een persoon. Die grens, van waar 
het niet meer leuk is, is lastig te vinden. Mijn vrouw werkt ook in de media en we zeggen thuis weleens gekscherend tegen elkaar: zullen we dan nú die tapasbar maar beginnen? Aan de andere kant zijn het luxeproblemen. Part of the job. Mijn werk is mijn allergrootste hobby.”

Is zelf sporten ook een hobby van je?

“Dat is het wel geworden. Ik heb lang 
gevoetbald en getennist, maar toen dat niet meer ging door onregelmatige werktijden, ben ik gaan fitnessen.”

Ga je vaak naar de sportschool?

“Vier keer per week. De afgelopen tien jaar ben ik vijftien kilo aan spiermassa aangekomen. Ik was heel mager en wilde daar graag wat aan doen, maar ik zag 
mezelf niet echt tussen die brede gasten in de sportschool staan. Tot een collega voorstelde om samen te gaan. Nu is het gek genoeg mijn uitlaatklep, het werkt bijna therapeutisch. Mijn lijf vraagt er ook om.” Na drie kwartier kletsen vindt Stijn het mooi geweest en is zelfs de iPad geen 
oplossing meer. Henry belt zijn vrouw, die hun zoontje in no time komt ophalen.

Leuke vrouw! Waar heb je haar ontmoet?

“Ze stuurde me negen jaar geleden een berichtje via Hyves.”

Een krabbel!

“Precies. Ik kende haar van mijn studie, maar we hadden elkaar jaren niet gezien. Ik vond haar op school al leuk, maar durfde er toen geen werk van te maken. We zijn wat gaan drinken en ik dacht: 
jij bent het! Het eerste wat ik tegen mijn 
ouders zei, was: ‘Ik heb de moeder van mijn kinderen ontmoet.’ Dat bleek te kloppen.”

Inmiddels heb je drie kids, een droombaan en ben je in 2014 uitgeroepen tot ‘Papa van het jaar’. Klinkt als de ideale schoonzoon.

“Haha. Of ik dat ben, zou je aan mijn schoonmoeder moeten vragen. Maar 
ik denk dat het wel meevalt. Er moet 
veel opgeofferd worden voor mijn werk. Ik kan er niet altijd zijn. En nu bén ik 
bijvoorbeeld thuis, maar moet ik nog 
heel erg bijkomen en uit-kateren. Dat 
is niet altijd even prettig voor het thuisfront. Nee, ik denk dat ik by far níet de ideale man ben. Mijn vrouw moest net zelfs ons zoontje komen halen!”

Henry en zijn gezin tijdens Rio

Dit artikel is afkomstig uit VIVA 40. Abonnee worden of een losse editie van VIVA bestellen? Klik hieronder:

»Bestel VIVA online | Klik hier «