Jamila heeft PCOS: ‘Ik kan wel zwanger worden, maar niet op een natuurlijke manier’

Jamila Meischke (22) heeft PCOS. Ze weet nu al dat de kans steeds kleiner wordt dat ze ooit kinderen zal krijgen. ‘Dat is een benauwend gevoel.’

Tekst Milou van der Will Foto Dirk-Jan van Dijk

‘Gisteravond zat ik met een vriendin op een terras en kwam er een schattig kindje voorbij huppelen. Die vriendin riep: ‘Ahhh, mijn eierstokken beginnen spontaan te rammelen.’ Op zo’n moment moet ik mijn tranen bedwingen: ik weet niet eens of ik überhaupt kinderen kan krijgen.

Toen de relatie met mijn vriend vorig jaar op de klippen liep, besloot ik met de pil te stoppen omdat ik best last had van de hormonen. Snel daarna kreeg ik last van acne, terwijl mijn menstruatie maar uitbleef. Op zich niets om je zorgen om te maken: als je stopt met de pil kan het even duren voordat je weer ongesteld wordt omdat die hormonen nog in je lichaam zitten. Maar toen er na zes maanden nog steeds niets gebeurde, besloot ik toch even naar de huisarts te gaan. Die maakte er meteen werk van. Acne in combinatie met een uitblijvende menstruatie zou een symptoom van PCOS kunnen zijn, vertelde ze. Ik had nog nooit van PCOS gehoord. Het bleek een disbalans in de hormoonhuishouding te zijn. Vrouwen met PCOS hebben te veel testosteron in hun lichaam, waardoor eicellen gaan samenklonteren in de baarmoeder en een eisprong wordt tegengehouden. Omdat ik sinds mijn zestiende aan de pil was – en door de hormonen daarin regelmatig ongesteld was – heb ik nooit iets doorgehad.

De huisarts verwees me door naar het ziekenhuis waar ik in de medische molen terechtkwam. Uit bloedonderzoek bleek inderdaad dat mijn hormoonhuishouding uit balans was. Omdat het nog niet echt duidelijk was of het inderdaad om PCOS ging, kreeg ik een gynaecologische echo in het ziekenhuis. Er ging een soort staaf bij me naar binnen, wat behoorlijk pijnlijk was. Toen de arts daarmee in mijn linkereileider ging, zei ze na een paar seconden: ‘Ik mag het eigenlijk niet meteen zeggen, maar het is me duidelijk: je hebt PCOS.’ Er zaten twaalf eitjes vast, terwijl er maar één eitje hoort te zitten. Ik had geen idee wat dit voor mijn gezondheid betekende. Het voelde heel onwerkelijk 
en angstig, ik merkte dat ik m’n best moest doen om m’n tranen te bedwingen. Gelukkig ging mijn beste vriendin een week later mee naar het gesprek met de huisarts. Ze studeert gezondheidswetenschappen en had een boekje meegenomen om alles wat de arts zei in op te schrijven. Je gaat sowieso dingen vergeten, en misschien begrijp je dingen ook niet, zei ze.’

Schaamte

‘Mijn lichaam maakt wel eitjes aan, ze komen door de PCOS alleen niet uit. Om mijn eisprong en mijn menstruatie weer op gang te krijgen, bleken er twee opties te zijn: het plaatsen van een spiraaltje of weer aan de pil gaan. Ik besloot tot dat laatste. Als ik een kind wil, moet ik heel veel hormonen toegediend krijgen om een eisprong te stimuleren. Ik kan dus wel zwanger worden, maar niet op een natuurlijke manier. Het voelde heel raar om op zo’n klinische manier over mijn eitjes en vruchtbaarheid te praten. Zeker omdat voor mij van jongs af aan als een paal boven water staat dat ik ooit moeder wil worden. Door de PCOS-diagnose voelde ik me ineens geen volwaardige vrouw meer: ik zou nooit op natuurlijke wijze een kind kunnen krijgen. Mijn ideaalbeeld spatte als een zeepbel uit elkaar. Ik schaamde me, vond het erg moeilijk om erover te praten. Mijn ex wilde heel graag kinderen, maar ik hamerde er altijd op dat dat dat nog wel even kon wachten – een gezin was iets voor de toekomst. Kinderen kunnen krijgen zag ik altijd als iets vanzelfsprekends. Ik was me er helemaal niet van bewust dat het niet voor iedereen even makkelijk gaat. Ik dacht: dat komt later allemaal wel. Nu word ik gedwongen om er al op jonge leeftijd over na te denken. Want hoe langer ik wacht, hoe groter het risico is dat het niet gaat lukken. Wachten verhoogt de kans op onvruchtbaarheid en miskramen en dat vind ik een benauwend gevoel. De meeste meiden van mijn leeftijd zijn juist bezig met níét zwanger worden. Nu dan. Want als er over de toekomst gepraat wordt, gaat het bijna automatisch over de kinderen die ze dan zullen hebben. Vroeger was ik me daar allemaal niet zo van bewust – sinds de diagnose wel. In het begin werd ik daar emotioneel van, nu laat ik het. Maar door die gesprekken word 
ik er wel keer op keer aan herinnerd.’

Het hele interview met Jamila komt uit VIVA 21. Deze editie kan je hieronder via Blendle online lezen.

»HET HELE ARTIKEL LEES JE HIER OP BLENDLE «