Holiday from hell: ‘De doorn in mijn voet was één centimeter lang’

Het ticket is geboekt, de ‘Lonely planet’ is doorgebladerd: laat die exotische droomreis maar beginnen. Toch? Voor Brenda (40) liep het anders. Ze was op vakantie naar Venezuela voor drie weken met haar toenmalige vriend. Haar reisadvies achteraf: “Ga alleen de 
jungle in met dichte schoenen met een dikke zool.”

Tekst Rhija Jansen | Foto’s iStock

“Eigenlijk ben ik helemaal geen held op vakanties. Dus toen we op vakantie in Venezuela besloten om een driedaagse trip door de jungle te maken, bekeek ik goed de lijst van dingen die we volgens de gids moesten meenemen. Ik checkte nog of ik écht geen dichte schoenen aan hoefde, maar dat was volgens de gids niet nodig: mijn Teva’s waren prima. Eenmaal in de jungle was ik doodsbang dat ik uit zou glijden in grotten. Ook deed ik niet mee met piranha-vissen, omdat ik bang was dat een krokodil me zou grijpen. Maar wandelen door de jungle deed ik graag, daar kon immers niet veel gebeuren.
We werden echter overvallen door een enorme tropische regenbui die de grond in een modderpoel veranderde. Ik zette een stap, stond tot aan mijn knie in het water en voelde opeens een helse pijn in de teen van mijn linkervoet. Mijn eerste gedachte was: er hangt toch geen beest aan? Toen ik mijn voet uit de poel tilde, stak er uit de bovenkant van mijn teen een soort takje. Op dat moment wist ik niet dat dit een gigantische doorn van een boom was, die via de onderkant van mijn sandaal dwars door mijn voet was gegaan. De sfeer in de groep was overigens intussen heel relaxed. Volgens mij vond iedereen dat ik me aanstelde, behalve mijn vriend, die me moed probeerde in te spreken. Doordat de gids heel rustig bleef, dacht ik dat dit misschien vaker gebeurde. Met een haak waarmee hij daarvoor op piranha’s had gevist probeerde hij de doorn uit de bovenkant van mijn voet te wrikken. Dat lukte voor geen meter, en het deed zo verschrikkelijk veel pijn, dat ik bewusteloos raakte.”

Halfnaakte 
indianen

“De gids besloot me mee te nemen naar de dichtstbijzijnde indianenstam, om daar de medicijnman naar mijn teen te laten kijken. Even later lag ik in een blokhut op een tafel, omringd door halfnaakte Warao-indianen met bloempotkapsels, die boven mijn hoofd druk aan het overleggen waren over hoe ze dat takje uit mijn teen moesten krijgen. Ik heb niet gekeken naar wat ze allemaal met mijn voet deden, probeerde alleen maar uit alle macht niet wéér flauw te vallen van de pijn. Mijn vriend hield mijn hand vast en praatte tegen me, maar niks drong tot me door. Ik zat in een soort twilight zone, waarin de pijn in mijn voet de hoofdrol speelde. De naalden waarmee ze die doorn uit mijn voet probeerden te halen, konden daarvoor wel bij tien indianen gebruikt zijn, maar op dat moment kon me dat niets schelen. Als de pijn maar zou verdwijnen. Uiteindelijk, na veel gepriegel, was er aan de bovenkant van mijn voet niets meer te zien en leek het opgelost te zijn.”

Antibiotica

“Maar de pijn bleef, en dezelfde avond werd mijn voet enorm rood en zwol hij op, waardoor ik niet meer kon lopen. De gids vertrouwde het niet en regelde voor ons een vlucht naar de bewoonde wereld, waar ik onderzocht werd door een Duitse chirurg. Het stomme is: tot dat moment was niemand op het idee gekomen om ónder mijn voet te kijken, waar de doorn erin was gegaan. De assistent van de chirurg attendeerde hem hierop, maar hij wilde van hem niets aannemen, en daar waren ze met zijn tweeën over aan het bakkeleien. Zelf zag ik niks; dat kwam doordat de doorn net in de plooi van mijn teen zat. Inmiddels was mijn voet niet alleen dik, maar begon hij ook op een vreemde manier te glanzen. Mijn vriend was vreselijk bezorgd, en we zijn een week eerder naar huis gereisd om naar een Nederlands ziekenhuis te gaan.
Ik werd onderzocht in het Havenziekenhuis in Rotterdam. Hun Tropenpoli is gespecialiseerd in ziektes die je oploopt in het buitenland. Een co-assistent keek naar mijn voet en stuurde me na overleg met zijn supervisor naar huis met een antibioticakuur.”

Oorlogstrofee

“Na een week moest ik terugkomen, maar in die week werd het steeds erger: mijn been zwol tot aan mijn knie op en zag rood. Mijn vriend was vreselijk bezorgd, hier klopte duidelijk iets niet. Bij de check-up had ik een andere arts, die in tegenstelling tot alle anderen direct de ónderkant van mijn voet inspecteerde, en de doorn zag zitten. Ik werd direct naar de operatiekamer gereden, waar ze de doorn verwijderden. Zodra die eruit was, verdween ook de pijn. De doorn bleek hartstikke giftig te zijn en had ontstekingen in mijn been veroorzaakt. De andere arts heeft toen haar excuses aangeboden, dat ze me alleen door haar co-assistent had laten onderzoeken. ‘Als je hier iets langer mee had rondgelopen, hadden we je been moeten amputeren,’ zei ze. Daar schrok ik ontzettend van. Ik had nooit verwacht dat het zo heftig was. En ik was boos: je gaat ervan uit dat artsen wel weten wat ze doen, maar in dit geval hadden ze gefaald. Ik baalde ook van mezelf: ik ben verpleegkundige, waarom had ik mijn mond niet eerder opengetrokken en van artsen geëist dat ze onder mijn voet keken, in plaats van dat ik een week aanmodderde met een dik been? De doorn was één centimeter lang. Ik heb hem in een geseald potje meegekregen van de artsen, en moest beloven hem nooit te openen, omdat hij nog steeds giftig is. Hij ligt ergens op zolder in een doos. Het blijft toch een soort oorlogstrofee van mijn jungletocht.”

Dit artikel is afkomstig uit VIVA 30. Abonnee worden of een losse editie van VIVA bestellen? Klik hieronder:

»Bestel VIVA online | Klik hier «