Jamie (26): ‘Mijn zus en ik waren tegelijkertijd zwanger, maar dat wisten we niet’

Toen Jamie (26) vijf jaar geleden enorme buikpijn kreeg, bleken het weeën te zijn. 
Een grote shock, want ze wist niet eens 
dat ze zwanger was.

Tekst: Vivienne Groenewoud Foto: Dirk-Jan van Dijk

‘Het klinkt gek, maar persen hoef je niet 
te leren. Die drang is zo sterk, je kunt dat gewoon. Met twee persweeën lag er ineens een kind op mijn buik. De baby huilde. 
Heel hard. Net als mijn vriend Dennis, 
die naast me stond. Ik was totaal in shock. Mijn zus en ik waren tegelijkertijd zwanger, maar dat wisten we niet. Ze vroeg vaak of 
ik haar rug wilde masseren. Dan trok ze haar shirt omhoog, kwam haar dikke buik tevoorschijn en zag je links en rechts een been uitsteken. Bij mij zag je niets. Ik voelde ook niets. Nou ja, hooguit een of twee keer, maar ik dacht dat het mijn darmen waren. Ik was twintig toen ik Dennis ontmoette. Hij is een jaar ouder dan ik. Voor hij mijn vriendje werd, was ik van lang leve de lol en altijd op stap. Toen we een relatie kregen, werd ik wat rustiger. We hadden het weleens over samenwonen, maar eerst wilden we op reis. Ik ben Moluks en 
Dennis is kwart Indisch, en we wilden naar Indonesië om te zien waar onze roots liggen. Hij zei dat hij mij wel zag als de moeder van zijn kinderen en dan zei ik: ‘Misschien over tien jaar, als we alles hebben gedaan wat we willen’. Als klein meisje zei ik al dat ik nooit zou trouwen en geen kinderen wilde. Het enige waar ik van droomde was een Husky, dat vind ik supermooie honden.’

Geen conditie

‘Ik was net begonnen aan een studie pedagogiek en ik voelde me soms niet zo lekker, maar dacht dat ik gewoon een beetje grieperig was. De gedachte aan een zwangerschap kwam in mijn universum niet eens voor. Ik slikte de pil en werd gewoon elke maand ongesteld. Daarbij: als je om zes uur ’s ochtends de deur uitgaat en twaalf uur later pas weer thuiskomt, is het ook niet zo raar dat je een beetje moe bent. Ik deed ook veel aan krachttraining, zo’n vijf of zes keer per week. Dat was vaste prik tot op de dag van mijn bevalling. Ik baalde wel een beetje, want ik sportte heel fanatiek, maar viel niet af. In plaats daarvan werd ik zelfs een halve kilo zwaarder. Op zich vond ik het niet onlogisch – spieren wegen meer dan vet –, maar ik was er niet echt blij mee. Mijn moeder wel. Zij vond me te mager en was blij dat ik een vollere toet kreeg.  Die zomer gingen Dennis en ik op vakantie naar Fuerteventura. We wilden er surfen en moesten daarvoor papieren ondertekenen waarin ik verklaarde dat ik niet zwanger was. Als je in verwachting bent, is surfen niet verantwoord omdat je dan veel te snel buiten adem raakt, en stel dat je dan van je plank valt… Ik hield het inderdaad maar vier uur vol. Ik weet nog dat ik daarvan baalde, omdat we de planken voor zes uur hadden gehuurd. Mijn conditie was blijkbaar toch niet zo geweldig als ik dacht. Terug van vakantie begon het normale leven weer. Het was september en de dagen vlogen voorbij met sporten, werken en leren.’

Baby Groenhart

‘Die negende oktober begon eigenlijk heel normaal: ik kwam om 
vier uur thuis uit school en wilde net wat te eten maken, toen ik ineens buikpijn kreeg. Van een beetje ongemak werd het serieuze pijn, dus nam ik een aspirientje. Dennis werkte die avond. Ik stuurde hem een berichtje om te zeggen dat ik me niet lekker voelde en 
alvast naar bed ging. Toen hij om half elf thuiskwam, schrok hij: ik zag wit als een spook en kromp in elkaar van de pijn. Hij wilde dat ik naar het ziekenhuis ging, maar dat hield ik af. Ik ben panisch voor bloed en naalden. Ik vroeg of hij me onder de douche wilde helpen. Door het warme water ebde de pijn even weg, maar het kwam ook steeds weer terug.
Uiteindelijk werd de pijn zo hevig dat ik toegaf en we toch maar naar het ziekenhuis gingen. Een verpleegster vroeg me de pijn te omschrijven. Ik zei: ‘Het is alsof ik ongesteld ben en moet poepen tegelijk’. Ik zag haar schrikken. Ik werd in een rolstoel gezet en naar een andere afdeling gebracht. Daar vroeg iemand toestemming om een inwendig onderzoek bij me te doen. Ik vond inmiddels alles prima, als de pijn maar zou ophouden. En toen ging alles ineens heel snel. Voordat ik doorhad wat er gebeurde, werd ik naar een verloskamer gebracht. Ik hoorde de verpleegster zeggen dat ik ging bevallen, maar het drong niet echt tot me door. Dit kon toch niet over mij gaan? De verpleegster brak mijn vliezen en binnen twee persweeën lag er een kind op mijn buik. De gynaecoloog had niet eens in de gaten dat we in shock waren. Alles was zo snel gegaan dat hij niets van de voorgeschiedenis had meegekregen. Hij vroeg hoe onze zoon heette. We keken hem schaapachtig aan. ‘Eh… baby?’ zei ik. Hij antwoordde dat we gelukkig drie dagen hadden om een betere naam te verzinnen. Ik had veel bloed verloren en hoorde dat ik vijf dagen in het ziekenhuis moest blijven. Al die tijd hadden Dennis en ik nauwelijks een woord met elkaar gewisseld. Het was allemaal zo snel gegaan. We lieten het maar zo’n beetje over ons heenkomen. Voor we gingen slapen, mochten we even naar de baby kijken. Daar lag hij, onze zoon. Een heel mooi kindje, hij leek sprekend op zijn vader. Op zijn glazen bedje was een kaartje geplakt. ‘Baby Groenhart’ stond erop. Dat vond ik naar. We moesten snel een naam voor hem verzinnen. De tweede naam van Dennis is Ryan en mijn vrienden noemen me vaak James. We besloten dat hij Ryan James zou heten. We hadden er nog wel drie dagen over kunnen nadenken, maar het voelde goed. De volgende dag belde ik als eerste mijn zusje. ‘Niet schrikken,’ zei ik. ‘Ik heb een zoon gekregen.’ Mijn zus zei alleen maar ‘O’. En daarna: ‘Waar lig je?’ Ze kwam meteen naar me toe en moest heel hard huilen. Ze had niet eens durven vragen of het kindje leefde. Ook mijn moeder was in shock. Eerst was ze een hele tijd stil en toen bleef ze maar zeggen: ‘Ik ben niet boos hoor!’ Alsof ik haar toestemming had gevraagd. En ja, natuurlijk vroeg iedereen hoe dit nu had kunnen gebeuren. We werden er gek van, want dat wisten we zelf ook niet. 
Ik snap dat het voor anderen ongeloofwaardig klinkt, maar het is vervelend om je steeds te moeten verantwoorden voor iets waar je 
zelf ook geen antwoord op hebt.’

Dit interview is afkomstig uit VIVA 51/52-2018. Deze editie ligt t/m 2 januari in de winkel of kun je online lezen via Blendle.

»HET HELE ARTIKEL LEES JE HIER OP BLENDLE «

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.