Annemieke (32) verloor beide ouders: ‘Het liefst kruip ik onder de dekens tot de feestdagen voorbij zijn’

Op haar 26e overleed de moeder van Annemieke (32) en afgelopen zomer ook haar vader. Dit jaar viert ze voor het eerst kerst zonder ouders. ‘Voor mij zijn het geen feestdagen.’

‘Mijn moeder wachtte elke dag na school op mij en mijn drie zussen. Aan tafel met koekjes en thee. Het leek toen zo normaal dat ze er altijd was. Dat we haar konden aanraken, met haar konden praten. Ze was de spil van ons gezin, degene die mensen bij ons thuis uitnodigde en dan de kaarsjes aanstak. Toen ik hoorde dat ze kanker had en niet meer beter zou worden, begreep ik dat eigenlijk niet. Mijn moeder stond voor me. Ze zag er uit als altijd en nu moest ik geloven dat ze snel dood zou gaan? Pas toen haar lichaam zwakker werd en haar ogen niet meer sprankelden, landde het bij mij. Ik nam verlof van mijn werk om bij haar te zijn. We praatten en praatten urenlang, soms huilden we omdat we elkaar zo zouden gaan missen. Mijn moeder gaf mij en mijn zussen een stoomcursus voor onszelf zorgen. In haar pyjama deed ze een paar weken voor haar dood nog voor hoe je een wc goed schoonmaakt. Ze vond daar rust in. Het vertrouwen dat we het zouden redden zonder haar. ‘Blijkbaar is het hier klaar voor mij,’ zei ze een keer. Daar werd ik pissig om. Hoezo klaar? Ik had haar nog nodig. Om haar op te bellen en te vragen hoe je nu precies gehaktballen maakt, of om samen thee te drinken en te praten.’

Zorgen om mijn vader

‘De nacht dat ze overleed, kon ik niet slapen. Ik lag maar te woelen en ging naar beneden om bij haar te zijn. Ze lag op een ziekenhuisbed in de woonkamer. Ik hield haar hand vast. We wisten pas drie maanden dat ze ziek was, maar ze kon amper nog praten door de morfine die ze kreeg tegen de pijn. Ze herkende me nog wel. ‘Annemieke,’ fluisterde ze zachtjes. Ik bleef even bij haar zitten, gaf haar toen een kus en ging weer naar bed. De volgende ochtend vertelde mijn vader dat ze was overleden. Ik was opgelucht, hoe gek ook. Ik gunde haar de dood. Ze was zo lang mogelijk gebleven voor ons, nu mocht ze rusten. We moesten haar loslaten. Al deed ik dat niet. Ik was een soort trein die doordenderde. Ik deed of de dood van mijn moeder niets had veranderd. Ze werd woensdag begraven, maandag was ik weer fulltime aan het werk. Stilstaan vond ik doodeng, bang dat ik zou instorten. Ik voelde me ook verantwoordelijk voor mijn vader. Nooit eerder had ik hem zien huilen. Ik bleef thuis wonen, al had ik net een eigen huis. ’s Avonds ging ik pas naar boven als hij ook ging, om hem niet alleen te laten. Ik denk dat ik in het begin meer bezig was met zijn verdriet dan met dat van mezelf. Het was een welkome vlucht. Ik wilde over mijn eigen pijn heen stappen, in de hoop er nooit echt mee te worden geconfronteerd. Je zou denken: dat hou je niet vol. Maar eigenlijk ben ik zes jaar lang zo doorgegaan. Mijn vader kreeg een nieuwe relatie en ging er steeds meer zelf opuit, dus die verantwoordelijkheid viel weg. Toch bleef de angst om stil te staan. De echte grote tranen kwamen pas toen ook mijn vader overleed. Hij kreeg een hartaanval terwijl hij op de bank voor de tv zat te eten. ’s Ochtends vroeg stond de politie bij me voor de deur: ‘Hij is dood.’’

Geen veilige haven meer

‘Ik ken weinig mensen die zo close waren met hun vader als mijn zussen en ik. Ik kwam elke week wel een paar keer bij hem thuis. Dan praatten we, aten samen of keken tv. Ook al woonde ik inmiddels op mezelf, hij bleef mijn thuis, mijn veilige haven. Na zijn dood voelde ik me ontwricht. Er was geen deur meer die altijd voor me openstond, wat er ook gebeurde. Geen onvoorwaardelijke liefde zoals alleen ouders die kunnen geven. Ik leefde voortaan zonder liefdevol vangnet. Ook nu probeerde ik door te gaan met leven, zoals ik na de dood van mijn moeder had gedaan. Maar deze keer was het te veel om overheen te stappen. De tranen zaten zo hoog. Zelfs op mijn werk bleven ze stromen. Mijn lijf trok aan de rem. Ik ging minder werken en nam tijd voor mezelf. Veel praten met andere mensen en veel sporten, al gaf het me allemaal weinig plezier. Ik dacht dat ik het nooit meer echt leuk zou hebben en voelde veel woede. Dat ik al zo jong mijn moeder verloor, ja, dat gebeurt meer mensen. Maar dan ook nog mijn vader? En dat terwijl we allemaal zo van elkaar hielden. Ik vind het nog steeds oneerlijk. Mijn zussen voelen dat ook. Zij begrijpen alles wat ik doormaak, omdat zij het ook doormaken. Zij snappen hoe een slechte dag voelt. We steunen elkaar zo goed en kwaad als dat gaat. Wij zijn nu met z’n vieren ons gezin, zonder een vader of moeder die de boel bij elkaar houdt. Daar zijn we ons heel bewust van. We verliezen elkaar niet uit het oog. Elke dag gaat het beter met ons en met mij. Een tijdje geleden trok ik weer eens een leuk jurkje aan en ging naar een feestje. Ik stond met iemand te praten en dacht opeens: hé, ik heb plezier. Dat was een opluchting. Het kan dus nog wel.’

Het hele interview met Annemieke lees je in VIVA-50-2019. Deze editie ligt vanaf 11 december in de winkel of lees je hieronder  verder via Blendle. 

» LEES VERDER VIA BLENDLE «

Sommige artikelen kun je maar gedeeltelijk lezen op viva.nl, omdat ze afkomstig zijn uit de papieren VIVA. Uit respect naar onze abonnees én om te zorgen dat wij online leuke gratis content kunnen blijven maken, linken wij je door naar Blendle om het hele artikel te lezen. Dit is een online platform waar je betaalt per artikel – in de meeste gevallen een paar dubbeltjes – en de journalistiek mee steunt. We hopen te kunnen rekenen op je begrip! 

Tekst Renée Lamboo-Kooij | Beeld Stocksy

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.