Marjoleins kind ziet geesten: ‘Zijn gehuil was geen roep om aandacht, hij riep om hulp’

spook

Het zoontje van Marjolein (37) sliep al sinds zijn geboorte slecht. De reden? Elke avond kreeg hij bezoek van zijn overleden overgrootvader en dat maakte hem doodsbang.

‘We waren samen op zijn kamer. Arthur was bijna twee jaar oud en ik bracht hem naar bed: pyjama aan, boekje lezen. Samen ruimden we het speelgoed dat op de grond lag nog even op. Vanuit het niets wees hij plotseling naar de deur, hij piepte er een beetje bij. ‘Mama,’ zei hij, ‘kijk!’ Ik draaide me om, voorbereid op een verdwaalde knuffel die daar nog lag, maar ik zag niets. Niets anders dan normaal. ‘Wat zie je dan, lieverd?’ vroeg ik. Hij wees nog een keer en begon te huilen. Ik keek nog een keer. Had ik iets over het hoofd gezien? Een spin, of een schaduw die hij eng vond?

Weer kon ik niets ontdekken. Mijn zoon liep naar me toe en kroop in mijn armen. Ik streelde troostend zijn haren en vertelde dat er niets aan de hand was. ‘Rustig maar, alles is goed.’ Na een paar minuten kalmeerde hij. Ik legde hem in bed. Zeker een half uur streelde ik zijn gezichtje, terwijl hij leek te vechten tegen de slaap. Het viel me op dat zijn blik vaak langs mij heen naar de deur dwaalde, de hoek waar hij eerder naar had gewezen en waar ik niets had gezien. Pas toen hij eindelijk zijn ogen durfde te sluiten, sloop ik weg.’

Schreeuw om hulp

‘Die avond in bed bespraken mijn man en ik wat er was gebeurd, wat er aan de hand kon zijn, hoe we hem konden helpen. Maar toen hoorden we hem huilen. Geen brabbelen of pruttelen, niet zo’n gilletje waaraan je hoort dat hij zijn speentje kwijt is, dit was pure paniek. Een schreeuw om hulp. Sinds zijn geboorte gebeurde dit elke nacht, nooit sliep hij door. Mensen zeiden vaak tegen ons: ‘Laat hem toch huilen, dan gaat hij vanzelf weer slapen’. Dat was ook het advies van het consultatiebureau en van de huisarts. Eén keer hebben we het geprobeerd. We stopten ons hoofd onder het kussen en probeerden het niet te horen. Het moeilijkste wat ik ooit heb gedaan. Na dik een uur krijsen was het stil. Toen ik bij hem ging kijken, zag ik dat hij op zijn knietjes lag te slapen, zijn handjes stevig om de spijlen van zijn bedje.

Ik begon spontaan te huilen. Dit nooit meer. Zijn gehuil was geen roep om aandacht, hij riep om hulp. Om troost. Omdat hij bang was. Ik was zijn moeder en nam me na die nacht voor die altijd aan hem te geven. Het eerste jaar heb ik urenlang met hem rondgelopen. Wiegen, strelen, alles.
Toen hij ouder werd, haalde ik hem niet meer uit bed, maar streelde hem in slaap. Ik zat dan voorovergebogen naast hem, anders kon ik niet bij zijn gezicht. Belastend voor mijn rug, maar als ik het niet deed, sliep hij niet. Ik verlangde ernaar dat hij oud genoeg zou zijn om ons te vertellen wat er toch aan de hand was. Dat gebeurde beetje bij beetje.

Eerst was het vooral wijzen: ‘Daar, mama!’ Tot het moment aanbrak dat hij met een paar woordjes duidelijk kon maken dat er in de hoek van de kamer een man stond. Een oude man. Geen seconde heb ik gedacht dat het een kinderlijke fantasie was. Daarvoor was hij te bang, dat hoorden we elke nacht opnieuw. Ik begreep meteen: hij ziet een geest. Dat is wat hem dwarszit.’

Goede bedoelingen

‘Ik was opgelucht dat Arthur eindelijk iets kon vertellen, maar ik had nog zoveel vragen.
Wie was de man die hij zag? Hoe zag hij eruit? Wat konden we doen om de geest weg te laten gaan? Op internet zocht ik naar hulp
en vond ik een ‘kinderfluisteraar’ die goed stond aangeschreven.

Mijn man en ik zijn niet spiritueel ofzo, maar we geloven wel dat er meer is tussen hemel en aarde. En als ons kind iets voelt wat wij niet voelen, wil ik alles doen om hem te begrijpen. De kinderfluisteraar was een leuke, jonge vrouw, geen geitenwollen sokkentype. Na koffie en een korte kennismaking wilde ze naar boven, naar de kamer van Arthur. Van tevoren mochten we haar niets vertellen over de situatie. Nog geen seconde nadat ze de deur opende, wees ze naar de hoek naast de deur. Net zoals Arthur vaak deed. ‘Er staat een oudere man,’ zei ze. ‘Hij komt uit Rotterdam en hij is handig, ik zie gereedschap.’ Ze richtte zich tot mijn man: ‘Hij draagt een lange, grijze jas en een hoed. Zegt het jou misschien iets?’ Mijn man hoefde niet lang na te denken. Degene die ze omschreef, was zijn opa. Zijn lieve opa met wie hij als kind zo’n goede band had gehad.

Ik schrok, mijn man ook, maar het was ook fijn om te horen wat onze zoon nog niet kon vertellen. Eindelijk konden we hem helpen. De bedoelingen van opa waren goed, legde de kinderfluisteraar uit. Hij voelde zich betrokken bij ons gezin en wilde zijn achterkleinkind een beetje in de gaten houden. Gek misschien, maar ik was niet bang. Als er nu een man van drie eeuwen geleden had gestaan met een strop om zijn nek, was ik meteen verhuisd. Maar dit was familie en dat voelde minder bedreigend.

Zijn opa was zorgzaam en lief geweest, vertelde mijn man. Dat stelde me gerust. Dat geesten met hun aanwezigheid angst veroorzaken, hebben ze zelf vaak niet door, legde de kinderfluisteraar uit. Wij als ouders moesten de geest in onze gedachten vragen om niet meer langs te komen. We moesten opa uitleggen dat onze zoon bang voor hem was en er niet van kon slapen. Die avond deed ik dat meteen, al voelde het een beetje raar. Wat zit ik hier in godsnaam te doen, dacht ik bij mezelf. Maar die gedachte onderdrukte ik meteen. Ik moest dit serieus nemen, voor onze zoon.’

TEKST RENÉE LAMBOO-KOOIJ | FOTO ISTOCK

» LEES VERDER VIA BLENDLE «

Sommige artikelen kun je maar gedeeltelijk lezen op viva.nl, omdat ze afkomstig zijn uit de papieren VIVA. Uit respect naar onze abonnees én om te zorgen dat wij online leuke gratis content kunnen blijven maken, linken wij je door naar Blendle om het hele artikel te lezen. Dit is een online platform waar je betaalt per artikel – in de meeste gevallen een paar dubbeltjes – en de journalistiek mee steunt. We hopen te kunnen rekenen op je begrip!