In bed met Rob Dekay: ‘Ik ben een soort oermens, qua driften’

rob dekay

Met zijn vrolijke Nederlandstalige liedjes en vriendelijke blauwe ogen lijkt hij een lieverdje. Toch wist hij ons allemaal flink om de tuin te leiden in zijn rol als de mol. Het wordt dus tijd om Rob Dekay te ontrafelen en hem nou (eindelijk eens) de hoed van het lijf te vragen…

Dit is Dekay

Singer-songwriter Rob Dekay (33) is bekend van zijn Nederlandstalige country-pop liedjes en zijn deelname aan het populaire televisieprogramma Wie is de mol? Hij is in Deventer geboren als Rob Hameka. Zijn ouders scheidden toen hij zeven jaar was, waarna Rob bij zijn moeder bleef wonen. Naast een tweelingbroer heeft hij een oudere broer en nog stiefbroers en -zussen.

Op zijn vijftiende stopte Rob met het reguliere onderwijs en ging hij werken voor de kost: van stratenmaker tot vuilnisman. In 2010 kwam hij in aanraking met de hiphop-formatie FATA uit Deventer, dat was het begin van zijn muziekcarrière.

Na samenwerkingen met onder anderen Akwasi en Dio, verscheen in 2016 zijn debuutalbum Alles gaat voorbij bij platenlabel Top Notch. Sinds twee jaar heeft Dekay een contract bij Modestus Records: het platenlabel van Guus Meeuwis. Voor het grote publiek trad hij op bij onder andere Concert at sea, Groots met een zachte g., Lowlands en Tuckerville.

Afgelopen jaar was hij de mol in Wie is de mol?, waardoor hij nog meer bekendheid kreeg. Ook schreef en zong hij de titelsongs van de films Weg van jou (2017) en Kruimeltje en de strijd om de goudmijn (2020). Robs nieuwste album Aangenaam verschijnt dit najaar en momenteel werkt hij aan een volgend album. Hij woont nog altijd in Deventer en is sinds juni weer single na een relatie van vier jaar.

Mag ik jouw hoed op?

‘Eh… nou, dat is wel een drempel. Het is gewoon een ding geworden, dat ik mijn hoed nooit afzet.’

Heb je weleens seks gehad met je hoed op?

‘Zou kunnen, dat het ooit is gebeurd.’

Staat die hoed symbool voor iets?

‘Niet iets speciaals. Vroeger droeg ik petjes en mutsen. Nu zijn het hoeden geworden, ik vind hoeden gewoon heel erg mooi.’

Ik vind die hoed dus een beetje jammer. Dan word je gauw ‘die jongen met de hoed’ en ga ik me ergeren aan die hoed, snap je. Terwijl je zo knap bent…

‘Vind ik heel lief van je, maar voorlopig blijft ie op. En ik snap je ook wel, hoor. Mensen kunnen denken: hij wil verbloemen dat ie geen karakter heeft, of niks heeft meegemaakt, dus doet ie maar een gekke hoed op. Maar de meesten die naar mij refereren als ‘die jongen met die hoed’, zijn mensen die nog geen vijf minuten met mij gesproken hebben.’

Wat voor jongen ben jij eigenlijk?

‘Ik ben gewoon een aardige gast die gemiddeld wat anders in elkaar zit dan de meeste mensen. En daarom heb ik bijvoorbeeld dit werk, geen diploma’s… dat soort dingen. Maar wie ik écht ben? Daar denk ik momenteel veel over na, maar ik weet het nog niet.’

Dan gaan we daar nu achterkomen… Welke afwijking heb je?

‘Ik ben snel afgeleid, druk in mijn hoofd. Als kind was ik al druk: altijd aan het trommelen met mijn vingers, rondrennen… In groep 4 bleef ik zitten. Het rekenen lukte niet en ik was continu afgeleid. Vanaf toen wist mijn moeder al wel: we gaan een bepaalde route afleggen met deze jongen.’

Voordat je mag meedoen met Wie is de mol? moet je een psychologische test doen, begreep ik.

‘Klopt. Iedereen wordt door de molen gehaald, voorafgaand zijn er meerdere psychologische selectiegesprekken en persoonlijkheidstesten.’

