Karlijn had drunkorexia: ‘Hoe minder ik at, hoe meer ik kon drinken’

Elke dag drinken met haar studiegenoten ging Karlijn (24) niet in de koude kleren zitten. Eerder in de krappe kleren, want de kilo’s vlogen eraan. Ze had zo haar eigen methode om af te vallen: ze at zo weinig mogelijk, zodat ze die calorieën kon uitgeven aan wijn.

‘Feuten-vet. Zo noemden mijn jaarclubgenoten het. Na een avond feesten met drank, kaas, pizza’s en een kapsalonnetje om vijf uur in de ochtend, klampt het zich vast aan het gebied waar voorheen je taille zat en aan je heupen en je dijen als een permanent aandenken aan je avondje uit. Toen ik achttien was, ging ik studeren. Hoewel, studeren: ik zat tot een uur of twee in de middag in de collegezaal, waarna ik met een wisselend stel vriendinnen, huisgenootjes of studiegenoten in de kroeg belandde om daar vervolgens tot diep in de avond te blijven hangen. Tussendoor werd er vaak pizza besteld en een dieet van een zak chips als avondeten of, als ik ‘gezond’ deed, twee kaastosti’s, was me inmiddels ook niet vreemd. Ik eindigde het jaar een dikke acht kilo zwaarder.’ Na de zomervakantie, waarin ik er nog twee kilo had bij gekregen, begon ik aan een streng dieet. Pizza’s en chips kwamen er niet meer in, maar wat ik niet wilde opofferen was drank. Natuurlijk wilde ik een Instagram-waardig buikje, maar wie wil er nu altijd op een houtje bijten? Ik stam uit een bourgondisch gezin, vanaf mijn puberteit hoorde een wijntje er gewoon bij. En voor de meiden uit mijn studentenhuis was dat niet anders. Maar zelfs als ik alleen thuis was, trok ik een flesje open. Het hielp me te ontspannen en ik zag er geen kwaad in. Ik dronk zo’n zes glazen per dag. Anderhalve fles. Dat klinkt als heel veel, maar als je om een uur of vijf ’s middags begint en je gaat tot elf uur door, zijn die zes glaasjes weg voor je er erg in hebt.’

Eerst broccoli, dan wijn

‘Om af te vallen, bedacht ik een simpele formule: ik zou drinken, maar het junkfood dat ik normaal gesproken at, laten staan. Of liever gezegd: ik zou ál het eten zo veel mogelijk laten staan. Een biertje is tenslotte gelijk aan twee boterhammen met kaas, dus als ik die laatste zou schrappen zou ik kunnen blijven drinken en toch afvallen. Ik maakte er een sport van om op woensdag en zaterdag op de markt enorme hoeveelheden groenten in te slaan. Ik voelde me ontzettend sterk wanneer ik voor het stappen boven mijn bord met kale broccoliroosjes zat, wetende dat ik daardoor later die avond ongelimiteerd glazen witte wijn achterover kon tetteren. Het hongergevoel vond ik zelfs lekker. Het gaf een gevoel van controle. En het was een stuk makkelijker om mee te dealen dan de aanblik van mijn vetrollen in de spiegel. Al snel had ik een vast eetpatroon: een banaan en een handjevol ontbijtgranen met magere melk als ontbijt, een hardgekookt ei en een tomaat voor de lunch en als avondeten een gekookte aardappel en een enorme berg gestoomde prei of gewokte spinazie. Totaal aantal calorieën: zo’n vijf- à zeshonderd. De gemiddelde dagelijkse caloriebehoefte voor vrouwen is rond de tweeduizend, dus dat gaf me zo’n veertienhonderd calorieën om ‘uit te geven’ aan alcohol. Ik zou zo’n twee flessen wijn per dag, gemiddeld vijfhonderd calorieën per fles, kunnen drinken in ruil voor het eten dat ik inleverde. Maar omdat ik wilde drinken en nog steeds afvallen, stopte ik meestal eerder. Een fles ging er wel door, en die tweede ging misschien open, maar niet op. Op die manier zou ik een halve kilo per week kunnen verliezen, had ik uitgerekend. En het werkte. Halverwege mijn tweede jaar woog ik weer een keurige tweeënzestig kilo en zakten mijn broeken van mijn heupen. Ik merkte dat ik steeds minder alcohol kon verdragen. Met weinig in je maag droog je sneller uit door de alcohol. Dat betekende nog minder calorieën, maar wel veel hevigere katers. Daarbij kreeg ik steeds meer moeite om de stof van mijn studie in me op te nemen. Ik heb altijd makkelijk kunnen leren. Als ik gewoon oplette in de collegezaal, hoefde ik thuis de stof meestal alleen maar even na te lezen. Maar nu kon ik me amper nog concentreren. Ik werd besluiteloos en ontzettend warrig. Niet zo raar als je bedenkt dat ik amper nog gezonde voedingsstoffen binnenkreeg. En ik ging alleen maar minder eten omdat mijn hongergevoel verdween. Mijn avondeten was vaker wel dan niet vloeibaar: als ik uit de band sprong nam ik een paar schijven watermeloen.’

Dit interview is afkomstig uit VIVA 46-2018. Deze editie kan je hier online bestellen, maar ook online via Blendle lezen.

»HET HELE ARTIKEL LEES JE HIER OP BLENDLE «

Tekst: Vivienne Groenewoud | Beeld: iStock