Hila Noorzai: ‘Ik ben iemand van alles of niets’

Als kind van vluchtelingen voelt Qmusic-dj Hila Noorzai een enorme bewijsdrang om altijd meer, beter en verder te willen. ‘Ik wil het goed doen voor mijn ouders.’

Rustig stapt Hila binnen bij hotel The Hoxton in Amsterdam. Donkere flared jeans, grijze trui, amper make-up. De blinkende gouden hangers in haar oren zijn de enige opvallende elementen aan haar outfit. Haar manier van praten is al even beheerst. Geen grote uitschieters, maar weloverwogen antwoorden. Een tikje terughoudend als het gaat over haar privéleven, enthousiast over haar werk als dj bij Qmusic en – sinds 1 mei – co-presentator van het online AD-programma De ochtendshow to go.

‘Als je je geluk alleen maar uit je werk moet halen, dan wordt het een moeilijk leven’

‘Vroeg opstaan is niet echt iets voor mij,’ lacht Hila. ‘Toen ik vorig jaar vijf weken achter elkaar de ochtendshow van Qmusic deed, lag ik er helemaal af. De AD-show doe ik twee keer per week, dus dan kan ik naast m’n werk nog gewoon een sociaal leven hebben. Dat vind ik belangrijk. Jarenlang was ik ontzettend gefocust op mijn werk, maar ik zie steeds beter in hoe belangrijk het is om ook tijd vrij te maken voor je familie, vrienden en partner. Als je je geluk alleen maar uit je werk en je succes moet halen, dan wordt het een moeilijk leven.’

Is dat iets waar je tegenaan liep?

‘Ik heb de afgelopen jaren veel gepiekerd en wakker gelegen over m’n werk. Wat ga ik doen, waar wil ik naartoe, wat wil ik bereiken? Ik spreek veel meiden van mijn leeftijd die in datzelfde schuitje zitten. Je bent lekker bezig met je carrière, maar je bent nog net niet waar je wilt zijn. Het was mijn droom om televisie-presentator te worden, maar radio kwam op mijn pad. Dat vind ik hartstikke leuk, maar ergens was ik er niet helemaal tevreden mee. Ik ben enorm ambitieus, dus ik vroeg me af of dit goed genoeg was. Trok ik er genoeg aan? Moest ik niet meer doen? Met die gedachtes maakte ik mezelf een beetje gek, terwijl ik eigenlijk zou moeten genieten van waar ik nu op mijn 26e al sta. Soms ben ik een beetje te ongeduldig, denk ik.’

Hoe ben je tot dat inzicht gekomen?

‘Ik heb een presentatiecoach die me ook adviseert op andere vlakken. Van haar heb ik allerlei tips gekregen over hoe ik meer mindful kan zijn. Ik probeer daar veel boeken over te lezen en heb sinds een tijdje een muntje in mijn tas zitten. Dat muntje is mijn reminder dat ik even terug moet naar het hier en nu. Niet piekeren over de toekomst of het verleden, maar in het moment zijn. Zo ben ik aan het leren om meer van de weg ernaartoe te genieten in plaats van mezelf steeds een schop te geven omdat ik meer moet bereiken. De belangrijkste les is dat ik mezelf niet te veel moet opleggen. Het hoeft niet allemaal perfect, gewoon goed is ook oké. Dat is voor mij heel lastig, want ik ben iemand van alles of niets.’

Vind je het lastig om maat te houden?

‘Niet met uitgaan of drank en dat soort dingen, maar wel in de zin dat ik heel streng ben voor mezelf. Toen ik een paar jaar geleden begon met sporten, ging ik vanuit het niets naar vijf keer per week fanatiek fitnessen. Sloeg ik een keertje over, dan zag ik dat als falen en baalde ik daar enorm van. Nu leer ik mezelf aan dat twee keer per week sporten ook prima is. Dat vind ik lastig, want het zit in me om tot het gaatje te willen gaan. Tot mijn veertiende heb ik op hoog niveau aan wedstrijdzwemmen gedaan. Vijf keer per week lag ik om zes uur ’s ochtends in het zwembad om te trainen. Dat was full-on, nooit klagen, gewoon gaan. Met zwemmen ben ik in m’n puberteit gestopt, omdat ik het niet meer zo leuk vond. Maar die mentaliteit van toen heb ik nog steeds. Soms heel vermoeiend.’

Heb je die enorme drive van huis uit meegekregen?

‘Zeker. Ik ben een kind van vluchtelingen. Mijn ouders zijn vanuit Afghanistan naar een vreemd land gekomen met niets en hebben hier alles vanaf nul moeten opbouwen. Dat hebben ze altijd zonder zeuren gedaan. Schouders eronder en gaan. Als kind besefte ik al dat mijn ouders naar Nederland zijn gekomen om mijn broer, zus en mij een betere toekomst te bieden. Dat wil je niet verpesten. Je wilt het goed doen voor je ouders, zodat zij trots op je kunnen zijn. Daar vloeit een bepaalde bewijsdrang uit voort. Als ik om me heen kijk, dan denk ik dat veel kinderen van migranten daar last van hebben. Hun ouders hoopten toch allemaal dat ze arts zouden worden. Mijn vader en moeder stiekem ook wel. Maar nu ik iets anders heb gevonden waar ik blij van word, staan ze ook vierkant achter me.’

Het hele interview met Hila Noorzai lees je in VIVA 19-2019. Deze editie ligt vanaf 8 mei in de winkel of kan je verder lezen via Blendle. 

» LEES VERDER VIA BLENDLE «

Sommige artikelen kun je maar gedeeltelijk lezen op viva.nl, omdat ze afkomstig zijn uit de papieren VIVA. Uit respect naar onze abonnees én om te zorgen dat wij online leuke gratis content kunnen blijven maken, linken wij je door naar Blendle om het hele artikel te lezen. Dit is een online platform waar je betaalt per artikel – in de meeste gevallen een paar dubbeltjes – en de journalistiek mee steunt. We hopen te kunnen rekenen op je begrip!