Die tests heb jij doorstaan, dus blijkbaar is er geen gekkigheid bij jou geconstateerd…

‘Ik heb ze uitgelegd hoe mijn leven eruitziet en duidelijk gemaakt dat ik goed kan anticiperen op een groepsdynamiek en kan inschatten hoe de rollen verdeeld zijn, waardoor ik weet welke rol ik moet aannemen. Als het nodig is, ben ik heel stil. En als iedereen zwak en stil is, kan ík die alfa-guy zijn, dat heb ik ze gezegd. Vooraf kon ik niet precies uitleggen waarom ik de mol kon zijn, maar ik kon met stelligheid zeggen dat ik een heel goede zou gaan worden.’

Je kunt dus eigenlijk heel goed acteren?

‘Het lijkt me heel leuk om een keer een bijzondere rol te spelen in een serie of film. Misschien gaat dat ook wel gebeuren.’

Heeft jouw deelname aan het programma je carrière naar een hoger level getild?

‘Ik denk het wel, er kijken miljoenen mensen naar. Qua werk ben ik nu veel drukker dan daarvoor. Het is alleen lastig dat ik – in de rol van de mol – niet veel van mezelf heb kunnen laten zien. Ik had een versie gecreëerd die het beste was voor het spel, niet per se het beste uithangbord van mezelf als persoon, zeg maar.’

Ondanks de coronacrisis ben je nu drukker?

‘Ja, maar mijn uitverkochte clubtour werd me daardoor wel door de neus geboord, ik had zestig shows staan. Dit had een levensveranderend jaar moeten zijn, ik had allerlei plannen: studiootje bouwen, misschien een huis kopen… dat maakt het wel een beetje klote. Maar natuurlijk heb ik alsnog geluk: rondom De mol heb ik het een en ander verdiend met klussen, ik ben bezig met een zomertour in kleine theaters… Anders had ik nu weer – net als vroeger – in een fabriek moeten gaan staan. Er zijn genoeg mensen die hun baan kwijt zijn. En laatst is een vriend van me overleden, in de periode dat er maar dertig man op een begrafenis aanwezig mochten zijn, terwijl de hele stad ernaartoe zou gaan. Dat zijn pas echt de kutverhalen.’

En ben je nog steeds zo druk in je hoofd?

‘Tegenwoordig iets minder. Het is de kunst om daar een manier voor te vinden. Voor de een is het een jointje roken, voor de ander alcohol, of iets compleet anders. Ik hou wel van een biertje en zo nu en dan rook ik een joint, dan word ik wat rustiger in mijn hoofd. Want nu bijvoorbeeld met jou, kan ik denken: welke kleur haar heb jij nou precies, waarom draag je een vis in je oor, is die oorbel van goud? Zo gaat het continu prrrrr door mijn hoofd, heel vermoeiend.’

Onder welke omstandigheden functioneer jij het beste?

‘Als ik met leuke mensen werk, beschouw ik het niet als werk en dan kan ik heel erg mezelf zijn. Mijn eigen bandleden ken ik al zó lang, niemand denkt: wat ben je druk, doe even normaal. Liedjes vind ik weer makkelijker om vanuit een soort negatieve vibe te schrijven, omdat ik me dan heel bewust ben van wat er in mij leeft en daar moet ik dan vanaf. Want als ik heel blij ben, bel ik eerder mijn vrienden om gezellig de kroeg in te gaan.’

Dus jouw vrolijke liedjes schrijf je onder treurige omstandigheden?

‘Precies, maar ik ben me er dan wel bewust van dat ik ervoor moet waken niet een depressief album te maken. Het werkt zo: ik schrijf vijf liedjes waarvan er drie treurig zijn en twee blij. En dan is de kans groot dat die twee blije liedjes op het album komen en die andere drie niet. Omdat ik dat ook best wel naakt vind, zeg maar.’

Je vindt het spannend om je kwetsbaarheid te tonen?

‘Jazeker. Ik denk dat dat voor iedereen geldt. Voor jou toch ook wel?’

Tekst: Tatum Dagelet | Foto’s: Liz van Campenhout
Met dank aan: Hotel Finch

Dit verhaal komt uit VIVA-2020-36. Dit nummer ligt t/m 8 september in de winkel of kun je hier online bestellen.

Sommige artikelen kun je maar gedeeltelijk lezen op viva.nl, omdat ze afkomstig zijn uit de papieren VIVA. Uit respect naar onze abonnees én om te zorgen dat wij online leuke gratis content kunnen blijven maken, linken wij je door naar onze magazine-shop om het hele artikel te lezen. Dit is een online platform waar je alle edities van VIVA ook los kunt bestellen. We hopen te kunnen rekenen op je begrip!