Jessica: ‘We willen wel samen zijn, maar waar, en hoe?’

Elke week geven we je een kijkje in iemands liefdesleven in VIVA’s rubriek ‘De status’.

Jessica (30) is smoorverliefd op een man in Zweden.

Tekst: Lydia van der Weide

“Ik was een weekend naar Barcelona met een vriendin. We dronken rosé op een plein en daar zat hij, tien meter bij me vandaan. Hij staarde naar me met zijn blauwe ogen en alles verdween: het Spaanse geroezemoes, de ober met wie ik net nog had geflirt. Die avond zoenden we op de Ramblas en bouwden een feestje op zijn hotelkamer. Een vakantieflirt, meer niet, dacht ik toen nog. Hóópte ik nog. Na anderhalf jaar 
reizen voelde ik me net weer thuis in Amsterdam. Ik had een huis gekocht en een leuke baan gevonden die aansloot bij mijn studie en reiservaring. Na zolang uit mijn koffer leven, had ik sterk de behoefte om me te settelen in de buurt van mijn ouders en mijn vriendengroep vaker te zien. Een partner was ook meer dan welkom, maar wel in de buurt: op Tinder had ik een 
afstand van tien kilometer max ingesteld.
Mijn hart trok zich niets aan van al die 
plannen en voornemens. Dat sloeg op hol door Mats. Eén keer, dacht ik, ik kan hem toch wel één keertje opzoeken in Zweden? Een land dat ik nog nooit gezien had. Kon dat ook meteen van mijn lijstje. Na vier 
intense dagen zat ik ziek van heimwee, ja meteen al, in het vliegtuig naar huis. Op Tinder ben ik nooit meer geweest.
We reizen nu al anderhalf jaar op en neer. We zien elkaar zo’n drie keer per twee maanden: voor een langeafstandrelatie 
is dat verre van slecht. Als we elkaar na 
weken weer zien, is de uitbarsting van vlinders gigantisch. En natuurlijk is er Skype; vaak slapen we ’s avonds samen in en worden ook ’s ochtend samen wakker. We delen alles, er is niemand die mij zo goed begrijpt als Mats. Maar een warme arm om je heen als het tegenzit op je werk of als je moe of verdrietig bent, is onvervangbaar. Ook sex via de webcam is behelpen, hoe inventief we ook zijn. We willen samen zijn: maar waar, en hoe? Mats geniet van Amsterdam als hij mij opzoekt. Op zijn aandringen 
hebben we een bootje gekocht, waardoor ook ik de stad op een compleet nieuwe 
manier ontdek. Maar er altijd wonen, met die drukte en de eeuwig rinkelende trams, het lijkt hem een nachtmerrie. Hij voelt zich thuis in zijn dorp aan de Zweedse westkust, met amper drieduizend inwoners. Het is er idyllisch, we vrijen er op de stille plekjes en ik kom er altijd zalig tot rust. Maar toch: ik ben op en top stadsmens. Stockholm, daar zou ik zonder aarzeling willen wonen. Maar in dat gehucht van hem? Gesprekken hierover beginnen lachend, maar krijgen soms een grimmige ondertoon. We willen absoluut samen verder, dus een van ons zal moeten toegeven. Mats zal dat niet zijn. En als ik aan kinderen denk, geef ik hem groot gelijk. In mijn hoofd maak ik al kleine stapjes. Maar als ik na een avond doorzakken 
in een gezellig Amsterdams café over de mooie grachten naar huis fiets, kan ik wel huilen. Wat zal ik mijn thuis gaan missen.”

Dit artikel is afkomstig uit VIVA 27. Abonnee worden of een losse editie van VIVA bestellen? Klik hieronder:

»Bestel VIVA online | Klik hier «